The Garden of the Blessed: Samarkand

Om kort te gaan: om 4:00 (1:00 NL, 2:00 TU tijd) kwam ik aan in Samarkand, the Pearl of the Muslim World, The Golden City, the Mirror of the World, the Rome of the East. De zon kwam net op. Wachtend op mijn koffer wisselde ik meteen maar even €100 en ik ben in één klap miljonair, wat ook wel eens leuk is, want €1 is iets van 13.000 ’som’. Ik merk dat ik skills zal moeten leren om mijn territorium te beschermen als ik ooit iets geregeld wil krijgen waar een loket mee gemoeid is.

De yandex werkt nu ook meteen, waardoor ik door de schreeuwende massa taxichauffeurs heen door kan lopen naar buiten en meteen word opgehaald.

Zodra we de weg richting het oude centrum opdraaien, heb ik in een flits een haarscherpe herinnering aan Almaty, van toen ik nog zooooo wereldvreemd was, en dun. De straten zijn breed, en hard, tussen Russisch betonnen gebouwen en bomen. Verkeer raast en toetert, iedereen heeft haast. Het is alsof ik de verwondering niet nu heb, maar die van toen herbeleef. We slaan twee keer af en de straatjes worden zo smal dat je er amper meer met een auto door heen kan, totdat het ècht niet meer kan en ik zeg dat de chauffeur mag stoppen want aan het eind van zo’n onooglijk straatje zit mijn hotel, waar het koel is en de jongeman van de receptie opspringt van zijn bed dat daar gewoon tegen het bureau aan staat. Het is een fijn hotelletje, in het vierkant met een groen hofje in het midden, en aan één kant twee vierkante ledikanten met kelim kussens en een grote koperen schaal in het midden. Mijn kamer is modern met een koele marmeren vloer, airco en een regendouche. Veel tijd neem ik niet om te installeren, ik wil alleen maar douchen en slapen, en dat doe ik eigenlijk ook de rest van de ochtend en een groot deel van de middag, afgezien van het ontbijt om 9:00, en een kop koffie om een uur of 13:00.

Maar om 16:00 vertrek ik dan toch echt, voor een 4 uur lange avondwandeling vanaf 17:00 met de 25-jarige Olimjon (student/docent taalwetenschappen die nu alleen nog maar toeristische tours doet) die ik eerst weer even moest uitleggen dat ik echt alleen reis, ja ècht alleen, heb je geen man, nee, waarom niet, ik ben twee keer getrouwd geweest (zeg ik dan maar) dus nu is het klaar, finished, basta, yeter. “Maybe some day”, zegt hij nog, en dan laat ik het maar.

We zouden langs de belangrijkste monumenten, en, bleek, niet alleen er langs, maar ook er ìn, dus toch weer drie keer een kaartje kopen wat ik eigenlijk liever overdag had gedaan, maar ja. Vier uur lang lopen bleek toch ook zo bij nader inzien bestwel aan de lange kant, ook al had ik de hele dag op bed gelegen. Zonder eten. Gelukkig gingen we ook eten tijdens de wandeling. Toch? Klopt, halverwege stopten we even bij een karretje voor een samsa (werkelijk iedereen die je spreek vraagt je of je al samsa hebt gegeten) , een soort empanada waar vanalles in kan zitten maar nu lamsvlees en ui. Echt heel erg lekker en gelukkig ben ik geen grote eter… Intussen was de zon aan het onder gaan en dat gaf dan ook wel een veel goedmakend prachtig zicht op de schitterende graftombes van waarschijnlijk twee vrouwen van Timur Lenk, maar niemand weet het zeker. Het is heel rustig nu, en de zonsondergang maakt alle mozaïeke tombes nòg teerder uitkomen, alsof ze na al die honderden jaren alsnog elk moment kunnen instorten.

Dit complex van tombes op de heuvel boven Samarkand is trouwens in eerste instantie aangelegd voor de man die de islam naar dit gebied bracht, Qutham ibn Abbas, een waarachtige neef van Mohammed himself god hebbe zijn ziel, hoewel hij hier niet eens is begráven, want op een keer toen hij eens aan het bidden was, werd hij plotseling onthoofd, pakte zijn hoofd op en liep via een riool, of een put, daar wil ik even van af zijn, zó het paradijs binnen, waar hij vandaag de dag nog levend rondwaart om nooit meer te worden gezien, vandaar dat deze plaats Shah-i-Zinda heet, ‘Levende Koning’. In de eeuwen daarna bleef het een begraafplaats voor vooraanstaande, bijzondere mensen, zo zijn dus twee vertederend prachtige gebouwen gewijd aan twee favoriete vrouwen van Timur. “I mean, I said I was done with men”, zeg ik tegen Olimjon, “but I might make an exception if they built me something like this”. “Yeah, it does beat shoes and bags, doesn’t it”, lacht hij.

Het is een heerlijke tijd van de dag, de hitte heeft plaats gemaakt voor een heerlijk draaglijk koel windje. Er zijn nog veel mensen op straat, ook veel toeristen, maar het voelt niet ‘overcrowded’. Ik denk trouwens dat dit de komende jaren nog wel veel erger wordt. Wat ik me wel besef en eigenlijk heel vreselijk vind, is dat je struikelt over de ‘content creators’ en de influencers, die hele stellages bij zich hebben om zichzelf te filmen: telefoon op standaard met ring light, drie meter ervandaan tegen een oude deur aan tegen zichzelf aan het praten. Ik word er eigenlijk heel verdrietig van, je kan nergens meer lopen zonder dat je op iemands filmpje staat, het hele straatbeeld verandert er door. Het lijkt wel alsof niemand in de gaten heeft hoe ons leven langzamerhand geruïneerd wordt door technologie en ai. Verdiep je even, een uurtje van je leven maar, in hoeveel fossiele energie er gebruikt wordt, en in de nabije toekomst in explosieve mate gebruikt gáát worden door de honderden, duizenden, tienduizenden datacenters in de wereld, met alle stikstof, koolmonoxide en andere broeikasgassen van dien, waar geen windmolen of zonnepaneel ooit nog tegenop kan draaien, het is te laat. Ja, ik weet het, ik doe er zelf ook aan mee. Iedere keer als ik iets op insta zet, of op WordPress. Ik probeer het dan ook tot een minimum te beperken en in ieder geval geen plaatjes van mezelf te maken over hoe ik er in de jaren 80 uit zou hebben gezien. Wat ik trouwens nog heel goed weet en liever ook niet aan herinnerd wil worden. Delete ChatGpt. Maar afijn. We zijn inmiddels voorbij het grote Registan Plein, waar mensen wachten op de trappen totdat het neonkleurige licht aangaat dat elke charme van de originele turkooise en zandkleuren verdrinkt in kermislicht.

Eigenlijk gek trouwens dat we ook hier weer niks van weten, Timur Lenk (Tamerlane) wiens rijk op enig moment groter was dan het Ottomaanse, en zijn kleinzoon Uluğ Bek, die eigenlijk meer succesvol was als wetenschapper/astronoom dan als veldheer/krijgsman waar hij werkelijk niets van bakte. Maar zijn astronomische kennis werd in de 16e eeuw al gekopieerd in Europa. Afijn, ik was al bezig om de toer op driekwart af te breken want mijn benen konden niet meer, maar de laatste stop was het graf van Timur zelf. In het halletje naar de ingang staat een eenvoudige houten kist met draagstokken, waarin hij halverwege China mee hier naar toe is gesleept, omdat hij onderweg daarnaartoe stierf, terwijl hij eigenlijk China óók nog even bij zijn Garden of the Blessed wilde trekken, maar zijn manschappen er halverwege geen fiducie meer in hadden en begonnen weg te lopen, waarna hij z’n hoofd kaal schoor om te bewijzen hoe gecommitteerd hij was, maar toen prompt een hersenvliesontsteking opliep en stierf.

Ik begon nèt met het stellen van een vraag, toen we daar binnen stapten en mijn adem stokte in m’n keel van hoe mooi het was en ik vergat spontaan wat ik wilde vragen. Deze crypte is de mooiste van alle die ik heb gezien, en tegelijkertijd steekt zijn eigen graf daar volkomen tegen af in zijn eenvoud. Een zwarte rechthoekige marmeren kist, waar hij ècht onder ligt, in de crypte onder de vloer! Vóór zijn kist staat een iets grotere witte marmeren kist, die van zijn “hodja”, zijn leraar, want hij had gezegd, “Als ik sterf, begraaf me dan aan de voeten van mijn leraar”, zoveel respect had hij voor de man. Naast hem staan heel aandoenlijk twee kisten van zijn zonen, en twee heel kleine kistjes van twee kleinkinderen.

De gids weet me ondanks zijn jonge leeftijd echt bestwel veel te vertellen wat ik dus nog niet wist en is ook een gezellige kletser, ik ben trouwens alleen, dus het is echt een privétour. Na afloop nemen we heel hartelijk afscheid en drukt hij me op het hart dat hij het óók heel gezellig vond en dat ik goeie vragen stelde en een goeie leerling was. Hoe sportief hij bovendien was, bleek toen ik terug in het hotel ontdekte dat hij een Russische achternaam had, en alle uiterst ongepaste opmerkingen aan me voorbij trokken die ik had gemaakt over de Russen….