De wolf en de splinter

Ik had zo vast en heerlijk geslapen dat ik eigenlijk helemaal niet van plan was om er uit te komen de rest van de dag, maar ik had natuurlijk een kaartje voor het Musei Capitolini om 10:00 uur, dus de wekker ging af om 7:30 zodat ik nog een beetje kon snoezen. Om een uur of 9:00 na het ontbijt op dat lieflijke terras stapte ik op de fiets. Nou, dat is een hoofdstuk apart. Het stikt in deze stad werkelijk van de elektrische fiets- en step-aanbieders en in Rotterdam gebruik ik ook de Lime wel eens, en die hebben ze hier dus ook, niet te geloven op elke hoek van de straat staan er wel een paar dus over het vervoer hoef ik me helemaal geen zorgen te maken, dat wil zeggen dat het beschikbaar is. Het is helemaal tof want op de fiets zie je in korte tijd zoveel meer, maar of het echt tof en verstandig is om hier te gaan fietsen is een ander verhaal want natuurlijk totaal geen fietspaden te bekennen en voor je het weet beland je op een soort snelweg die allemaal tunnels in gaat. Maar goed ik deed het toch, ik wist hoe ik ongeveer moest rijden maar was eigenlijk meer bezig met het ontwijken van al het andere verkeer dan dat ik om me heen kon kijken. Op een gegeven moment dacht ik, toch maar even checken waar ik eigenijk ben, en ik bleek pal naast het Largo Argentina te staan, wat ik toch al even wilde bekijken, dus dat kwam mooi uit, alleen het was helemaal afgezet met doeken omdat het werd gerestaureerd dus feitelijk zag ik er nog weinig van. Dit kleine pleintje met antieke resten is de afgelopen jaren een opvang voor zwerfkatten geweest, en dat was dus niet waarom ik het wilde bezoeken, maar omdat deze totaal vervallen plek de plaats is waar Julius Caesar is vermoord, en ik het compleet onbegrijpelijk vind dat het zo is verwaarloosd en verloederd en niemand er oog voor lijkt te hebben, maar afijn dus nu restauratie. Het heeft iets magisch toch, zo’n plek, met zo’n belangrijke geschiedenis met allemaal intriges en verraad met gigantische consequenties voor de geschiednis van het Romeinse rijk. Een opvangplek voor zwerfkatten. Heel gek.

Daarna was het nog maar een paar honderd meter met doodsverachting naar het plein voor het Musei Capitolini, waar ik die fiets ergens neerzette en verder naar boven ging lopen, over de trappen en het plein die Michelangelo had ontworpen. Bovenaan, voor het Palazzo Senatorio wordt de bezoeker herinnerd aan de twee riviergoden van de Nijl en de Tiber, alleen is die van de Tiber met die nogal fallische Griekse hoorn van overvloed in zijn hand, eigenlijk de god van de Tigris, afkomstig uit de voormalige thermen van Constantijn (die van Constantinopel) van hier vlakbij, en hier na wat omzwervingen door Michelangelo heen gesleept. Als ik het lees in de Georgina ben ik weer even een paar seconden terug naar een zonsondergang in 2018. Wat bestaat mijn leven toch uit merkwaardige cirkeltjes. Het plein stond al vol met toeristen, maar het was nog vroeg dus ik liep even door naar de achterkant van het gebouw, waar je inderdaad een fantastisch uitzicht hebt over het Forum Romanum en in de verte het Colosseum waar ik allemaal niet heen ga.

Eenmaal binnen, merk ik dat de drang al weer een beetje afneemt. Er zijn twee of drie dingen die ik echt graag wil zien, en ik registreer de rest maar half, er moet hier nog veel meer te zien zijn (‘Stervende Galliër’ van de hand van een Griekse beeldhouwer uit Aphrodisias, Aydın) maar ik heb al geen geduld meer vandaag, het is nog geen 12:00 en het is al op. Maar die drie dingen heb ik gezien, een paar van de belangrijkste beelden uit de hele kunstgeschiedenis: de wolf, Medusa en Spinario, het bronzen beeldje van een jongen die een splinter uit zijn voet trekt. (Mijn moeder en zus zagen een exemplaar van dit beeldje in het Prado, en ik in het Uffizi, en de grote vraag was: welke is het origineel? Hoogstwaarschijnlijk zijn ze dat geen van drieën maar is deze de oudste kopie, mogelijk het origineel, omdat hij van brons is en uit de eerste eeuw.) En het gigantische hoofd van Constantijn, dat op de binnenplaats moet staan, naast zijn even gigantische voeten. En eenmaal op de binnenplaats is de toon meteen gezet want ze zijn net die dingen aan het optakelen, er staan allemaal kranen en stellages omheen, er is weer geen foto van te maken, dus ik ga maar door naar de wolf en Spinario, en die staan óók niet waar ze moeten staan namelijk in zaal 8 en 9, dus ik loop lichtelijk in paniek heen en weer tussen de ingang en zaal 8 en 9, en vraag het dan uiteindelijk maar aan een of andere medewerker en die zegt dat ik gewoon de zalen moet volgen en dat het dan goed komt. Dus ik doe dat, en dan kom ik inderdaad terecht in de ronde zaal met het glazen dak, en daar staan ze allemaal, het bronzen beeld van Marcus Aurelius, de wolf, en Spinario, nog een gigantisch bronzen beeld van Constantijn (ze hebben er drie, kennelijk) en nog wat andere fratsen. Alleen het jammere is, van welke hoek je ook een foto wilt maken, en staat altijd een knalblauwe pilaar op. Waarom denken ze daar niet aan? Waarom gewoon niet alles zwart verven zonder reflecterende achtergronden zodat je als toerist óók een beetje een mooie foto kan maken zonder je eigen reflectie erop met je spijkerbroek en sneakers, en blauwe pilaren?

Na dit van mijn lijstje te hebben afgestreept ga ik op zoek naar een stil plekje dat ik vind in een steegje achter een kerkje, om even te bellen met het thuisfront. De rest van de middag vergeet ik eigelijk wat ik wilde doen en loop maar gewoon rond in de oude wijk van Rome, zit een half uurtje op een piepklein pleintje cappuccinos te drinken en te schrijven, en kom daarna al wandelend en passant toch langs het Pantheon, Piazza Navona en Campo di Fiori. Achter het Pantheon zit een mannetje oude koperen potten in stukken te knippen en daar sieraden van te maken. Ik zie een prachtige hanger liggen en dat lijkt me nou net het perfecte souvenir. Hij vraagt met wat gebaren of hij er een ringetje aan moet maken en met allerlei gereedschap maakt hij er ter plekke een ringetje aan. Dit is echt weer heerlijk. Oude mannetjes die dingen maken. Op elk van die pleinen waar ik langsloop, pak ik Georgina Masson er even bij om te kijken of ik geen belangrijke dingen mis, alhoewel ik haar advies om toch beslist even in het Pantheon naar binnen te gaan in de wind sla, gezien de rijen. Ik ben verder lichtelijk besluiteloos, ik zou eigenlijk copieus gaan eten, maar daar heb ik helemaal geen zin meer in, en als ik een fiets zie staan besluit ik om maar meteen naar Villa Giulia te gaan waar het Etruskisch Museum zit. Dat blijkt echt een doodgevaarlijke hellerit te zijn in dat verkeer, die ook nog behoorlijk lang is, veel langer dan ik dacht, op enig moment moet ik de Tiber oversteken, en als ik iets verderop weer naar de andere kant wil dan kan dat niet omdat er ineens paaltjes staan. Ik til die fiets er gewoon overheen, klootzakken, mij krijgen ze niet. De Villa Giulia is echt heerlijk, op een heuvel, koel, er is een grote tuin en schaduw, dat heeft die ouwe viespeuk toch mooi weten te bouwen (er wordt gesuggereerd dat het aan de bouwer van dit optrekje, Paus Julius III met zijn obscene levensstijl te danken is dat het verplichte celibaat werd ingesteld). Ik neem hier even lekker de tijd om bij te komen voordat ik naar binnen ga. Binnen is het ook fantastisch, ik kan wel zeggen het fijnste museum tot nu toe hier in Rome, beroemde Etruskische kunst en weer zoveel om te leren en thuis mee verder te gaan. En, een relatief schone wc.

De stress slaat wel een beetje toe als mijn telefoon bijna leeg is en ik nog terug moet naar Trastevere, waar ik m’n telefoon voor nodig heb want anders een uur lopen. Ik besluit eerst maar een stuk de kant van de Tiber op te lopen en dan een brug over, ik probeer daar ergens een taxi te regelen maar geeneen taxichauffeur heeft kennelijk zin om de rit te accepteren. Dan toch maar een fiets, dat lukt gelukkig wel, maar nu moet ik dus wéér dat verkeer in met die fiets, óók nog helemaal langs het vaticaan wat echt verschrikkelijk is. En dan nog iets, op zowat alle straten liggen dus die kopsteentjes, en dat is niet echt lekker fietsen, maar allá, je bent een Hollandse of niet. Al met al lukt het om thuis te komen. Eventjes douchen en telefoon opladen en eventjes een koffie op het terras en dan toch maar weer naar beneden lopen om te eten, ik ben eigenlijk te moe voor wat dan ook dus het wordt toch eten in Trastevere, met allemaal voetbal types in de straten en ik moet veels te lang wachten maar de rigatoni con coda alla vaccinara (geen idee wat het is maar daarom juist) is echt geweldig lekker. Ik strompel terug naar de hotelkamer met mijn bloedende hielblaar en slaap gelukkig wel weer fantastisch.

Plaats een reactie