If you want a rainbow, you have to put up with the rain

Ik kan mezelf maar moeilijk losrukken van mijn telefoon, ipad en vooral de fantastische gids van Georgina Masson over Rome, die ik al in mijn bezit had toen ik op de Bergsingel woonde en misschien wel in Dordrecht, sinds ik afgelopen woensdag in een opwelling een vliegticket naar Rome boekte. Die paarse stergids is 822 pagina’s dik en heeft alle verhuizingen en Marie Kondo acties overleefd, omdat hij zo prachtig is, en ik ooit en steeds maar weer het verlangen had om naar Rome te gaan, maar dat er nooit van was gekomen, en ik begrijp nu waarom. Het is te veel, Rome. Uitstellen, uitstellen. Je zou denken dat als je zo’n honger hebt naar antieke geschiedenis, dat de eerste plek is waar je naar toe zou moeten gaan, maar het tegendeel is juist waar, het is de laatste plek, niet in de zin van Rome en dan sterven (ja ik weet het is Napels en dan sterven, trouwens dat gezegde is er niet omdat Napels zo geweldig was, maar omdat ze het vuilnis niet ophaalden en het er zo smerig was dat je dood zou gaan van de stank) want ik ben nog niet van plan om te sterven, maar (ja deze zin wordt wel heel lang, maar cazzo mene) omdat als je zo’n plaats bezoekt en ook in de tussentijd, je steeds meer kennis opdoet, de tijd altijd te kort is om alles te zien dat je wilt zien, en je dus heel zorgvuldig moet kiezen wàt je wit zien, en daar heel lang over na moet denken. Ik heb maar 3 dagen in Rome, eigenlijk maar 2, belachelijk natuurlijk, maar dat noodzaakt me tegelijkertijd mooi om een thema te kiezen, en dat is gelukt. Eigenlijk twee thema’s: Augustus, en ondergronds Rome of liever, de watervoorziening en de aquaducten. Het voordeel van het kiezen van thema’s is dat je een heleboel dingen meteen links kan laten liggen, zoals het Colosseum en het Forum Romanum en Vaticaanstad (Ok, met als uitzondering de sixtijnse kapel, waar ik ook al een gids voor hebt geboekt om 8:00 uur ‘s ochtends). Het wordt dan ietsje makkelijker om een paar highlights op een dag te kiezen en dan te kijken of je dat kan lopen of dat er vervoer geregeld moet worden en waar je dan eet en naar de wc kan. Uiteindelijk kom je dan toch tot de conclusie dat je teveel hooi op je vork hebt genomen en alsnog de helft afvalt en de twee dagen in een zucht voorbij zijn.

In de afgelopen twee dagen heb ik al weer meer geleerd over het Romeinse rijk dan ooit daarvoor, te beginnen met het feit dat niet Julius Caesar maar Augustus de eerste self-made keizer van Rome was, nooooooooit geweten, want er wàs daarvoor helemaal geen keizer, alleen een potentaat, maar via allerlei politiek gekonkel, slim herverdelen van taken en functies, uitdelen van gunsten, reorganisaties, ‘buiten beter’-acties, interims, talentenprogramma’s, uitbreiden van takenpakketten en toekennen van nieuwe functies daaraan, tadaa, ineens is er een keizerspost beschikbaar en laten we daar nou toevallig een geschikte kandidaat voor in huis hebben. Augustus wordt omschreven als een heerser onder wie de gouden eeuw van Rome ontstond, die stabiliteit en vrede bracht in het Romeinse rijk, al is het zover ik kan beoordelen wel te danken aan zijn meer behoudende doch wel strategische inzet van militaire middelen en het doelgericht uitschakelen van zowel mede- als tegenstanders, dat het zo ver gekomen is. Maar ja, “If you want a rainbow, you have to put up with the rain”, schijnt hij te hebben gezegd. Over zijn weldaden wordt uitgewijd onder andere op de ‘Res Gestae divi Augusti’, waarvan het gek genoeg minder bekende maar meest complete nog bestaande in marmer gebikte exemplaar vandaag de dag nog te vinden in is Ankara, het bestrijkt een hele muur, aan de Sarıbağ Sokak nummer 31. Augustus is een mooi uitgangspunt. Hij kende ook Cicero, die eigenlijk een beetje lafhartig aan de kant van de moordenaars van zijn adoptievader (en oudoom) Julius Caesar had gestaan. Cicero had een droom gehad over een jongeman die het rijk zou verenigen. Toen hij op een dag met Caesar terugkeerde van een of andere heidag en bij aankomst de tiener Octavius ontmoette, zei hij: “Kijk nou, daar hebben de jongen.” Afijn allemaal intriges die ik je voor nu zal besparen. Het is gewoon fijn om een ijkpunt te hebben want als je niet onderlegd bent, wat ik niet ben, is de kaart van de Romeinse heersers een compleet doolhof. Ze heten allemaal anders dan ze eigenlijk heten en ze hebben ook allemaal dezelfde namen, het lijkt wel of er maar tien namen bestonden, Julius, Antonius, Agrippa, Marcus, Nero en nog een paar. In de hele stamboom van 4 generaties tussen Julius Caesar en Augustus zitten al 20 Julius Caesars en 15 Octaviussen (en een paar Octavia’s), en als je niet weet dat Augustus eigenlijk Octavius heette kan je wel ophouden met zoeken. Dus succes daarmee.

Anyway, omslachtig verhaal om te zeggen dat ik dus naar Rome ga, en ik soort-van-ben-voorbereid, maar het loopt vast allemaal anders.

Plaats een reactie