Pauwen

Ik sliep gelukkig als een os ook al voelden mijn voeten alsof ze bij de enkels waren afgezaagd. Echt heerlijk, zo sliep ik. Extra lang uitgeslapen. Ochtend eerst rustig ontbijtje gedaan, even het tekort van de vorige dag aangevuld en wat vitaminen, want ik moet zeggen, het is wel een goed ontbijt in het hotel, met bloemkool, broccoli, friet, en rodekoolsalade en al. Ook heel veel fruit waar ik me bijzonder aan tegoed doe, en ook maar wat broccoli en een gekookt ei. En echte bonenkoffie, wat een geluk!

Naar de Siyob bozori (markt) gelopen. Het is een grote overdekte markt, wel toeristisch, maar toch ook authentiek. Ik zie groenten en kruiden die ik nog nooit heb gezien, in de meest intense kleuren en geuren. De vrouwen dragen (hier, maar ook in de rest van de stad) een doek om het hoofd geknoopt en zijn veelal gekleed in tweedelige sets van losse broek en tuniek in dezelfde stof. Wat ik heel graag wil is een zakje gedroogde moerbei, maar laat ik die nou nèt niet kunnen vinden, ik loop letterlijk wel vijf keer dat hele complex over, totdat iemand me er heen brengt. Ik loop daar verder heel de middag rond. Gedroogde aardbeien gekocht. En een boodschappentas gemaakt van een graanzak. En een kamelenharen zelfgebreide (lace) sjaal van een oud vrouwtje dat in de schaduw van de ingang staat. Ik vermoedde dat het gewoon acryl zou zijn uit China of Kirgizië. Maar dat blijkt toch niet zo te zijn als ik het terug in het hotel aan een nadere inspectie en de brandtest onderwerp. Het is echt zelfgemaakt! en echt kamelenhaar! Ik had me eigenlijk voorgenomen niets te kopen wat ik zelf kan breien, maar nu heb ik een sjaal gebreid door een Oezbeekse zuster in de breielarij!

Voor het eten loop ik ‘s avonds vlak voor zonsondergang 15 minuten het Registon plein over naar een restaurant met een dakterras. Het heeft een prachtig uitzicht op de oude stad, en zelfs wijn! Het is wel heel gek, dit moet een ‘goed’ restaurant zijn, maar de bediening is een beetje in de war denk ik, als je rijst als bijgerecht bestelt, krijg je eerst de rijst, dan 10 minuten later bestek, dan als het zeker is dat de rijst volledig is afgekoeld het hoofdgerecht, waar trouwens ook geen stukje brood van af kan. Ze zijn echt wel erg lief, daar wil ik niets aan af doen, maar een beetje oostblok-achtig gevoel geeft het wel. Misschien komt het ook wel door dat ik een beetje stress heb voor de treinreis morgen, dat mijn acceptatiedrempel voor onverwachte dingen wat hoger ligt, met andere woorden, ik word er een beetje chagrijnig van. Maar dat komt ook omdat ik na de markt de hele toer van gisteren nog dunnetjes heb over gedaan bij daglicht, de energie is er een beetje uit zegmaar.

Terug in het hotel kan ik na een douche nog lekker even schrijven op het balkon met een glaasje ‘7up mojito’, waar ik het flesje tequila doorheen heb gegooid. Het is echt wel genieten, zo stil en koel, in dit hotel dat er uit ziet als een karavanseray: boven is voor de gasten, beneden voor de paarden en de handel, zo was het al in de middeleeuwen en zo werden huizen en hotels nog eeuwenlang gebouwd. De gids vertelde me dat families zo gehecht waren aan hun privacy, dat toen huizen niet meer gebouwd werden als een vierkant met een hofje maar gewoon als een blok, ze er alsnog automatisch een muur omheen bouwden, vandaar dat je in alle straten nog steeds tegen een buitenmuur aan kijkt, en je nooit een tuin zal zien vanaf de straat.

Op die avond bedenk ik me ook ineens dat ik misschien ook in Buchara wel aan twee dagen genoeg heb (nou ja, uiteindelijk is het nooit genoeg natuurlijk, maar als je je tot de historische hoogtepunten beperkt zeg maar), en of ik dan misschien niet moet proberen toch een dagje Khiva mee te pakken. Khiva moet nog een karakteristiek karavaanstad-uiterlijk hebben waarin je je in de 15e eeuw zou wanen. Het staat daarom ook op de Unesco Werelderfgoedlijst. Het kàn. Alleen, dan moet ik dus niet heel m’n koffer leeggooien zometeen. En ongeveer €100 extra kosten maken. Maar dat is ook het probleem niet. Ga ik kaartjes voor de trein kunnen krijgen, is wel de vraag. De kaartjes die ik nu heb, had ik al twee maanden van te voren gekocht. Oezbeekse treinkaartjes zijn berucht niet verkrijgbaar op de dag dat je ze nodig hebt. Vanaf nu begint een ongecontroleerde twijfelmarathon die duurt tot het allerlaatste mogelijke moment. Moet ik naar Khiva gaan ja of nee? En dat ging ongeveer zo:

Dan zit ik dus 8 uur van deze week extra in de trein, dus in totaal 16 uur. Da’s feitelijk een dag die ik niet aan iets ander kan besteden.

Maar dat is wel lekker in de trein zitten, van het landschap genieten en een beetje breien.

Maar als ik het doe, dan heb ik nog niet eens een dag om Khiva te zien. Beetje zonde van die reistijd. Maar het is dan wel de beste tijd van de dag. En het is tenminste íets.

Maar het hoeft er niet per se óók nog bij. Je ziet op zo’n reis toch alleen de parels. Je kan niet àlles zien.

Maar, als je alleen de parels ziet, waarom dan niet tòch naar de parel Khiva.

Maar als ik in Buchara blijf, wat ga ik daar dan nog zien, wat valt er nog meer te zien dan wat ik in een dag kan zien. De hamam. Ik kan dan niet naar de hamam. Of, ik moet die op dezelfde dag plannen als de tour die ik al heb geboekt.

Er is altijd wel iets dat je niet hebt gezien of gedaan waar je spijt van hebt. Welke reis je ook onderneemt, je komt daar altijd pas achter op het moment dat je er al bent, en dan meestal op het moment dat je bijna weggaat. Omdat je nooit alles van te voren kan weten. Misschien moet dat maar Khiva zijn dan.

En, als ik naar Khiva ga, dan ben ik om 12u terug in Buchara en die trein naar Samarkand gaat pas om 18:00, wat ga ik dan al die tijd doen, met die koffer? Maar, maakt dat iets uit, ik heb dan in elk geval Khiva gezien.

Ik denk trouwens dat mooie reiservaringen vooral zijn voorbehouden aan de ja-zeggers. Er zijn ja-zeggers en nee-zeggers in de wereld. Mensen die niks lusten dat ze niet kennen en de grenzen niet over komen omdat de gedachte aan alles dat er mis kan gaan ze belemmert, en mensen die willen proberen en die gedachten wegvegen met “er is altijd wel een oplossing” of “hoe dan ook kom ik wel thuis”. Dus ja, we gaan naar Khiva!

Kan ik überhaupt nog wel een kaartje krijgen voor de trein. Weet je wat, ik probeer het gewoon. Eerst het kaartje van Khiva naar Buchara dan, dan kom ik in èlk geval terug, en in het ergste geval ben ik €25 kwijt als het kaartje voor de heenreis niet lukt. Shit, het lukt niet. Echt niet? Nog een keer proberen. Shit, geen kaartjes meer. Okee nou klaar dan, that’s it, niet langer tijd aan besteden dan. Of zal ik het nog één keer proberen?

En dit dan drie dagen lang.

Woensdag

Slapen deed ik niet, maar dat gaf niet, want het was toch een reisdag, vandaag op weg naar de stad van de wetenschap, Buchara. Die Yandex is trouwens weer fantastisch, het is nog wel even cash afrekenen in de auto totdat ik heb uitgevogeld hoe het werkt met m’n creditcard want die deed het nog niet, maar wat kan het schelen want ik heb nog voor geen rit meer dan 26.000 som betaald (€1,86), voor een kop koffie betaal ik drie keer zo veel, heel vreemd. Hoewel ook wel vrij snel duidelijk is dat de helft van het verkeer uit taxi’s bestaat, en mijn god wat is de lucht smerig, zwaar van de uitlaatgassen, die bij deze temperaturen lekker op straat blijft hangen.

Zo kon ik supersnel naar het station om om 12:00 uur de trein naar Bukhara te pakken. Ik was er natuurlijk veel te vroeg want overal wordt geadviseerd om een uur van te voren aanwezig te zijn maar dat is helemaal niet nodig want denk je dat die trein te vroeg zal vertrekken?

Als ik met koffie aan een tafeltje zit, komt naast me een oudere man zitten die in gebrekkig engels even in gesprek is met een Oezbeek. Duidelijk ook een toerist. Even kijken of hij misschien iets weet van treinkaartjes naar Khiva. Ik begin in het Engels, maar het blijkt een Nederlander te zijn. Ook hij heeft geworsteld met de kaartjes. “Ik ben vrij slecht voorbereid op reis gegaan”, zegt hij. “Ik laat het een beetje afhangen van wat er beschikbaar is, je moet een beetje geluk hebben.” Geluk, daar hou ik niet van. Net als verrassingen. Ik ben dus ook opgelucht als de trein netjes op tijd komt binnenrollen, ik er ook nog in mag, en een stoel bij het raam heb geconfiskeerd, en naast een Turks meisje blijkt te zitten dat bij een Turks meisje hoort dat àchter me zit, en ik dus in het Turks hakkelend vraag of ze bij elkaar willen zitten, waardoor ze beginnen te lachen en een heel gesprek ontstaat over waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan, en ik ook nog even overhoord word in het Turks, want ze geloven niet dat ik ècht een paar woorden Turks spreek.

Het is een heerlijke treinreis, door een plat landschap dat er uit ziet als de Flevopolder, ik kan een beetje breien en ik slaap zelfs nog even.

Op het station van Buchara staat een zee van taxichauffeurs te wachten waar ik probeer door heen te lopen met de yandex app in mijn hand, en na ongeveer 50 meter roept een van hen dat yandex hier niet komt, en zie ik op de app dat er 30 wachtenden vóór me zijn dus ik besluit toch maar om tegen een van die mannen okee te zeggen, maar niet zonder te onderhandelen over de prijs, die begint bij 100.000 som, wat ik onacceptabel vind (€10, waar hebben we het over) maar we komen uiteindelijk uit op 50.000 som, wat nog het dubbele is van een normale taxirit. Ik kom er namelijk achter dat die 30 wachtenden binnen no time weg zijn, en ik gewoon 10 minuten had kunnen wachten en voor de normale ritprijs van 26.000 som had kunnen gaan, maar ja. “If it’s ok, I want to ask one more passenger”, zegt hij, en dat is wmb prima. Dat blijkt na niet al te lang twee jonge mensen uit Kazachstan te zijn, een Russisch uitziende jongeman en een meer etnisch uitziend meisje. Ik heb meteen al weer een vooroordeel wat helemaal niet blijkt te kloppen want het zijn twee heel aardige leuke mensen, waarmee ook weer een heel leuk gesprekje ontstaat en we horen meteen de taxichauffeur uit over waar we moeten gaan eten. We moeten natuurlijk plov (palov) eten want naast samsa mag je Oezbekistan niet verlaten zonder plov te hebben gegeten, een soort pilav inderdaad, rijst met een soort wortelen en veel stoofvlees erop, en die moet dan gegeten worden bij Ziplov, Zeplov ofzoiets.

Na 25 minuten ongeveer word ik aan de kant van de weg uit de auto gezet, ongemerkt zijn we al in het oude centrum beland en sta ik voor een eeuwen oude karavanseray, hotel Amulet, waar ook eeuwen oude dikke houten deuren toegang geven tot een zeshoekig binnenplaatsje, waar ook weer stokoude geornamenteerde deuren met donker ijzeren beslag op uitkomen. Ik word door de eigenaar begroet en die wijst me naar mijn kamer. Ik moet bukken om een smalle stenen wenteltrap op te lopen naar de eerste verdieping, waar ik een zo’n krakende dubbelen houten deur in mag en ook weer moet bukken, zo laag is hij. Ik ben helemaal aan het sudderen van genot zo ondergedompeld in meer dan 500 jaar geschiedenis van de zijderoute, en dan nog wel in de parel van de wetenschappelijke wereld waar de meeste madrasse’s per vierkante km te vinden waren ter wereld en die ook het beste bewaard zijn gebleven.

In de kamer, waar ik wel rechtop kan staan, denk je ook dat je in een andere tijd bent beland, het is er bovendien heerlijk koel, want natuurlijk wel airconditioning. De vloeren zijn van grijze steen met kelimtapijten erop, en een grote houten ijzerbeslagen dekenkist, de lemen muren zijn wel een halve arm dik, en de balken in het plafond zo oud dat ze wel versteend lijken. Beetje verouderde badkamer, maar prima, fijne douche. Het is echt een duizend-en-een-nacht sprookjesachtig verblijf, en verrassend stil voor de plek waar het staat. En op 5 minuten lopen van het oude centrum van Buchara!

Wat wel een beetje jammer is, is dat er niet twee bedden in staan die naast elkaar kunnen, maar twee die haaks op elkaar staan en zo loeizwaar dat ze niet zijn te verschuiven, bovendien is de ene 30cm kleiner dan de andere, wat heel vreemd is, wat was nou weer de gedachte hier achter, en, ik had toch duidelijk een dubbel bed geboekt, en, nu kan ik dus 3 dagen niet slapen. Ik ben gewoon niet meer gewend aan eenpersoonsbedden, eigenlijk heb ik gewoon 2m² nodig met vijf kussens maar ja. Nu moet ik dus tijd besteden aan de beslissing of ik naar de eigenaar moet gaan en om een andere kamer vraag, of dat ik het erbij laat en maar onderdeel van de charme laat zijn, het zijn tenslotte maar drie nachten. Ik laat het erbij.

Eerst even lekker douchen en andere kleren aan. In deze woestijnhitte douche en verkleed ik me zo’n 3x per dag, dus heel veel schoons zit er niet meer bij, maar de linnen shirtjes die ik uitspoel zijn wèl in een paar uurtjes helemaal droog.

Ik loop meteen maar het oude centrum in op zoek naar een restaurant voor straks, en de eerst bocht die ik om ga sta ik meteen oog in oog met de Nodir Devonbegi madrassa, niet de oudste maar wel een spectaculair prachtige en unieke madrassa. Het verhaal gaat dus dat deze gebouwd werd door Nodir Devonbegi, alleen, die was helemaal geen madrassa aan het bouwen, maar een hotel (een karavanseray), alleen, bij de opening in 1623 had hij allemaal belangrijke mensen uitgenodigd voor een feestje, waaronder ook de belangrijkste man van Buchara, zegmaar de burgemeester, Imam Quli Khan, en die vond het allemaal prachtig, maar die zei in z’n speech hoe geweldig hij de madrassa vond, en nu voelde Nodir zich uit een soort schaamte verplicht om er stante pede een madrassa van te maken, om zo Imam Quli het gezichtsverlies te besparen. Afijn allemaal gedoe, en nu staat er een ongelofelijk prachtige, tere en unieke madrassa die z’n weerga niet kent, al was het alleen maar vanwege het feit dat je in de islam geen levende wezens màg afbeelden, en hier twee enorme pauwen gemozaïekt zijn boven de toegangspoort. Maar dat komt dus omdat het eigenlijk een hotel was.

Ik ga nog een beetje de buurt verkennen, en loop door oude smalle gele straatjes met veel souvenirwinkeltjes en koffiehuizen en boetiekjes met vooral veel polyester dat voor zijde moet doorgaan, en de joodse buurt met art galeries en kleine aquarelletjes met hartverscheurend mooie afbeeldingen van kamelen en karavanen bij zonsopgang in pastelkleuren.

Alhoewel ik helemaal kapot ben zal ik toch ook iets moeten eten en dat ga ik maar doen bij Lavi Hauz (“havuz” is bad/zwembad in het Turks, die v is eigenlijk een w en spreek je bijna niet uit, en het restaurant ligt inderdaad aan een vierkante vijver). Het is vlakbij, en zo te zien heel populair, want in ieder geval de plekken rondom de vijver zijn allemaal bezet. Het is inmiddels al bijna donker. Ik mag op een balkon gaan zitten wat dan wel weer een mooi overzicht geeft. Het is alleen wel heel toeristisch merk ik, en heel veel jonge obers zijn druk met rondrennen en eigenlijk vanalles behalve mij te vragen of ik misschien iets wil drinken. Uiteindelijk lukt het toch om de aandacht te trekken en ik vraag natuurlijk om de beroemde plov. “Aaahhh I’m sorry, no more plov”, zegt de ober, dus het wordt iets anders wat ik niet meer weet, maar wat ik nog wel weet is dat ik als bijgerecht rijst bestel, en dat blijkt dat het gerecht zelf al voor de helft bestaat uit rijst, waardoor ik denk, “Waarom zeg je er dat nou niet even bij, zie ik er uit alsof ik in m’n eentje voor twee personen rijst weg ga werken?”. Maar ja laten we eerlijk zijn, misschien ook wel, misschien denken ze, van die rare toeristen kan je vanalles verwachten. Afijn ik ben er, omdat ik zo moe ben, al weer helemaal chagrijnig van, dus terwijl nog twee keer de elektriciteit in heel de wijk uitvalt en de mensen beneden echt helemaal geen kont meer zien (ik wel want ik heb een kaarsje op tafel) en beginnen te juichen alsof er vuurwerk is, werk ik zo snel mogelijk door mijn bord heen totdat ik gewoon genoeg heb en de rekening kan betalen.

En laat de wijnwinkel tegenover het hotel nou ook nog open zijn, en laat die nou ook nog sigaretten verkopen, nou ja, er staan iets van 6 soorten onduidelijke rode wijn op een plank (iets van €10), en 4 soorten sigaretten (iets van €1,84) waarvan ik alleen Lucky Strike herken, dus ik neem van allebei een mee en verheug me al helemaal op de rest van de avond gewoon even in mijn coconnetje kruipen en lekker schrijven met een wijntje en een sigaret.

Plaats een reactie