Plov

Ik ben in Buchara en vandaag heb ik weer een gids geboekt om toch maar geen voor de hand liggende dingen te missen. Ik ben natuurlijk vroeg en zo kan ik een praatje aanknopen met Elena, een Grieks meisje dat in Rusland woont, en Miryam, een Pakistaans meisje in een prachtige lange rode jurk dat in Canada woont en eigenlijk op weg is naar Dublin om een Human Resource cursus te geven. Het Griekse meisje is geloof ik met haar vader, waar iets mee is volgens mij, soms herhaalt ze dingen wel drie keer tegen hem. Die hele tour ben ik trouwens al weer vergeten, alhoewel het echt wel heel heel prachtig was en natuurlijk madrasse in madrasse uit, wat echt geen straf was want ze zijn allemaal zo mooi van eenvoud, en de souvenirwinkeltjes die er in zitten irriteren me helemaal niet niet, want zijn toch allemaal wel heel smaakvol en in elk geval grotendeels op de geschiedenis gericht (zijde, specerijen, keramiek, kunst, steekwapens, dat soort dingen) en verkopers zijn meestal niet opdringerig. Behalve dat ene meisje met dat engelachtige gezichtje op de bazaar dat een kraam met keramiek had, die midden in het pad pal voor mijn neus ging staan en met een grote glimlach een gesprek met me wilde beginnen “ Where are you from? Whàt?! OMG I always wanted to go there” en elke keer als ik een stap opzij deed, deed zij dat ook, ging ik naar voren, ging zij naar achteren, maar nog steeds pal in mijn weg. Zo salsa-den we door het pad, tussen de keramiek en de kerrie.

Deze tour had de helft korter gekund want de gids zei elke zin twee keer, en alsnog ben ik alles vergeten, behalve dus dat de madrassas een soort universiteiten waren die niet alleen maar godsdienst gaven, maar juist ook andere vakken zoals wiskunde, geometrie, astronomie, geschiedenis, geneeskunde en letterkunde. Waar ook driftig berekeningen werden gedaan naar de omtrek van de aarde. De doorberekening van de aardstraal van Al-Biruni (973-1048 AD) was gebaseerd op oude Griekse kennis en hij zat er maar 30 km (0,5%) naast. In elke kamer beneden in de madrasse kregen 4-6 leerlingen les, die in de ruimte erbóven sliepen en woonden, beetje dezelfde opstelling als de karavanseray dus.

Halverwege komen we langs bij de twee oudste hamams van Oezbekistan, bij de Hammomi Kunjak mogen de vrouwen onder ons even binnen kijken. Het is een koele ruimte onder een grijze koepel met gordijnen die de ruimte daarachter scheiden van de theeruimte. Ik hoor zachte vrouwenstemmen praten. Even is er wat consternatie en hoor ik mensen roepen “You cannot come here, you cannot come here!”, want de vader van het Griekse meisje is ook maar even achter ons aan komen lopen en had even niet meegekregen dat het verboden was voor mannen. Ik hàd er al naar uitgekeken om hier even goed onder handen genomen te worden maar nu ik hier sta, overvalt me zo’n vredig gevoel, een ruimte waar al 500 jaar alleen maar vrouwen komen (nou ja, tot 2 minuten geleden dan), waar je schaamteloos volledig naakt kan zijn met wildvreemde andere vrouwen om je heen, waar de plaatselijke roddel wordt uitgewisseld, je beurtelings wordt gedoucht, gescrubd en uitgehuwelijkt, en dan tien jaar jonger weer voor de dag komt. Ter plekke vraag ik of ik meteen een afspraak kan maken. Het mevrouwtje schrikt er gewoon een beetje van en de tour-genootjes bekijken het ook een beetje met verbazing, heel gek. “Of course, please do”, lacht het mevrouwtje, en ik wil meteen al morgen, en dat kan nog om 10:00 uur of om 18:00 uur. Ik doe maar lekker 10:00 met het oog op schone scrubhandschoenen, en bezegel daarmee meteen mijn lot om niet naar Khiva te gaan, want had ik dat gewild, dan was morgen de vertrekdag geweest. Ik vind het goed zo.

Als we naar buiten lopen vraag een Amerikaans meisje aan me: “I always wondered about that, but do you think the hygiene is ok?” “O, I don’t care about that”, zeg ik naar waarheid, “I just want the experience. And I have a good shower in my hotel if I need it.” “O, you don’t care huh?”, zegt ze nog, ik werd er gewoon een beetje narrig van, ik hóópte gewoon bijna dat ik een vooroordeel in haar hoofd had bevestigd, dat Europeanen ‘don’t care about hygiene’. Ja, natuurlijk denk ik daar over na (die scrubhandschoen die me dan even te binnen schiet), maar laten we ons niet aanstellen, en die hysterische hygienezucht is trouwens hélemaal niet goed voor je, en ik ben vandaag een ja-zegger, en zij is een nee-zegger, die straks gaat missen wat ik wèl ga ervaren.

De pleinen zijn ruim en open, en licht en heet, er lopen weinig toeristen en het doet vredig aan. Met een beetje fantasie, zie je er zo de karavanen door heen lopen, met kamelen, en paarden, en mannen uit alle windstreken met verschillende koopwaren of kennis, vermoeid en uitgedroogd en op zoek naar een plek om hun hoofd neer te leggen. Bij sommige winkeltjes stoppen we even, en krijgen we wat uitleg, bijvoorbeeld bij een tapijthandel, waar we een rondleiding krijgen en kunnen zien hoe de tapijten worden gemaakt door vrouwen die naast elkaar op de grond voor de weefgetouwen zitten en aan de lopende band worden gefotografeerd door toeristen, het is gewoon een beetje gênant, maar ik doe het zelf ook. Terug in de grote winkel mogen we gaan zitten op met tapijten bekleden houten banken en volgt er nog saffraanthee (heerlijk) met rozenhalva (ook heul lekker) en worden we afgewerkt met een soort presentatie (de volgende groep staat al te wachten) waarin we natuurlijk alle prijzen krijgen te horen en alle verzendkosten naar heel de wereld. Dit is werkelijk in elke stad waar ook maar een tapijt wordt gemaakt hetzelfde. bergen tapijten liggen er dan, waarvan ik me afvraag, gaan die allemaal ooit nog verkocht worden? En er komen toch steeds meer tapijten bij. Waar moeten die allemaal heen?

Iets verderop stoppen we ook bij een smidse die ik dan wel weer heel mooi vind, waar al 5 generaties traditionele Oezbeekse messen (pichoq) en andere scherpe dingen worden gemaakt. De gids vertelt dat Oezbekistan een eeuwenoude traditie heeft in de smederij, wat ik graag wil geloven want je zal toch behoorlijk wat scherpe dingen moeten hebben om al het land tussen China en Turkije te veroveren. Wat ik trouwens ook niet wist en nu wel, namelijk dat Oezbekistan helemaal geen land wàs. De hele regio Turkmenistan, Tadjikistan, Kirgizië en Oezbekistan, waren altijd één regio, met verschillende etniciteiten verdeeld over al die regio’s, zonder duidelijke grenzen en min of meer in elkaar overlopend. Oezbekistan was helemaal niet de ‘stan’ van de Oezbeken, althans niet alléén van de Oezbeken. Maar toen kwamen in 1924 de Russsen bemoeien, die verdeelden de hele regio in de vier landen die het nu zijn, alhoewel in Russische provincies dan. Oezbekistan werd pas een land in 1991 toen het onafhankelijk werd. Het heeft ook pas zijn twééde president. De eerste heb ik zien liggen in Samarkand, nou ja zijn tombe, van doorschijnend wit indiaas marmer. Deze tweede heeft het mogelijk gemaakt dat ik hier nu ben, de visumplicht versoepeld en het land voor toerisme open gezet.

De tour eindigt bij een of andere onduidelijke maar zeer belangrijke tombe, een van de weinige belangrijke tombes die Dzjengis Khan hebben overleefd, die voor de rest Bukhara in 1220 grotendeels in de as legde, wat heel jammer is want die barbaar had absoluut geen oog voor de schoonheid van de stad. Zijn schoonzoon gelukkig wel, en die ging alles weer opbouwen.

We zijn inmiddels hélemaal aan de andere kant van de stad, die buiten het oude centrum grijs, koud en vierkant aandoet. Welke onverlaat verzint zoiets, dat je eerst mensen helemaal sloopt en dan als een soort dropping achterlaat. Moet ik nu dat héle eind weer teruglopen? Nee, ik moet weer een taxi nemen zeker. Maar wacht, hier achter zit toch die grote bazaar? Met het laatste beetje energie besluit ik die toch nog maar even mee te pakken, want ik heb geen zin meer om later nòg een keer helemaal naar deze kant van de stad af te reizen. Maar het is een troosteloze hal, een beetje kolchoz-Beverwijk onder tl-verlichting die ik zo snel mogelijk uit wil rennen. Wèl vind ik hier een waaier, in een héle doos met waaiers, waar ‘Samarkand’ op staat, of ‘Khiva’ en helemaal onderop ook nog ééntje met ‘Bukhara’. Bij de uitgang koop ik wat veelbelovende broodjes (een worstenbroodje zonder worst en een lege empanada) en ik zoek toch maar een taxi. Die vind ik meteen buiten, dat wil zeggen die vindt míj, ik zeg meteen ja tegen de eerste de beste gast die “Taxi, taxi!” tegen me schreeuwt. Ik moet nog flink onderhandelen over de prijs die begint bij 50.000 som maar uiteindelijk uitkomt op 22.000 som. Terwijl ik meeloop naar een onduidelijke auto denk ik, “Misschien niet zo slim dit Jen, om in de auto te stappen bij iemand van wie je helemaal niet weet of hij wel een taxichauffeur is”. Als ik instap, zit er een meisje op de passagiersstoel te giechelen. Ik word verder compleet genegeerd. De rit gaat ook allesbehalve in de richting waar ik heen moet, want het meisje moet blijkbaar eerst worden afgeleverd op de universiteit, waar vervolgens nog weer een ànder meisje wordt opgepikt die óók nog ik weet niet waar naar toe wordt gebracht, en dan ben ik het wel zo’n beetje zat en als ik een megalomane shopping mall lijkt te herkennen die op redelijke loopafstand van mijn hotel moet liggen, roep ik maar dat hij me er uit mag laten.

Ik heb geen zin meer om in de stad een restaurant te zoeken maar tegenover het hotel zit restaurant Eski, dat traditioneel Oezbeeks moet zijn en er zó leuk uitzag op google, maar ik word ergens in een aparte tl-verlichte zijkamer van het restaurant gezet waar het veelste warm is (gelukkig heb ik een waaier), naast twee Duitse jongens, die om bier vragen maar ‘geen alcohol’ krijgen te horen. De bediening is wederom heel apart. Als het flesje water wordt gebracht, vraagt de ober: “Will you please feel if the temperature is allright?”, waarna hij de fles met de achterkant/onderkant naar me toe steekt, niet eens met het etiket aan de vóórkant, wat ik dan dubbel vreemd vind, het is eigenlijk fout op fout. De condens staat er op. Eerst begrijp ik niet wat hij wil, dus hij moet de vraag nog een keer herhalen, hij is er echt serieus op, dat ik een check doe of de temperatuur van het water wel in orde en van acceptabel niveau is, dus ik leg m’n vingers voor de vorm maar even op de fles en zeg dat het fantastisch is, wat een flauwekul, kom gewoon dóór met die kaart. Terwijl ik wacht om mijn bestelling door te geven krijgt één van de Duitse jongens zijn bestelling al en begint maar te eten. Ik bestel natuurlijk de beroemde plov die ook hier op de kaart staat, en de ober zegt: “Aahhh I’m sorry, no more plov”, dus het wordt maar weer iets van een lamsspies, en een alcoholvrije cocktail, die oprecht ook héél lekker is, en als ik zit te eten, zie ik dat de Duitse jongen nèt zijn bestek op zijn bord legt, en zijn vriend nèt zijn bestelling krijgt voorgeschoteld.

Bij het afrekenen vraag ik het maar aan de watertemperatuurober, “You know this is the third time I wanted to order plov, but there isn’t any. Do maybe know where I can eat it for sure?” “Ah yes, if you want to have the best plov you should go to Ziplov, but you should go at lunch time, not in the evening”, antwoordt de ober. “Ziplov?”, vraag ik terwijl ik m’n telefoon erbij haal en op Google Maps ‘Ziplov’ intyp. De ober kijkt mee. “No, no”, zegt hij, “ZE plov, ZE plove, like the english ZE!” “Ah!”, roep ik, en type The Plov in. Ik vind het meteen. Het ligt pal naast de sovjet-bazaar.

Pauwen

Ik sliep gelukkig als een os ook al voelden mijn voeten alsof ze bij de enkels waren afgezaagd. Echt heerlijk, zo sliep ik. Extra lang uitgeslapen. Ochtend eerst rustig ontbijtje gedaan, even het tekort van de vorige dag aangevuld en wat vitaminen, want ik moet zeggen, het is wel een goed ontbijt in het hotel, met bloemkool, broccoli, friet, en rodekoolsalade en al. Ook heel veel fruit waar ik me bijzonder aan tegoed doe, en ook maar wat broccoli en een gekookt ei. En echte bonenkoffie, wat een geluk!

Naar de Siyob bozori (markt) gelopen. Het is een grote overdekte markt, wel toeristisch, maar toch ook authentiek. Ik zie groenten en kruiden die ik nog nooit heb gezien, in de meest intense kleuren en geuren. De vrouwen dragen (hier, maar ook in de rest van de stad) een doek om het hoofd geknoopt en zijn veelal gekleed in tweedelige sets van losse broek en tuniek in dezelfde stof. Wat ik heel graag wil is een zakje gedroogde moerbei, maar laat ik die nou nèt niet kunnen vinden, ik loop letterlijk wel vijf keer dat hele complex over, totdat iemand me er heen brengt. Ik loop daar verder heel de middag rond. Gedroogde aardbeien gekocht. En een boodschappentas gemaakt van een graanzak. En een babykamelenharen zelfgebreide (lace) sjaal van een oud vrouwtje dat in de schaduw van de ingang staat. Ik vermoedde dat het gewoon acryl zou zijn uit China of Kirgizië. Maar dat blijkt toch niet zo te zijn als ik het terug in het hotel aan een nadere inspectie en de brandtest onderwerp. Het is echt zelfgemaakt! en echt babykamelenhaar! Ik had me eigenlijk voorgenomen niets te kopen wat ik zelf kan breien, maar nu heb ik een sjaal gebreid door een Oezbeekse zuster in de breielarij!

Voor het eten loop ik ‘s avonds vlak voor zonsondergang 15 minuten het Registon plein over naar een restaurant met een dakterras. Het heeft een prachtig uitzicht op de oude stad, en zelfs wijn! Het is wel heel gek, dit moet een ‘goed’ restaurant zijn, maar de bediening is een beetje in de war denk ik, als je rijst als bijgerecht bestelt, krijg je eerst de rijst, dan 10 minuten later bestek, dan als het zeker is dat de rijst volledig is afgekoeld het hoofdgerecht, waar trouwens ook geen stukje brood van af kan. Ze zijn echt wel erg lief, daar wil ik niets aan af doen, maar een beetje oostblok-achtig gevoel geeft het wel. Misschien komt het ook wel door dat ik een beetje stress heb voor de treinreis morgen, dat mijn acceptatiedrempel voor onverwachte dingen wat hoger ligt, met andere woorden, ik word er een beetje chagrijnig van. Maar dat komt ook omdat ik na de markt de hele toer van gisteren nog dunnetjes heb over gedaan bij daglicht, de energie is er een beetje uit zegmaar.

Terug in het hotel kan ik na een douche nog lekker even schrijven op het balkon met een glaasje ‘7up mojito’, waar ik het flesje tequila doorheen heb gegooid. Het is echt wel genieten, zo stil en koel, in dit hotel dat er uit ziet als een karavanseray: boven is voor de gasten, beneden voor de paarden en de handel, zo was het al in de middeleeuwen en zo werden huizen en hotels nog eeuwenlang gebouwd. De gids vertelde me dat families zo gehecht waren aan hun privacy, dat toen huizen niet meer gebouwd werden als een vierkant met een hofje maar gewoon als een blok, ze er alsnog automatisch een muur omheen bouwden, vandaar dat je in alle straten nog steeds tegen een buitenmuur aan kijkt, en je nooit een tuin zal zien vanaf de straat.

Op die avond bedenk ik me ook ineens dat ik misschien ook in Buchara wel aan twee dagen genoeg heb (nou ja, uiteindelijk is het nooit genoeg natuurlijk, maar als je je tot de historische hoogtepunten beperkt zeg maar), en of ik dan misschien niet moet proberen toch een dagje Khiva mee te pakken. Khiva moet nog een karakteristiek karavaanstad-uiterlijk hebben waarin je je in de 15e eeuw zou wanen. Het staat daarom ook op de Unesco Werelderfgoedlijst. Het kàn. Alleen, dan moet ik dus niet heel m’n koffer leeggooien zometeen. En ongeveer €100 extra kosten maken. Maar dat is ook het probleem niet. Ga ik kaartjes voor de trein kunnen krijgen, is wel de vraag. De kaartjes die ik nu heb, had ik al twee maanden van te voren gekocht. Oezbeekse treinkaartjes zijn berucht niet verkrijgbaar op de dag dat je ze nodig hebt. Vanaf nu begint een ongecontroleerde twijfelmarathon die duurt tot het allerlaatste mogelijke moment. Moet ik naar Khiva gaan ja of nee? En dat ging ongeveer zo:

Dan zit ik dus 8 uur van deze week extra in de trein, dus in totaal 16 uur. Da’s feitelijk een dag die ik niet aan iets ander kan besteden.

Maar dat is wel lekker in de trein zitten, van het landschap genieten en een beetje breien.

Maar als ik het doe, dan heb ik nog niet eens een dag om Khiva te zien. Beetje zonde van die reistijd. Maar het is dan wel de beste tijd van de dag. En het is tenminste íets.

Maar het hoeft er niet per se óók nog bij. Je ziet op zo’n reis toch alleen de parels. Je kan niet àlles zien.

Maar, als je alleen de parels ziet, waarom dan niet tòch naar de parel Khiva.

Maar als ik in Buchara blijf, wat ga ik daar dan nog zien, wat valt er nog meer te zien dan wat ik in een dag kan zien. De hamam. Ik kan dan niet naar de hamam. Of, ik moet die op dezelfde dag plannen als de tour die ik al heb geboekt.

Er is altijd wel iets dat je niet hebt gezien of gedaan waar je spijt van hebt. Welke reis je ook onderneemt, je komt daar altijd pas achter op het moment dat je er al bent, en dan meestal op het moment dat je bijna weggaat. Omdat je nooit alles van te voren kan weten. Misschien moet dat maar Khiva zijn dan.

En, als ik naar Khiva ga, dan ben ik om 12u terug in Buchara en die trein naar Samarkand gaat pas om 18:00, wat ga ik dan al die tijd doen, met die koffer? Maar, maakt dat iets uit, ik heb dan in elk geval Khiva gezien.

Ik denk trouwens dat mooie reiservaringen vooral zijn voorbehouden aan de ja-zeggers. Er zijn ja-zeggers en nee-zeggers in de wereld. Mensen die niks lusten dat ze niet kennen en de grenzen niet over komen omdat de gedachte aan alles dat er mis kan gaan ze belemmert, en mensen die willen proberen en die gedachten wegvegen met “er is altijd wel een oplossing” of “hoe dan ook kom ik wel thuis”. Dus ja, we gaan naar Khiva!

Kan ik überhaupt nog wel een kaartje krijgen voor de trein. Weet je wat, ik probeer het gewoon. Eerst het kaartje van Khiva naar Buchara dan, dan kom ik in èlk geval terug, en in het ergste geval ben ik €25 kwijt als het kaartje voor de heenreis niet lukt. Shit, het lukt niet. Echt niet? Nog een keer proberen. Shit, geen kaartjes meer. Okee nou klaar dan, that’s it, niet langer tijd aan besteden dan. Of zal ik het nog één keer proberen?

En dit dan drie dagen lang.

Woensdag

Slapen deed ik niet, maar dat gaf niet, want het was toch een reisdag, vandaag op weg naar de stad van de wetenschap, Buchara. Die Yandex is trouwens weer fantastisch, het is nog wel even cash afrekenen in de auto totdat ik heb uitgevogeld hoe het werkt met m’n creditcard want die deed het nog niet, maar wat kan het schelen want ik heb nog voor geen rit meer dan 26.000 som betaald (€1,86), voor een kop koffie betaal ik drie keer zo veel, heel vreemd. Hoewel ook wel vrij snel duidelijk is dat de helft van het verkeer uit taxi’s bestaat, en mijn god wat is de lucht smerig, zwaar van de uitlaatgassen, die bij deze temperaturen lekker op straat blijft hangen.

Zo kon ik supersnel naar het station om om 12:00 uur de trein naar Bukhara te pakken. Ik was er natuurlijk veel te vroeg want overal wordt geadviseerd om een uur van te voren aanwezig te zijn maar dat is helemaal niet nodig want denk je dat die trein te vroeg zal vertrekken?

Als ik met koffie aan een tafeltje zit, komt naast me een oudere man zitten die in gebrekkig engels even in gesprek is met een Oezbeeks. Duidelijk ook een toerist. Even kijken of hij misschien iets weet van treinkaartjes naar Khiva. Ik begin in het Engels, maar het blijkt een Nederlander te zijn. Ook hij heeft geworsteld met de kaartjes. “Ik ben vrij slecht voorbereid op reis gegaan”, zegt hij. “Ik laat het een beetje afhangen van wat er beschikbaar is, je moet een beetje geluk hebben.” Geluk, daar hou ik niet van. Net als verrassingen. Ik ben dus ook opgelucht als de trein netjes op tijd komt binnenrollen, ik er ook nog in mag, en een stoel bij het raam heb geconfiskeerd, en naast een Turks meisje blijkt te zitten dat bij een Turks meisje hoort dat àchter me zit, en ik dus in het Turks hakkelend vraag of ze bij elkaar willen zitten, waardoor ze beginnen te lachen en een heel gesprek ontstaat over waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan, en ik ook nog even overhoord word in het Turks, want ze geloven niet dat ik ècht een paar woorden Turks spreek.

Het is een heerlijke treinreis, door een plat landschap dat er uit ziet als de Flevopolder, ik kan een beetje breien en ik slaap zelfs nog even.

Op het station van Buchara staat een zee van taxichauffeurs te wachten waar ik probeer door heen te lopen met de yandex app in mijn hand, en na ongeveer 50 meter roept een van hen dat yandex hier niet komt, en zie ik op de app dat er 30 wachtenden vóór me zijn dus ik besluit toch maar om tegen een van die mannen okee te zeggen, maar niet zonder te onderhandelen over de prijs, die begint bij 100.000 som, wat ik onacceptabel vind (€10, waar hebben we het over) maar we komen uiteindelijk uit op 50.000 som, wat nog het dubbele is van een normale taxirit. Ik kom er namelijk achter dat die 30 wachtenden binnen no time weg zijn, en ik gewoon 10 minuten had kunnen wachten en voor de normale ritprijs van 26.000 som had kunnen gaan, maar ja. “If it’s ok, I want to ask one more passenger”, zegt hij, en dat is wmb prima. Dat blijkt na niet al te lang twee jonge mensen uit Kazachstan te zijn, een Russisch uitziende jongeman en een meer etnisch uitziend meisje. Ik heb meteen al weer een vooroordeel wat helemaal niet blijkt te kloppen want het zijn twee heel aardige leuke mensen, waarmee ook weer een heel leuk gesprekje ontstaat en we horen meteen de taxichauffeur uit over waar we moeten gaan eten. We moeten natuurlijk plov (palov) eten want naast samsa mag je Oezbekistan niet verlaten zonder plov te hebben gegeten, een soort pilav inderdaad, rijst met een soort wortelen en veel stoofvlees erop, en die moet dan gegeten worden bij Ziplov, Zeplov ofzoiets.

Na 25 minuten ongeveer word ik aan de kant van de weg uit de auto gezet, ongemerkt zijn we al in het oude centrum beland en sta ik voor een eeuwen oude karavanseray, hotel Amulet, waar ook eeuwen oude dikke houten deuren toegang geven tot een zeshoekig binnenplaatsje, waar ook weer stokoude geornamenteerde deuren met donker ijzeren beslag op uitkomen. Ik word door de eigenaar begroet en die wijst me naar mijn kamer. Ik moet bukken om een smalle stenen wenteltrap op te lopen naar de eerste verdieping, waar ik een zo’n krakende dubbelen houten deur in mag en ook weer moet bukken, zo laag is hij. Ik ben helemaal aan het sudderen van genot zo ondergedompeld in meer dan 500 jaar geschiedenis van de zijderoute, en dan nog wel in de parel van de wetenschappelijke wereld waar de meeste madrasse’s per vierkante km te vinden waren ter wereld en die ook het beste bewaard zijn gebleven.

In de kamer, waar ik wel rechtop kan staan, denk je ook dat je in een andere tijd bent beland, het is er bovendien heerlijk koel, want natuurlijk wel airconditioning. De vloeren zijn van grijze steen met kelimtapijten erop, en een grote houten ijzerbeslagen dekenkist, de lemen muren zijn wel een halve arm dik, en de balken in het plafond zo oud dat ze wel versteend lijken. Beetje verouderde badkamer, maar prima, fijne douche. Het is echt een duizend-en-een-nacht sprookjesachtig verblijf, en verrassend stil voor de plek waar het staat. En op 5 minuten lopen van het oude centrum van Buchara!

Wat wel een beetje jammer is, is dat er niet twee bedden in staan die naast elkaar kunnen, maar twee die haaks op elkaar staan en zo loeizwaar dat ze niet zijn te verschuiven, bovendien is de ene 30cm kleiner dan de andere, wat heel vreemd is, wat was nou weer de gedachte hier achter, en, ik had toch duidelijk een dubbel bed geboekt, en, nu kan ik dus 3 dagen niet slapen. Ik ben gewoon niet meer gewend aan eenpersoonsbedden, eigenlijk heb ik gewoon 2m² nodig met vijf kussens maar ja. Nu moet ik dus tijd besteden aan de beslissing of ik naar de eigenaar moet gaan en om een andere kamer vraag, of dat ik het erbij laat en maar onderdeel van de charme laat zijn, het zijn tenslotte maar drie nachten. Ik laat het erbij.

Eerst even lekker douchen en andere kleren aan. In deze woestijnhitte douche en verkleed ik me zo’n 3x per dag, dus heel veel schoons zit er niet meer bij, maar de linnen shirtjes die ik uitspoel zijn wèl in een paar uurtjes helemaal droog.

Ik loop meteen maar het oude centrum in op zoek naar een restaurant voor straks, en de eerst bocht die ik om ga sta ik meteen oog in oog met de Nodir Devonbegi madrassa, niet de oudste maar wel een spectaculair prachtige en unieke madrassa. Het verhaal gaat dus dat deze gebouwd werd door Nodir Devonbegi, alleen, die was helemaal geen madrassa aan het bouwen, maar een hotel (een karavanseray), alleen, bij de opening in 1623 had hij allemaal belangrijke mensen uitgenodigd voor een feestje, waaronder ook de belangrijkste man van Buchara, zegmaar de burgemeester, Imam Quli Khan, en die vond het allemaal prachtig, maar die zei in z’n speech hoe geweldig hij de madrassa vond, en nu voelde Nodir zich uit een soort schaamte verplicht om er stante pede een madrassa van te maken, om zo Imam Quli het gezichtsverlies te besparen. Afijn allemaal gedoe, en nu staat er een ongelofelijk prachtige, tere en unieke madrassa die z’n weerga niet kent, al was het alleen maar vanwege het feit dat je in de islam geen levende wezens màg afbeelden, en hier twee enorme pauwen gemozaïekt zijn boven de toegangspoort. Maar dat komt dus omdat het eigenlijk een hotel was.

Ik ga nog een beetje de buurt verkennen, en loop door oude smalle gele straatjes met veel souvenirwinkeltjes en koffiehuizen en boetiekjes met vooral veel polyester dat voor zijde moet doorgaan, en de joodse buurt met art galeries en kleine aquarelletjes met hartverscheurend mooie afbeeldingen van kamelen en karavanen bij zonsopgang in pastelkleuren.

Alhoewel ik helemaal kapot ben zal ik toch ook iets moeten eten en dat ga ik maar doen bij Lavi Hauz (“havuz” is bad/zwembad in het Turks, die v is eigenlijk een w en spreek je bijna niet uit, en het restaurant ligt inderdaad aan een vierkante vijver). Het is vlakbij, en zo te zien heel populair, want in ieder geval de plekken rondom de vijver zijn allemaal bezet. Het is inmiddels al bijna donker. Ik mag op een balkon gaan zitten wat dan wel weer een mooi overzicht geeft. Het is alleen wel heel toeristisch merk ik, en heel veel jonge obers zijn druk met rondrennen en eigenlijk vanalles behalve mij te vragen of ik misschien iets wil drinken. Uiteindelijk lukt het toch om de aandacht te trekken en ik vraag natuurlijk om de beroemde plov. “Aaahhh I’m sorry, no more plov”, zegt de ober, dus het wordt iets anders wat ik niet meer weet, maar wat ik nog wel weet is dat ik als bijgerecht rijst bestel, en dat blijkt dat het gerecht zelf al voor de helft bestaat uit rijst, waardoor ik denk, “Waarom zeg je er dat nou niet even bij, zie ik er uit alsof ik in m’n eentje voor twee personen rijst weg ga werken?”. Maar ja laten we eerlijk zijn, misschien ook wel, misschien denken ze, van die rare toeristen kan je vanalles verwachten. Afijn ik ben er, omdat ik zo moe ben, al weer helemaal chagrijnig van, dus terwijl nog twee keer de elektriciteit in heel de wijk uitvalt en de mensen beneden echt helemaal geen kont meer zien (ik wel want ik heb een kaarsje op tafel) en beginnen te juichen alsof er vuurwerk is, werk ik zo snel mogelijk door mijn bord heen totdat ik gewoon genoeg heb en de rekening kan betalen.

En laat de wijnwinkel tegenover het hotel nou ook nog open zijn, er staan iets van 6 soorten onduidelijke rode wijn op een plank (iets van €10), dus daar neem ik er een van mee en verheug me al helemaal op de rest van de avond gewoon even in mijn coconnetje kruipen en lekker schrijven met een wijntje.

The Garden of the Blessed: Samarkand

Om kort te gaan: om 4:00 (1:00 NL, 2:00 TU tijd) kwam ik aan in Samarkand, the Pearl of the Muslim World, The Golden City, the Mirror of the World, the Rome of the East. De zon kwam net op. Wachtend op mijn koffer wisselde ik meteen maar even €100 en ik ben in één klap miljonair, wat ook wel eens leuk is, want €1 is iets van 13.000 ’som’. Ik merk dat ik skills zal moeten leren om mijn territorium te beschermen als ik ooit iets geregeld wil krijgen waar een loket mee gemoeid is.

De yandex werkt nu ook meteen, waardoor ik door de schreeuwende massa taxichauffeurs heen door kan lopen naar buiten en meteen word opgehaald.

Zodra we de weg richting het oude centrum opdraaien, heb ik in een flits een haarscherpe herinnering aan Almaty, van toen ik nog zooooo wereldvreemd was, en dun. De straten zijn breed, en hard, tussen Russisch betonnen gebouwen en bomen. Verkeer raast en toetert, iedereen heeft haast. Het is alsof ik de verwondering niet nu heb, maar die van toen herbeleef. We slaan twee keer af en de straatjes worden zo smal dat je er amper meer met een auto door heen kan, totdat het ècht niet meer kan en ik zeg dat de chauffeur mag stoppen want aan het eind van zo’n onooglijk straatje zit mijn hotel, waar het koel is en de jongeman van de receptie opspringt van zijn bed dat daar gewoon tegen het bureau aan staat. Het is een fijn hotelletje, in het vierkant met een groen hofje in het midden, en aan één kant twee vierkante ledikanten met kelim kussens en een grote koperen schaal in het midden. Mijn kamer is modern met een koele marmeren vloer, airco en een regendouche. Veel tijd neem ik niet om te installeren, ik wil alleen maar douchen en slapen, en dat doe ik eigenlijk ook de rest van de ochtend en een groot deel van de middag, afgezien van het ontbijt om 9:00, en een kop koffie om een uur of 13:00.

Maar om 16:00 vertrek ik dan toch echt, voor een 4 uur lange avondwandeling vanaf 17:00 met de 25-jarige Olimjon (student/docent taalwetenschappen die nu alleen nog maar toeristische tours doet) die ik eerst weer even moest uitleggen dat ik echt alleen reis, ja ècht alleen, heb je geen man, nee, waarom niet, ik ben twee keer getrouwd geweest (zeg ik dan maar) dus nu is het klaar, finished, basta, yeter. “Maybe some day”, zegt hij nog, en dan laat ik het maar.

We zouden langs de belangrijkste monumenten, en, bleek, niet alleen er langs, maar ook er ìn, dus toch weer drie keer een kaartje kopen wat ik eigenlijk liever overdag had gedaan, maar ja. Vier uur lang lopen bleek toch ook zo bij nader inzien bestwel aan de lange kant, ook al had ik de hele dag op bed gelegen. Zonder eten. Gelukkig gingen we ook eten tijdens de wandeling. Toch? Klopt, halverwege stopten we even bij een karretje voor een samsa (werkelijk iedereen die je spreek vraagt je of je al samsa hebt gegeten) , een soort empanada waar vanalles in kan zitten maar nu lamsvlees en ui. Echt heel erg lekker en gelukkig ben ik geen grote eter… Intussen was de zon aan het onder gaan en dat gaf dan ook wel een veel goedmakend prachtig zicht op de schitterende graftombes van waarschijnlijk twee vrouwen van Timur Lenk, maar niemand weet het zeker. Het is heel rustig nu, en de zonsondergang maakt alle mozaïeke tombes nòg teerder uitkomen, alsof ze na al die honderden jaren alsnog elk moment kunnen instorten.

Dit complex van tombes op de heuvel boven Samarkand is trouwens in eerste instantie aangelegd voor de man die de islam naar dit gebied bracht, Qutham ibn Abbas, een waarachtige neef van Mohammed himself god hebbe zijn ziel, hoewel hij hier niet eens is begráven, want op een keer toen hij eens aan het bidden was, werd hij plotseling onthoofd, pakte zijn hoofd op en liep via een riool, of een put, daar wil ik even van af zijn, zó het paradijs binnen, waar hij vandaag de dag nog levend rondwaart om nooit meer te worden gezien, vandaar dat deze plaats Shah-i-Zinda heet, ‘Levende Koning’. In de eeuwen daarna bleef het een begraafplaats voor vooraanstaande, bijzondere mensen, zo zijn dus twee vertederend prachtige gebouwen gewijd aan twee favoriete vrouwen van Timur. “I mean, I said I was done with men”, zeg ik tegen Olimjon, “but I might make an exception if they built me something like this”. “Yeah, it does beat shoes and bags, doesn’t it”, lacht hij.

Het is een heerlijke tijd van de dag, de hitte heeft plaats gemaakt voor een heerlijk draaglijk koel windje. Er zijn nog veel mensen op straat, ook veel toeristen, maar het voelt niet ‘overcrowded’. Ik denk trouwens dat dit de komende jaren nog wel veel erger wordt. Wat ik me wel besef en eigenlijk heel vreselijk vind, is dat je struikelt over de ‘content creators’ en de influencers, die hele stellages bij zich hebben om zichzelf te filmen: telefoon op standaard met ring light, drie meter ervandaan tegen een oude deur aan tegen zichzelf aan het praten. Ik word er eigenlijk heel verdrietig van, je kan nergens meer lopen zonder dat je op iemands filmpje staat, het hele straatbeeld verandert er door. Het lijkt wel alsof niemand in de gaten heeft hoe ons leven langzamerhand geruïneerd wordt door technologie en ai. Verdiep je even, een uurtje van je leven maar, in hoeveel fossiele energie er gebruikt wordt, en in de nabije toekomst in explosieve mate gebruikt gáát worden door de honderden, duizenden, tienduizenden datacenters in de wereld, met alle stikstof, koolmonoxide en andere broeikasgassen van dien, waar geen windmolen of zonnepaneel ooit nog tegenop kan draaien, het is te laat. Ja, ik weet het, ik doe er zelf ook aan mee. Iedere keer als ik iets op insta zet, of op WordPress. Ik probeer het dan ook tot een minimum te beperken en in ieder geval geen plaatjes van mezelf te maken over hoe ik er in de jaren 80 uit zou hebben gezien. Wat ik trouwens nog heel goed weet en liever ook niet aan herinnerd wil worden. Delete ChatGpt. Maar afijn. We zijn inmiddels voorbij het grote Registan Plein, waar mensen wachten op de trappen totdat het neonkleurige licht aangaat dat elke charme van de originele turkooise en zandkleuren verdrinkt in kermislicht.

Eigenlijk gek trouwens dat we ook hier weer niks van weten, Timur Lenk (Tamerlane) wiens rijk op enig moment groter was dan het Ottomaanse, en zijn kleinzoon Uluğ Bek, die eigenlijk meer succesvol was als wetenschapper/astronoom dan als veldheer/krijgsman waar hij werkelijk niets van bakte. Maar zijn astronomische kennis werd in de 16e eeuw al gekopieerd in Europa. Afijn, ik was al bezig om de toer op driekwart af te breken want mijn benen konden niet meer, maar de laatste stop was het graf van Timur zelf. In het halletje naar de ingang staat een eenvoudige houten kist met draagstokken, waarin hij halverwege China hier naar toe is gesleept, omdat hij onderweg daarnaartoe stierf, terwijl hij eigenlijk China óók nog even bij zijn Garden of the Blessed wilde trekken, maar zijn manschappen er halverwege geen fiducie meer in hadden en begonnen weg te lopen, waarna hij z’n hoofd kaal schoor om te bewijzen hoe gecommitteerd hij was, maar toen prompt een hersenvliesontsteking opliep en stierf.

Ik begon nèt met het stellen van een vraag, toen we daar binnen stapten en mijn adem stokte in m’n keel van hoe mooi het was en ik vergat spontaan wat ik wilde vragen. Deze crypte is de mooiste van alle die ik heb gezien, en tegelijkertijd steekt zijn eigen graf daar volkomen tegen af in zijn eenvoud. Een zwarte rechthoekige marmeren kist, waar hij ècht onder ligt, in de crypte onder de vloer! Vóór zijn kist staat een iets grotere witte marmeren kist, die van zijn “hodja”, zijn leraar, want hij had gezegd, “Als ik sterf, begraaf me dan aan de voeten van mijn leraar”, zoveel respect had hij voor de man. Naast hem staan heel aandoenlijk twee kisten van zijn zonen, en twee heel kleine kistjes van twee kleinkinderen.

De gids weet me ondanks zijn jonge leeftijd echt bestwel veel te vertellen wat ik dus nog niet wist en is ook een gezellige kletser, ik ben trouwens alleen, dus het is echt een privétour. Na afloop nemen we heel hartelijk afscheid en drukt hij me op het hart dat hij het óók heel gezellig vond en dat ik goeie vragen stelde en een goeie leerling was. Hoe sportief hij bovendien was, bleek toen ik terug in het hotel ontdekte dat hij een Russische achternaam had, en alle uiterst ongepaste opmerkingen aan me voorbij trokken die ik had gemaakt over de Russen….

Eastward

Ik word wakker in de sultana van alle steden: Istanboel. Welke grappenmaker het heeft bedacht om een háán te houden in het toeristische epicentrum van Kadiköy, en nog wel op de dag van een Fenerbahçe derby, zal waarschijnlijk grotendeels aan de mensheid onbekend blijven, maar eigenlijk komt het wel goed uit, want dit is de enige volle dag die ik hier heb en ik ben van plan om er alles van te maken. Ik heb zó goed geslapen, ongekend gewoon, in dit geweldige hotelletje, naast het gekoesterde operagebouw uit 1925. Op loopafstand van talloze restaurantjes en cafeetjes waar ik zometeen een lekker ontbijtje ga halen. Het is een fantastisch gebouw uit 1890, het piept en kraakt aan alle kanten, de kamer is klein en op de bovenste verdieping (ik hoefde die koffer gelukkig niet zelf naar boven te schleppen), met een balkonnetje en een groen uitzicht over de tuinen die doorlopen in de Nihal Sokak.

De reis ging zo goed gisteren, ondanks dat ik eergisteren per ongeluk mijn vliegticket annuleerde en in blinde paniek een nieuw ticket moest kopen. Ik was wel vergeten om een jas mee te nemen, ik heb niet eens een vest bij me, dus misschien loop ik straks nog ergens tegen aan. Eerst was ik van plan om naar Europa te gaan, naar de overkant van de Bosporus, naar het Rümeli Hisari, waar ik al die jaren nog niet ben geweest, dat in 1452 werd gebouwd, één jaar voordat Constantinopel definitief in handen van de Turken viel. Maar nee, ik zie hem al weer aankomen, het wordt toch al heet vandaag, dat wordt weer veel te veel stress. In plaats daarvan ga ik naar Üsküdar, de wijk hierboven, waar ik zoveel jaar geleden allemaal scrubdoeken van gevlochten touw heb gekocht waarvan ik de helft nog steeds heb maar die helemaal kapotgewassen zijn met gaten, en dus vervangen moeten worden. Waarom ik die obsessie met die scrubdoeken heb weet ik niet, ze zijn gewoon zo heerlijk, natuurlijk en werken het beste van alle scubproducten die je maar kan bedenken. Ik zat laatst te denken dat ik ze zelf ook zou kunnen breien, als ik het juiste ruwe touw had, maar dat kan ik nergens vinden. Die winkel moet in een stokoud buurtje zijn met kromme straatjes wat ook helemaal leuk is. De wijk zelf, daar wordt door déze wijk een beetje op neergekeken want nogal orthodox. De wijk ligt pal aan het water en op de kadetrappen liggen in de zomer kleden en kussens waar mensen met uitzicht op de Kiz Kulesi thee drinken, en afkoelen in het briesje van de Bosporus, en als je jong genoeg bent, en een man, van hieraf in het glasheldere koele water van de Bosporus kan springen.

Ook heb ik voor vanavond een “women only” kookles bij een lokale chef-kok geboekt, en zo heb ik vanavond iets te doen en iets te eten, èn leer ik soğan kebap en bulgur soep te maken. Er stond alleen niet bij of de chef ook woman only was, maar we gaan het zien.

Hier vlakbij zit het Nazim Hikmet cultuurcentrum/restaurant/bibliotheek/biertuin die gerund moet worden door allemaal oude communisten die onder de bomen hun rakı drinken en verhalen vertellen over toen ze nog een notenboom waren in het Gülhane park. En dat ook helemaal volloopt met toeristen en lokalen voor ontbijt en bier. Zometeen even kijken of ik daar kaymak met honing kan krijgen.

Het is zo heerlijk hier, ik voel hier zittend op dit balkon ineens wat ik al die jaren hier voelde, dat er iets fijns aan kwam, dat ik weer in contact sta met alles behalve mijn eigen leven. Hoewel ik thuis het liefste thuis ben, en met intense tevredenheid op mijn 70 vierkant meter rondbeweeg, en als ik ergens anders ben, daar ook altijd weer zo snel mogelijk naar toe wil, wil ik hier lopen en lopen, alsmaar verder, totdat het weer te heet is. Het is of ik na de afgelopen dagen ook weer even op de rails loop. Niet meer op de automatische piloot als een kip zonder kop. Ik moet hier overal over nadenken, en tegelijkertijd heel bewust zijn van alles!

Geen kaymak met honing maar wel een bord vol met communistische simit, ei, tomatenhoningjam, olijven, twee kazen, yoghurt, tomaatjes en komkommer. En het is nog geeneens 11:00, en trouwens ook al helemaal stampensvol, tafeltjes vol met piepjonge mensen die zeggen, “you only love Turkey if you’re not Turkish”, en tafeltjes oude communisten. Trouwens wat me opvalt, die piepjonge mensen hier (jonge twintigers zeg maar) lijken veel volwassener te zijn dan de piepjonge mensen in Nederland, veel meer bezig met politiek en Weltschmerz en Franse literatuur. Nou hebben ze daar ook wel reden toe, maar ja, dat heeft iederéén! Want het is overal kut. (Ik moet even denken aan die ontevreden Hollanders die een woongemeenschap gingen beginnen in Portugal of Venezuela of waar was het, omdat je “het land zo lekker makkelijk kon opkopen” van de lokale bevolking.) Ze willen allemaal verhuizen naar de VS of naar Spanje, maar ze zien niet dat het daar óók kut is, want als immigrant voel je toch niet echt de politieke situatie van het land waar je dan naar toe gaat, tenzij je Nazim Hikmet heet (die ouwe communistische dichter die naar de USSR vertrok), terwijl je dan in de slipstream meteen je mooiste culturele bagage achterlaat die je al die tijd voor lief hebt genomen en niet meer ziet omdat je erin opgegroeid bent: de warme harten van de mensen, de zorg voor elkaar, het eten, de turbulente geschiedenis waarin je recente voorouders het leven hebben gelaten voor de onafhankelijkheid van de republiek. Dat soort mooie dingen. Maar trouwens waar heb ik het over. Ik zit in een communistische biertuin in Kadiköy. Hardly representatief voor de rest van het land. Ik ben weer schromelijk aan het romantiseren.

Zondag

Ik ben echt met het verkeerde been uit bed gestapt en kontchagrijnig. Om te beginnen moet ik al om 10:00 de kamer uit. En alhoewel ik om 6:00 de wekker zet, val ik weer prinsheerlijk in slaap en kom ik er pas om 8:00 uit. Dan besef ik me dat ik, bovenop dat ik me nu moet haasten (ja 2 uur, maar dat is haasten in vakantie-uren), ik ook nog helemaal niet weet wat ik met deze halve dag áán moet. Omdat het gisteren zo laat is geworden en ik teveel had gegeten en gedronken voel ik me beroerd en besteed ik van die twee uur al eerst een half uur in de badkamer. Als ik daar uit kom weet ik nog steeds niet wat ik moet gaan doen. En het is nu al warm, en die koffer is nu al te zwaar. Die moet ik eerst kwijt. Ik app Engin van het hotel of ik een paar uurtjes langer mag bijven maar hij reageert niet. Ik app hem nog een keer of ik de koffer voor een paar uur mag achter laten, maar ook na een uur nog steeds geen gehoor. Dan maar een bagage storage. Die zit gelukkig op 5 minuten loopafstand en reserveer ik met een app. Er is niemand bij de receptie dus ik moet m’n eigen koffer naar beneden slepen. Aangekomen bij de storage is die natuurlijk dicht, want het zit gewoon niet mee vandaag. “Geniet”, zegt degene bij wie ik m’n beklag doe over m’n chagrijn. “G.e.n.i.e.t. Anders ga je maar terug naar kantoor.” Ik loop maar terug naar het cafeetje dat naast het hotel zit. Daar kan ik gelukkig m’n koffer laten staan.

De rest van de dag geen tijd meer om te schrijven. Beetje gewinkeld. Lelijke hoody gekocht. Met de shuttle vanaf de kade van Kadiköy naar het vliegveld gegaan (was maar €10). Het vliegveld was verschrikkelijk. Allemaal Prada en Vuitton maar geen normale maaltijd te krijgen. Met voortuitziende blik een setje minibarflesjes vodka en tequila meegenomen. Turkish Airlines is wel geweldig. Echt bestek! En wijn!