Einde verhaal


Dus… Er zou om 11:00 op deze laatste dag een een bootje vertrekken naar Kelebekler vadısı, Butterfly Valley, dus de keuze was nog even in de bloedverziekende hitte naar Fethiye om te winkelen, of snorkelen in Butterfly Valley. Ik moest nogal opschieten maar ik haalde het net. Hup, ik met die tekne mee. Tussen alle onvoorstelbaar pompeuze drijvende kermissen van dagtoerboten, leek dit meer op een vluchtelingenboot, er werden alsmaar meer mensen op gepropt, overigens alleen maar Turken en Russen, maar alles ging goed die veertig minuten naar de legendarische Vlindervallei. Onderweg werd gezegd dat ze na ongeveer anderhalf uur naar de şelale zouden gaan wandelen, kan ik toch even het Nederlandse woord niet vinden, waterval. De Butterfly Valley is echt een prachtige idyllische plek, traditioneel door de Turken vernacheld tot kermisattractie, maar ik ben dan wel een beetje streng. Stel je twee reusachtige rotsen voor, echt ontzagwekkend hoog en steil en van keihard marmer, met onderaan een driehoekige vallei, met aan het eind daarvan een strandje van zand en grind en stenen, en het mooiste water dat je ooit hebt gezien. Alle geluiden echoën door de groene vallei, er is alleen een onherbergzaam looppad naar toe, anderszins kan je er alleen met de boot komen, of met een paraglider. Er mag niks permanent gebouwd worden, er staan van oudsher maar twee kleine stenen gebouwtjes ofzo, maar je mag er wel kamperen, en van doeken en triplex en bamboe zijn links en rechts van het strand een paar schamele hipster eettentjes gemaakt. Tegen de noordelijke rotsen aan, een of twee verdiepingen via rotsblokken naar boven klauteren, is een ‘disco bar’, het eerste obstakel in al deze schoonheid, die keiharde muziek aan heeft die je door de hele vallei hoort galmen. Het is een werkelijk prachtig plekje, ze hebben er ‘lounge’ banken gemaakt van bamboe en pallets met kussens erop en needless to say is het uitzicht als je hier zit over de vallei en het strand en de zee weergaloos. De hele sfeer van het strand is verder onnavolgbaar bohemien/hipster/new eighties met al die kampeerders die er rondlopen met van die harembroeken en dreadlocks en kleurige doekjes om het hoofd (mannen en vrouwen eender) en John Lennon brillen. Ik moet zeggen, het is echt leuk gedaan, afgezien van die pokkeherrie. Wat echt verschrikkelijk moet zijn voor die kampeerders, is als hier tegen een uur of 12 de toerboten aankomen, de ene nog obscener uitgedost en luidruchtiger dan de andere, hele piratenschepen maken ze ervan, met keiharde muziek, glijbanen en drie masten en ra’s en kraaiennest en piratenvlag en alles, het is werkelijk van een ongekend stuitende wansmaak en ik maak me lichtelijk zorgen over de toekomst, voorzie kabelbanen en jetskiverhuur. Maar goed, ik ben van die vluchtelingenboot afgekomen en ik zie dat niemand verder wegvlucht van de massa en aan het eind de rieten parasolletjes opzoekt, ik doe dat wèl, want zelfs het zand/grind is hier inmiddels te heet om op te lopen, je voetzolen schroeien onder je vandaan. Ik moet meteen het water in, verkoeling zoeken met mijn snorkel, het is echt heerlijk, er valt niet zo heel veel te zien, alleen een paar spiesvormige vissen. Als ik echter het water al uit ben, zie ik rechts van mij een grote ronde schaduw voorbijkomen, weet ik niet hoe snel ik mijn snorkel van het zand moet graaien en al struikelend weer opzetten en het lukt me en ik zwem zomaar achter een reusachtige schildpad aan, hij is wel 60-70 centimenter breed, ik kan hem ook nog aanraken, ik strijk met mijn vingers over de harde schild die glad is van de aangroei, en even heb ik de onbeleefdheid om de schild bij de rand vast te pakken, misschien laat hij het wel toe dat ik een stukje met hem meega, maar per ongeluk raak ik ook zijn staart aan en hij fliebert er een beetje mee en gaat er dan vandoor. Ik kan het hem niet kwalijk nemen. Maar wat een geluk heb ik weer, en niemand heeft het gezien, alleen ik, een paar kleine kinderen speelde vlakbij in het water, maar ze hadden niet in de gaten. Ondertussen ben ik trouwens al weer een aardig eind uit de kust geraakt, je hebt het echt niet in de gaten hè, als je een schilpad achterna zwemt. Tussen alle halfgare transferbootjes en protserige toerboten, komt ook een enorme shiny donkerblauwe polyester dinghy met teakdek aangevaren met twee Justin Biebers erop. Rustig zetten ze de dinghy tegen de wal en beginnen wat spulletjes uit te laden. Drie groene parasols, vier bijpassende regisseursstoeltjes, opgerolde handoekjes erop, bijpassende koelboxen ertussen. Het valt me eerst nog niet zo op, totdat de dinghy terugvaart naar een jacht van gigantische proporties, dat aan het eind van de baai voor anker ligt. Het duurt niet lang voordat de dinghy terugkomt met de Biebers en vier extra personen, die in de dinghy blijven zitten totdat ze een trapje hebben neergezet om uit te kunnen stappen. Eerst wordt een man van een jaar of zeventig geholpen om uit te stappen. Die gaat in het eerste regisseursstoeltje zitten. Dan volgt een aanzienlijk jongere vrouw, en twee kinderen van een jaar of twintig. Naast elkaar zitten ze daar, precies in het midden van het strand, stoeltjes naast elkaar in de richting van de zee. Ze zwemmen niet, lezen een boek, de jongen zit op zijn telefoon te koekeloeren. Het ziet er een beetje grotesk uit, en eenzaam, wie zijn die mensen, oliemensen? Hotelmensen? En wat een leven heb je dan, schathemeltje rijk, maar constant een legertje Biebers bij je om je stoeltje voor je neer te zetten. Nooit alleen, maar altijd eenzaam, wat verschrikkelijk. Als ik naar het jacht kijk vraagt ik me af hoeveel mensen er zouden werken, vijf? Tien?

In de hippieachtige strandhut eet ik een broodje balık ekmek (broodje vis) en loop dan achter het groepje vluchtelingen aan om de şelale te zien. Waar ik natuurlijk na twee stappen al weer spijt van heb want bloedverziekend heet, je loopt dwars door het wilde struikgewas van die vlindervallei waar alle hitte zich benéden verzamelt en er geen zuchtje wind doorheen komt, bovendien loop ik net als iedereen op slippers, niet echt het geschikt schoeisel voor een onverhard pad met stof en grind, en dan kiezels, en dan steentjes, en dan stenen, en dan f**ing rotsen. Naast me torenen de rotswanden van de vallei eindeloos hemelwaarts overhellend boven me uit, steeds dichterbijkomend als een fuik, en wáár ben ik aan begonnen. De schilderachtige bordjes ‘stilte want de vlinders slapen’, maken plaats voor ‘pas op, er kunnen stenen vallen’, op je hoofd, bedoelen ze, ik weet niet wat die bordjes voor zin hebben, je ziet die stenen niet aankomen, want ze komen van boven, en krijg je er een op je hoofd, dan ben je dood. Eén licht aardbevinkje en ik ben er geweest, één rotsblokje dat verschuift, en ik heb een heel groot probleem. Inmiddels klautert iedereen vrolijk verder alsof het een lieve lust is, door het struikgewas heen, over de gladde marmeren rotsen, en inmiddels wordt het iets koeler en hoor ik water ruisen. Tot nu toe waren alle watervallen die normaal gesproken van de bergen zouden moeten ruisen niet meer dan een paar druppels, want al weken geen regen, bedenk ik me ineens, dus het zal me benieuwen, maar ik loop maar gewoon door. Het wordt hier wel wat frisser en dat alleen al maakt dat ik toch nog wel even door wil lopen. Van een pad is al minuten lang geen enkele sprake meer, over elke stap moet worden nagedacht. De jongens voor mij geven me af en toe aanwijzingen, use hands, put foot here. Right. Inmiddels gaan we maar hoger en hoger, waar eindigt dit in vredesnaam. We passeren verschillende bordjes ‘Tehlikeli, dangerous’, jahaaaa, nu wéét ik het wel. Ook zo’n lekker Turkse voorziening, we zetten er een bordje neer maar verder zoek je het zelf maar uit. Wat eigenlijk in de basis ook het beste is, je moet de dingen niet overreguleren, we ontleren helemaal om onze eigen verantwoordelijkheid te nemen. Een kleine snelstromende beek krult een paar keer voor mijn voeten langs, het water is heerlijk koel aan mijn voeten, maar maakt mijn slippers spekglad. Eindelijk, na uren klimmen (feitelijk een minuut of tien) komen we aan op een plek waar we echt niet verder kunnen omdat de doorgang geblokkeerd wordt door een rotsblok zo groot als een vrachtwagen en waar een stralende waterval van ongeveer een meter breed van hoog boven over de groene rotsen klatert, en in een badje terecht komt. Niemand staat er onder, ik kan er rustig heen en even mijn hoofd en handen eronder steken en druppend achterom kijkend zie ik de groene rotsachtige vallei waar geen pad te bekennen is. Alsof ik in de jungle de weg ben kwijtgeraakt. Wat welbeschouwd eigenlijk ook een beetje zo is.

De terugweg is zo mogelijk nog belachelijker dan de heenweg. Over sommige rotsen kan ik me over het gladde stoffige marmer voorzichtig naar beneden laten glijden met mijn witte short. Dan weer moet ik achterstevoren mijn voeten in een piepklein uitsteekseltje zetten en mezelf aan een boom vasthouden. Ik durf niet naar beneden te kijken, wat is dit voor gekkigheid toch elke keer weer. De Russen lopen me straal voorbij, van de Turken krijg ik af en toe een lief handje. Ik mag weer even uitleggen wat ik hier in mijn eentje aan het doen ben, meestal krijg ik dan een niet begrijpende blik toegeworpen, van, ‘hoezo, in je eentje?’, maar deze hippies vinden het wel interessant. We passeren granaatappelbomen, bloemen en geiten, en halverwege het pad rukt een van de jongens een paar takjes met blaadjes van een boom (totaal geen respect voor de integriteit van de natuur, maar goed, het was lief bedoeld) en geeft die aan mij. Ik moet ze mee naar huis nemen, zegt, to cook with fish. Hij noemt de naam, ik ben het even vergeten, iets van defne ofzo, het klonk als een meisjesnaam, het ruikt inderdaad sterk, een beetje zoet, en kruidig, ik denk dat het laurier is, zo ziet het er uit. Thuis even checken.

Dichter bij het strand is er weer een pad, dat kronkelig langs de hippiecamping en de met kleurige lampionnetjes behangen bamboe-multiplex lokanta is aangelegd. Het strand is nu bijna verlaten, de toerschepen hebben het anker gelicht om in een andere baai de sfeer te verpesten, dus er is kalmte en rust.

Meteen trek ik mijn bestofte zweterige kleren uit, pak de snorkel en koel heerlijk af in dat eindeloos fijne water, alsof ik thuiskom, zo voelt het, en alsof ik niet genoeg ben verwend komt andermaal die reusachtige schildpad voorbij. Ik denk dat het dezelfde is, twee lange vissen zwemmen onder zijn buik met hem mee. Ik volg hem meteen en dit keer is er ook een andere snorkelaar bij. Hij zwemt recht achter de schildpad aan, alleen, die zwemt op het strand af, en zal op enig moment richting zee moeten afbuigen, dus ik ga er op een afstandje naast zwemmen, en het gebeurt precies zo, het beest komt nu bijna recht op me af, en ik kan hem makkelijk aanraken maar ik doe het niet. Zijn schild is lichtgroen en een klein beetje bemost, de weerkaatsing van de zon door de golven vormt er grillige lichtpatronen over. Hij zwemt nu minder dan een meter onder me, recht onder me, zo dichtbij, alsof hij het helemaal prima vindt, dat we hier met z’n tweetjes geziyoruz, hij gaat zelfs nog wat langzamer zwemmen, en samen zwemmen we stukje op, intens tevreden, hij maakt een slag met zijn poten, en ik doe hetzelfde, in hetzelfde tempo, alsof we samen in stilte een wandelingetje maken in de natuur. Na een paar minuten komt hij even boven voor lucht en moet ik zelfs even wachten om niet tegen hem aan te botsen, en dan zwemmen we samen rustig weer door. Ongemerkt zwemmen we al aardig richting open zee en dan is het wat hem betreft kennelijk tijd om afscheid te nemen, hij zakt af naar de bodem en ik verlies hem uit het oog. Ik kan niet uitleggen hoe dankbaar ik ben.

Ik gooi de snorkel nog even op het strand en duik nog even naar beneden om het water door mijn haar te voelen. Laatste keer. Ik weet dat ik er veel te hysterisch over doe, maar het is alsof ik hier alles weer achter moet laten, alsof ik straks wegga zonder mijn hart, omdat dat hier verder klopt, in dit hartverscheurende heldere water. Sorry, ik ben een jankerd voor de zee, ik weet het.

Als ik terugzwem staat er een jonge vrouw met een opblaaskano bij mijn snorkel. Ze kijkt om zich heen, dan naar de snorkel, en dan weer om zich heen, alsof ze niet weet of ze hem op moet rapen, ze kijkt er een beetje bozig bij, alsof ze denkt ‘die kl*tetoeristen die hier alles maar van zich afflikkeren (en dat is ook zo). Ik kom wat dichterbij en zeg, “Pardon, bu benim”, dat is van mij, ‘that’s mine’ zeg ik er nog achteraan. “O, right”, zegt ze glimlachend. “You can use it if you like”, zeg ik, “I just swam with a turtle”. “Ooo really”, zegt ze, “Where did you find it?” “I didnt’t find it”, zeg ik, “It found me”. We hebben een kort gesprekje en ze vertelt dat ze uit Australië komt, al vijf jaar in Turkije werkt, “there’s a whole bunch of us, we’re mostly working but sometimes they let us go swimming or kayaking”. Na wat uitwisselingen van onze reiservaringen in Turkije gaan we ieder ons weegs en realiseer ik me dat ze op dat gigantische jacht werkt, ik totaal vergat te vragen wat ik wilde weten, wie dat nou eigenlijk was, en met hoeveel mensen ze daar werken. En wat voor leven dat nou echt is.

Hoeveel mensen er op het vluchtelingentransport terug naar Ölüdeniz gaan, zie ik tien minuten later, ik schrik me dood want ze vertrekken nu en ik moet nog mee. Het zijn er nu twee keer zoveel, sommige mensen moeten zelfs staan. Dag Butterfly Valley, ik heb weer een hoop gezien, eigenlijk alles behalve vlinders.

We varen weg uit de lagune en ik zie het strand van Ölüdeniz met de paragliders erboven. Ik wil er niet over nadenken dat dit de laatste dag is. Morgen begint de bayramı en zal het hier tien keer zo druk zijn. Nu, eind van de middag is het op het strand wel rustig. Ik twijfel of ik nog iets zal eten hier op het strand, maar ik moet nog zoveel pakken, en eigenlijk ben ik er klaar mee. Ik moet er maar niet teveel bij stilstaan, als ik de vertrekpaniek toelaat ben ik hier nog tot middernacht om niks te hoeven missen. Ik gedachten loop ik de dingen even na, alles gegeten wat ik wilde eten? Kalamari, börek, pide, kuzu, balık ekmek? Check. Alles gezien, gevoeld, gedaan? Okee dan hop met de geit.

2 gedachtes over “Einde verhaal

  1. Katinka's avatar Katinka 26 juni 2017 / 18:23

    Weer erg genoten van je verhalen Jenneke, bedankt!

    • Jen's dingen's avatar Jen's dingen 26 juni 2017 / 18:24

      Bedankt lieverd, zo leuk om te horen! 😊😘

Geef een reactie op Katinka Reactie annuleren