Plov

Ik ben in Buchara en vandaag heb ik weer een gids geboekt om toch maar geen voor de hand liggende dingen te missen. Ik ben natuurlijk vroeg en zo kan ik een praatje aanknopen met Elena, een Grieks meisje dat in Rusland woont, en Miryam, een Pakistaans meisje in een prachtige lange rode jurk dat in Canada woont en eigenlijk op weg is naar Dublin om een Human Resource cursus te geven. Het Griekse meisje is geloof ik met haar vader, waar iets mee is volgens mij, soms herhaalt ze dingen wel drie keer tegen hem. Die hele tour ben ik trouwens al weer vergeten, alhoewel het echt wel heel heel prachtig was en natuurlijk madrasse in madrasse uit, wat echt geen straf was want ze zijn allemaal zo mooi van eenvoud, en de souvenirwinkeltjes die er in zitten irriteren me helemaal niet niet, want zijn toch allemaal wel heel smaakvol en in elk geval grotendeels op de geschiedenis gericht (zijde, specerijen, keramiek, kunst, steekwapens, dat soort dingen) en verkopers zijn meestal niet opdringerig. Behalve dat ene meisje met dat engelachtige gezichtje op de bazaar dat een kraam met keramiek had, die midden in het pad pal voor mijn neus ging staan en met een grote glimlach een gesprek met me wilde beginnen “ Where are you from? Whàt?! OMG I always wanted to go there” en elke keer als ik een stap opzij deed, deed zij dat ook, ging ik naar voren, ging zij naar achteren, maar nog steeds pal in mijn weg. Zo salsa-den we door het pad, tussen de keramiek en de kerrie.

Deze tour had de helft korter gekund want de gids zei elke zin twee keer, en alsnog ben ik alles vergeten, behalve dus dat de madrassas een soort universiteiten waren die niet alleen maar godsdienst gaven, maar juist ook andere vakken zoals wiskunde, geometrie, astronomie, geschiedenis, geneeskunde en letterkunde. Waar ook driftig berekeningen werden gedaan naar de omtrek van de aarde. De doorberekening van de aardstraal van Al-Biruni (973-1048 AD) was gebaseerd op oude Griekse kennis en hij zat er maar 30 km (0,5%) naast. In elke kamer beneden in de madrasse kregen 4-6 leerlingen les, die in de ruimte erbóven sliepen en woonden, beetje dezelfde opstelling als de karavanseray dus.

Halverwege komen we langs bij de twee oudste hamams van Oezbekistan, bij de Hammomi Kunjak mogen de vrouwen onder ons even binnen kijken. Het is een koele ruimte onder een grijze koepel met gordijnen die de ruimte daarachter scheiden van de theeruimte. Ik hoor zachte vrouwenstemmen praten. Even is er wat consternatie en hoor ik mensen roepen “You cannot come here, you cannot come here!”, want de vader van het Griekse meisje is ook maar even achter ons aan komen lopen en had even niet meegekregen dat het verboden was voor mannen. Ik hàd er al naar uitgekeken om hier even goed onder handen genomen te worden maar nu ik hier sta, overvalt me zo’n vredig gevoel, een ruimte waar al 500 jaar alleen maar vrouwen komen (nou ja, tot 2 minuten geleden dan), waar je schaamteloos volledig naakt kan zijn met wildvreemde andere vrouwen om je heen, waar de plaatselijke roddel wordt uitgewisseld, je beurtelings wordt gedoucht, gescrubd en uitgehuwelijkt, en dan tien jaar jonger weer voor de dag komt. Ter plekke vraag ik of ik meteen een afspraak kan maken. Het mevrouwtje schrikt er gewoon een beetje van en de tour-genootjes bekijken het ook een beetje met verbazing, heel gek. “Of course, please do”, lacht het mevrouwtje, en ik wil meteen al morgen, en dat kan nog om 10:00 uur of om 18:00 uur. Ik doe maar lekker 10:00 met het oog op schone scrubhandschoenen, en bezegel daarmee meteen mijn lot om niet naar Khiva te gaan, want had ik dat gewild, dan was morgen de vertrekdag geweest. Ik vind het goed zo.

Als we naar buiten lopen vraag een Amerikaans meisje aan me: “I always wondered about that, but do you think the hygiene is ok?” “O, I don’t care about that”, zeg ik naar waarheid, “I just want the experience. And I have a good shower in my hotel if I need it.” “O, you don’t care huh?”, zegt ze nog, ik werd er gewoon een beetje narrig van, ik hóópte gewoon bijna dat ik een vooroordeel in haar hoofd had bevestigd, dat Europeanen ‘don’t care about hygiene’. Ja, natuurlijk denk ik daar over na (die scrubhandschoen die me dan even te binnen schiet), maar laten we ons niet aanstellen, en die hysterische hygienezucht is trouwens hélemaal niet goed voor je, en ik ben vandaag een ja-zegger, en zij is een nee-zegger, die straks gaat missen wat ik wèl ga ervaren.

De pleinen zijn ruim en open, en licht en heet, er lopen weinig toeristen en het doet vredig aan. Met een beetje fantasie, zie je er zo de karavanen door heen lopen, met kamelen, en paarden, en mannen uit alle windstreken met verschillende koopwaren of kennis, vermoeid en uitgedroogd en op zoek naar een plek om hun hoofd neer te leggen. Bij sommige winkeltjes stoppen we even, en krijgen we wat uitleg, bijvoorbeeld bij een tapijthandel, waar we een rondleiding krijgen en kunnen zien hoe de tapijten worden gemaakt door vrouwen die naast elkaar op de grond voor de weefgetouwen zitten en aan de lopende band worden gefotografeerd door toeristen, het is gewoon een beetje gênant, maar ik doe het zelf ook. Terug in de grote winkel mogen we gaan zitten op met tapijten bekleden houten banken en volgt er nog saffraanthee (heerlijk) met rozenhalva (ook heul lekker) en worden we afgewerkt met een soort presentatie (de volgende groep staat al te wachten) waarin we natuurlijk alle prijzen krijgen te horen en alle verzendkosten naar heel de wereld. Dit is werkelijk in elke stad waar ook maar een tapijt wordt gemaakt hetzelfde. bergen tapijten liggen er dan, waarvan ik me afvraag, gaan die allemaal ooit nog verkocht worden? En er komen toch steeds meer tapijten bij. Waar moeten die allemaal heen?

Iets verderop stoppen we ook bij een smidse die ik dan wel weer heel mooi vind, waar al 5 generaties traditionele Oezbeekse messen (pichoq) en andere scherpe dingen worden gemaakt. De gids vertelt dat Oezbekistan een eeuwenoude traditie heeft in de smederij, wat ik graag wil geloven want je zal toch behoorlijk wat scherpe dingen moeten hebben om al het land tussen China en Turkije te veroveren. Wat ik trouwens ook niet wist en nu wel, namelijk dat Oezbekistan helemaal geen land wàs. De hele regio Turkmenistan, Tadjikistan, Kirgizië en Oezbekistan, waren altijd één regio, met verschillende etniciteiten verdeeld over al die regio’s, zonder duidelijke grenzen en min of meer in elkaar overlopend. Oezbekistan was helemaal niet de ‘stan’ van de Oezbeken, althans niet alléén van de Oezbeken. Maar toen kwamen in 1924 de Russsen bemoeien, die verdeelden de hele regio in de vier landen die het nu zijn, alhoewel in Russische provincies dan. Oezbekistan werd pas een land in 1991 toen het onafhankelijk werd. Het heeft ook pas zijn twééde president. De eerste heb ik zien liggen in Samarkand, nou ja zijn tombe, van doorschijnend wit indiaas marmer. Deze tweede heeft het mogelijk gemaakt dat ik hier nu ben, de visumplicht versoepeld en het land voor toerisme open gezet.

De tour eindigt bij een of andere onduidelijke maar zeer belangrijke tombe, een van de weinige belangrijke tombes die Dzjengis Khan hebben overleefd, die voor de rest Bukhara in 1220 grotendeels in de as legde, wat heel jammer is want die barbaar had absoluut geen oog voor de schoonheid van de stad. Zijn schoonzoon gelukkig wel, en die ging alles weer opbouwen.

We zijn inmiddels hélemaal aan de andere kant van de stad, die buiten het oude centrum grijs, koud en vierkant aandoet. Welke onverlaat verzint zoiets, dat je eerst mensen helemaal sloopt en dan als een soort dropping achterlaat. Moet ik nu dat héle eind weer teruglopen? Nee, ik moet weer een taxi nemen zeker. Maar wacht, hier achter zit toch die grote bazaar? Met het laatste beetje energie besluit ik die toch nog maar even mee te pakken, want ik heb geen zin meer om later nòg een keer helemaal naar deze kant van de stad af te reizen. Maar het is een troosteloze hal, een beetje kolchoz-Beverwijk onder tl-verlichting die ik zo snel mogelijk uit wil rennen. Wèl vind ik hier een waaier, in een héle doos met waaiers, waar ‘Samarkand’ op staat, of ‘Khiva’ en helemaal onderop ook nog ééntje met ‘Bukhara’. Bij de uitgang koop ik wat veelbelovende broodjes (een worstenbroodje zonder worst en een lege empanada) en ik zoek toch maar een taxi. Die vind ik meteen buiten, dat wil zeggen die vindt míj, ik zeg meteen ja tegen de eerste de beste gast die “Taxi, taxi!” tegen me schreeuwt. Ik moet nog flink onderhandelen over de prijs die begint bij 50.000 som maar uiteindelijk uitkomt op 22.000 som. Terwijl ik meeloop naar een onduidelijke auto denk ik, “Misschien niet zo slim dit Jen, om in de auto te stappen bij iemand van wie je helemaal niet weet of hij wel een taxichauffeur is”. Als ik instap, zit er een meisje op de passagiersstoel te giechelen. Ik word verder compleet genegeerd. De rit gaat ook allesbehalve in de richting waar ik heen moet, want het meisje moet blijkbaar eerst worden afgeleverd op de universiteit, waar vervolgens nog weer een ànder meisje wordt opgepikt die óók nog ik weet niet waar naar toe wordt gebracht, en dan ben ik het wel zo’n beetje zat en als ik een megalomane shopping mall lijkt te herkennen die op redelijke loopafstand van mijn hotel moet liggen, roep ik maar dat hij me er uit mag laten.

Ik heb geen zin meer om in de stad een restaurant te zoeken maar tegenover het hotel zit restaurant Eski, dat traditioneel Oezbeeks moet zijn en er zó leuk uitzag op google, maar ik word ergens in een aparte tl-verlichte zijkamer van het restaurant gezet waar het veelste warm is (gelukkig heb ik een waaier), naast twee Duitse jongens, die om bier vragen maar ‘geen alcohol’ krijgen te horen. De bediening is wederom heel apart. Als het flesje water wordt gebracht, vraagt de ober: “Will you please feel if the temperature is allright?”, waarna hij de fles met de achterkant/onderkant naar me toe steekt, niet eens met het etiket aan de vóórkant, wat ik dan dubbel vreemd vind, het is eigenlijk fout op fout. De condens staat er op. Eerst begrijp ik niet wat hij wil, dus hij moet de vraag nog een keer herhalen, hij is er echt serieus op, dat ik een check doe of de temperatuur van het water wel in orde en van acceptabel niveau is, dus ik leg m’n vingers voor de vorm maar even op de fles en zeg dat het fantastisch is, wat een flauwekul, kom gewoon dóór met die kaart. Terwijl ik wacht om mijn bestelling door te geven krijgt één van de Duitse jongens zijn bestelling al en begint maar te eten. Ik bestel natuurlijk de beroemde plov die ook hier op de kaart staat, en de ober zegt: “Aahhh I’m sorry, no more plov”, dus het wordt maar weer iets van een lamsspies, en een alcoholvrije cocktail, die oprecht ook héél lekker is, en als ik zit te eten, zie ik dat de Duitse jongen nèt zijn bestek op zijn bord legt, en zijn vriend nèt zijn bestelling krijgt voorgeschoteld.

Bij het afrekenen vraag ik het maar aan de watertemperatuurober, “You know this is the third time I wanted to order plov, but there isn’t any. Do maybe know where I can eat it for sure?” “Ah yes, if you want to have the best plov you should go to Ziplov, but you should go at lunch time, not in the evening”, antwoordt de ober. “Ziplov?”, vraag ik terwijl ik m’n telefoon erbij haal en op Google Maps ‘Ziplov’ intyp. De ober kijkt mee. “No, no”, zegt hij, “ZE plov, ZE plove, like the english ZE!” “Ah!”, roep ik, en type The Plov in. Ik vind het meteen. Het ligt pal naast de sovjet-bazaar.

Plaats een reactie