Eastward

Ik word wakker in de sultana van alle steden: Istanboel. Welke grappenmaker het heeft bedacht om een háán te houden in het toeristische epicentrum van Kadiköy, en nog wel op de dag van een Fenerbahçe derby, zal waarschijnlijk grotendeels aan de mensheid onbekend blijven, maar eigenlijk komt het wel goed uit, want dit is de enige volle dag die ik hier heb en ik ben van plan om er alles van te maken. Ik heb zó goed geslapen, ongekend gewoon, in dit geweldige hotelletje, naast het gekoesterde operagebouw uit 1925. Op loopafstand van talloze restaurantjes en cafeetjes waar ik zometeen een lekker ontbijtje ga halen. Het is een fantastisch gebouw uit 1890, het piept en kraakt aan alle kanten, de kamer is klein en op de bovenste verdieping (ik hoefde die koffer gelukkig niet zelf naar boven te schleppen), met een balkonnetje en een groen uitzicht over de tuinen die doorlopen in de Nihal Sokak.

De reis ging zo goed gisteren, ondanks dat ik eergisteren per ongeluk mijn vliegticket annuleerde en in blinde paniek een nieuw ticket moest kopen. Ik was wel vergeten om een jas mee te nemen, ik heb niet eens een vest bij me, dus misschien loop ik straks nog ergens tegen aan. Eerst was ik van plan om naar Europa te gaan, naar de overkant van de Bosporus, naar het Rümeli Hisari, waar ik al die jaren nog niet ben geweest, dat in 1452 werd gebouwd, één jaar voordat Constantinopel definitief in handen van de Turken viel. Maar nee, ik zie hem al weer aankomen, het wordt toch al heet vandaag, dat wordt weer veel te veel stress. In plaats daarvan ga ik naar Üsküdar, de wijk hierboven, waar ik zoveel jaar geleden allemaal scrubdoeken van gevlochten touw heb gekocht waarvan ik de helft nog steeds heb maar die helemaal kapotgewassen zijn met gaten, en dus vervangen moeten worden. Waarom ik die obsessie met die scrubdoeken heb weet ik niet, ze zijn gewoon zo heerlijk, natuurlijk en werken het beste van alle scubproducten die je maar kan bedenken. Ik zat laatst te denken dat ik ze zelf ook zou kunnen breien, als ik het juiste ruwe touw had, maar dat kan ik nergens vinden. Die winkel moet in een stokoud buurtje zijn met kromme straatjes wat ook helemaal leuk is. De wijk zelf, daar wordt door déze wijk een beetje op neergekeken want nogal orthodox. De wijk ligt pal aan het water en op de kadetrappen liggen in de zomer kleden en kussens waar mensen met uitzicht op de Kiz Kulesi thee drinken, en afkoelen in het briesje van de Bosporus, en als je jong genoeg bent, en een man, van hieraf in het glasheldere koele water van de Bosporus kan springen.

Ook heb ik voor vanavond een “women only” kookles bij een lokale chef-kok geboekt, en zo heb ik vanavond iets te doen en iets te eten, èn leer ik soğan kebap en bulgur soep te maken. Er stond alleen niet bij of de chef ook woman only was, maar we gaan het zien.

Hier vlakbij zit het Nazim Hikmet cultuurcentrum/restaurant/bibliotheek/biertuin die gerund moet worden door allemaal oude communisten die onder de bomen hun rakı drinken en verhalen vertellen over toen ze nog een notenboom waren in het Gülhane park. En dat ook helemaal volloopt met toeristen en lokalen voor ontbijt en bier. Zometeen even kijken of ik daar kaymak met honing kan krijgen.

Het is zo heerlijk hier, ik voel hier zittend op dit balkon ineens wat ik al die jaren hier voelde, dat er iets fijns aan kwam, dat ik weer in contact sta met alles behalve mijn eigen leven. Hoewel ik thuis het liefste thuis ben, en met intense tevredenheid op mijn 70 vierkant meter rondbeweeg, en als ik ergens anders ben, daar ook altijd weer zo snel mogelijk naar toe wil, wil ik hier lopen en lopen, alsmaar verder, totdat het weer te heet is. Het is of ik na de afgelopen dagen ook weer even op de rails loop. Niet meer op de automatische piloot als een kip zonder kop. Ik moet hier overal over nadenken, en tegelijkertijd heel bewust zijn van alles!

Geen kaymak met honing maar wel een bord vol met communistische simit, ei, tomatenhoningjam, olijven, twee kazen, yoghurt, tomaatjes en komkommer. En het is nog geeneens 11:00, en trouwens ook al helemaal stampensvol, tafeltjes vol met piepjonge mensen die zeggen, “you only love Turkey if you’re not Turkish”, en tafeltjes oude communisten. Trouwens wat me opvalt, die piepjonge mensen hier (jonge twintigers zeg maar) lijken veel volwassener te zijn dan de piepjonge mensen in Nederland, veel meer bezig met politiek en Weltschmerz en Franse literatuur. Nou hebben ze daar ook wel reden toe, maar ja, dat heeft iederéén! Want het is overal kut. (Ik moet even denken aan die ontevreden Hollanders die een woongemeenschap gingen beginnen in Portugal of Venezuela of waar was het, omdat je “het land zo lekker makkelijk kon opkopen” van de lokale bevolking.) Ze willen allemaal verhuizen naar de VS of naar Spanje, maar ze zien niet dat het daar óók kut is, want als immigrant voel je toch niet echt de politieke situatie van het land waar je dan naar toe gaat, tenzij je Nazim Hikmet heet (die ouwe communistische dichter die naar de USSR vertrok), terwijl je dan in de slipstream meteen je mooiste culturele bagage achterlaat die je al die tijd voor lief hebt genomen en niet meer ziet omdat je erin opgegroeid bent: de warme harten van de mensen, de zorg voor elkaar, het eten, de turbulente geschiedenis waarin je recente voorouders het leven hebben gelaten voor de onafhankelijkheid van de republiek. Dat soort mooie dingen. Maar trouwens waar heb ik het over. Ik zit in een communistische biertuin in Kadiköy. Hardly representatief voor de rest van het land. Ik ben weer schromelijk aan het romantiseren.

Zondag

Ik ben echt met het verkeerde been uit bed gestapt en kontchagrijnig. Om te beginnen moet ik al om 10:00 de kamer uit. En alhoewel ik om 6:00 de wekker zet, val ik weer prinsheerlijk in slaap en kom ik er pas om 8:00 uit. Dan besef ik me dat ik, bovenop dat ik me nu moet haasten (ja 2 uur, maar dat is haasten in vakantie-uren), ik ook nog helemaal niet weet wat ik met deze halve dag áán moet. Omdat het gisteren zo laat is geworden en ik teveel had gegeten en gedronken voel ik me beroerd en besteed ik van die twee uur al eerst een half uur in de badkamer. Als ik daar uit kom weet ik nog steeds niet wat ik moet gaan doen. En het is nu al warm, en die koffer is nu al te zwaar. Die moet ik eerst kwijt. Ik app Engin van het hotel of ik een paar uurtjes langer mag bijven maar hij reageert niet. Ik app hem nog een keer of ik de koffer voor een paar uur mag achter laten, maar ook na een uur nog steeds geen gehoor. Dan maar een bagage storage. Die zit gelukkig op 5 minuten loopafstand en reserveer ik met een app. Er is niemand bij de receptie dus ik moet m’n eigen koffer naar beneden slepen. Aangekomen bij de storage is die natuurlijk dicht, want het zit gewoon niet mee vandaag. “Geniet”, zegt degene bij wie ik m’n beklag doe over m’n chagrijn. “G.e.n.i.e.t. Anders ga je maar terug naar kantoor.” Ik loop maar terug naar het cafeetje dat naast het hotel zit. Daar kan ik gelukkig m’n koffer laten staan.

De rest van de dag geen tijd meer om te schrijven. Beetje gewinkeld. Lelijke hoody gekocht. Met de shuttle vanaf de kade van Kadiköy naar het vliegveld gegaan (was maar €10). Het vliegveld was verschrikkelijk. Allemaal Prada en Vuitton maar geen normale maaltijd te krijgen. Met voortuitziende blik een setje minibarflasjes vodka en tequila meegenomen. Turkish Airlines is wel geweldig. Echt bestek! En wijn!

Plaats een reactie