
Geen elektriciteit. Daar kom ik achter als ik een (nieuw) pannetje melk wil opzetten en het gasfornuis niet aanspringt, dat ik de avond van te voren heb staan poetsen. “Nu heb ik hem serieus gemold”, denk ik. Wat nog steeds een beetje gek is, want je moet een gasfornuis toch kunnen poetsen zonder dat hij er meteen mee uitscheidt. Maar de koelkast blijft ook donker. En nee, de lichten doen het niet. Ik app de eigenaar. Waarschijnlijk een lokaal probleem, als het niet overgaat komt hij even kijken. Overal zijn ze hier aan de weg bezig zoals ik al zei. Dus er zal wel een kabeltje zijn geraakt ergens. Gelukkig zijn telefoon en ipad al opgeladen vannacht. Hij komt even kijken maar vooral om te zeggen dat het de schuld is van de belediye, en dat hij even zal bellen om te kijken of hij er wat aan kan doen.
Ik vertrek tegen 12:00 richting Fethiye om te gaan winkelen. In de auto is het 39 graden, en het is pas mei. Het plan, dat wil zeggen het idee waar ik me uiteindelijk toch nooit aan hou, is om de vroege middag in Fethiye te besteden en dan de late middag misschien tot zonsondergang op het strand te liggen. Tegen de tijd dat ik in Fethiye aankom vergaat me al weer meteen alle lust om te gaan winkelen, want natuurlijk veel te warm. En ik heb de laatste dagen ook een beetje zorgwekkende duizelingen in de loop van de dag, alsof ik bijna flauw ga vallen van de honger, die al tegen het eind van de ochtend begint en die ik helemaal niet ken aangezien ik er nooit last van heb dat ik niet ontbijt. Maar ja het is bij mij thuis ook geen 39 graden in mei. Meteen maar even eten dan vlakbij de Paspatur markt, ik bestel een tosti bij een koffiehuis en krijg die met allerlei toeters en bellen waar ik niet om heb gevraagd maar die ik dan toch weer allemaal op eet. Friet voor het ontbijt, bij de koffie, nou ja, kan het schelen. Er komt een groepje van vier vrouwen aan en er wordt allemaal moeilijk gedaan met het schuiven met tafeltjes dus ik zeg: “Kom maar hier zitten, ik ga wel even aan de bar zitten, ik ben toch alleen”, aangezien ik een tafeltje van vier bezet zit te houden. Nee, nee, nee, gebaren de obers. Ja, ja, ja, zeg ik en ik loop al met friet en al naar de bar. De vier vrouwen gaan al aan het tafeltje zitten als de helft van mijn spullen (ipad, zonnebril, mayonaise) er nog op liggen. Ze zeggen helemaal niks, geen dankjewel ofzo, ze kijken me niet eens aan. Niet dat dat hóeft, maar toch. Eigenlijk wel dus. Als ik met m’n cappuccino dan ga zitten, lacht de ober naar me, “Thank you, I love you”. Ik hoor de vrouwen Russisch praten, dus ik heb gelijk al weer een vooroordeel.
Tja en toen zou ik dus winkelen, maar ik weet werkelijk niet wat ik nog wil kopen, dus voor de vorm loop ik naar Ferza’s winkeltje, even kijken of ze me nog herkent, alleen ze is er niet, haar man wel die ik toen ook heb ontmoet, maar hij lijkt me niet te herkennen. “If there is a ring you like, I can have it made to your size if you like”. “Yes, you did that for me about five years ago”, zeg ik. Hij kijkt me even aan en zegt: “I may have altzheimers soon, forgive me, I don’t remember”. “We all will, probably”, zeg ik tegen hem, als een soort van misplaatst medeleven. Er komen natuurlijk duizenden toeristen hier binnen dus natuurlijk kan je je die ene dan niet herinneren. “I will have a look around if that’s ok”, wat natuurlijk ‘buyurun’ is. Al het zilver hier komt uit Turkije en de meeste sieraden zijn door Turkse ontwerpers gemaakt. Ik kan hier wel een uur doorbrengen omdat ik volstrekt niet het vermogen heb om een keuze te maken als dat on the spot moet, al ging het om pindakaas, en al hingen er maar 3 dingen. Ik vraag uiteindelijk naar de prijs van een ketting met neolithische figuren, die wordt gewogen op een schaaltje, waarmee de prijs wordt bepaald aan de hand van het gewicht van het zilver, en die valt me dan toch net iets te hoog uit (€200), ook al is hij prachtig. “These figures are from eh..”, begint hij te vertellen. “Göbeklitepe?”, vraag ik (neolithische plaats namelijk), maar neen dat is het niet, “Çorum”, zegt hij. “Ah, Hattuşaş?”, vraag ik. Dat was het óók niet precies, maar dat is natuurlijk meteen wel weer de cue voor een gesprek over reizen in Turkije, want waarom ken ik die plaatsen? Hij zegt dat hij die plaatsen graag wil gaan bezoeken als hij met pensioen gaat. Ik denk onwillekeurig, “Ga nu, wat anders is het misschien te laat”, denkend aan alle “restauraties” en ontgravingen die nu plaatsvinden, en ook aan de opmerking die hij maakte over zijn altzheimer. In het boek The Tears of Anatolia (Anadolu’nun Gözyaşları) lees ik precies wat ik al die jaren al heb gedacht, de Turken zijn ondanks alle pogingen tot restauraties nog steeds niet doordrongen van hun eigen geschiedenis en van de waarde van al deze schatten en het feit dat ze daar zelf onlosmakelijk deel van uitmaken, daaruit voortkomen. Zelfs mijn intellectuele vriendin Elif zei eens over antieke steden tegen me: “They all look the same.” De restauratiewerken lijken er alleen maar te zijn voor toeristische doeleinden, maar als je willekeurig wie op straat vraagt of ze wel eens naar Efes of Priene of desnoods in godsnaam dan maar naar Aspendos zijn geweest is het antwoord ‘O, daar wil ik ook nog wel eens een keer naar toe’. Yaşar Yılmaz beschrijft het briljant: “The fact that our intellectuals […] still lack this awareness is thought-provoking. One of the reasons is […] the understanding that our history is limited to 1071.” Dat wil zeggen, de geschiedenislessen die op school worden gegeven gaan niet verder terug dan 1071, de slag van Malazgirt, waarin de Selcuken een einde maakten aan het Byzantijnse rijk, en dat eigenlijk gezien wordt als het begin van het Turkse rijk, terwijl dat het begin helemaal niet was! De Anatolische cultuur bestond al duizenden jaren daarvoor, ook toen Hellenistische, Griekse, Romeinse, Perzische besturen er het bewind voerden. De teksten op de marmeren zuilen en kolommen mogen dan Hellenistisch of Latijn zijn, maar 95% van de bevolking was zoals overal ter wereld analfabeet, en het brood werd gebakken door Anatoliërs, het zijde, de katoen en de wol geweven door Anatoliërs, de stenen gehouwen door Anatoliërs, het goud en zilver gesmeed, het hout gekapt en bewerkt, de wijn geproduceerd, het graan verbouwd, de olijfolie geperst, elk element van het dagelijks leven kwam uit de handen van Anatoliërs. Trouwens ook vele grote denkers en wetenschappers (Diogenes, Aristoteles, Homerus, ‘s werelds eerste historicus Herodotus, enz. En niet te vergeten Sinterklaas) waren Anatoliërs. “Limiting our history to 1071 has severed our connection with the past, and rendered our society rootless, insensitive to the past, like having a shallow history.” Al die jaren dat ik hier ben, voel ik al aan dat de Turken zich niet verbonden voelen met de antieke steden als zijnde hun eigen geschiedenis. En nu lees ik hier waarom.
Ik kies een ander kettinkje en een paar oorbelletjes uit. Bij het afrekenen zegt hij, “I’ll give this money to my wife, she owns the shop”, en ik zeg dat hij haar de hartelijke groeten moet doen.
Het is volgens de Clio nu 42 graden, ik ga snel naar huis om het elektriciteitsprobleem te checken, en dat is gelukkig verholpen. Het is al weer een uur of drie dus ik grabbel snel wat strandspullen bij elkaar om heerlijk naar beneden te rijden. Het is zaterdag, en toch is dit deel van het strand bijna leeg. Het valt me ineens ook op dat er niet meer 4 rijen met stoelen staan, maar wel 7 of 8. Niet dat het wat uitmaakt, er is toch niemand, maar de constatering dat het hier kwa ruimte meer op Bodrum begint te lijken zit me niet helemaal lekker. Maar dat mag vandaag helemaal de pret niet drukken. Dit tijdstip is fantastisch kwa afkoelen, al is het nog steeds bloedverziekend heet, dus ik lig grotendeels onder de parasol. Om de een of andere reden lopen de jongens aan wie je moet betalen me steeds voorbij terwijl ze wel met mijn buren links en rechts afrekenen, totdat ik toch dat kleine rode lintje aan mijn parasol zie hangen, het teken dat de mensen die hier voor mij lagen al hadden betaald voor dit strandbedje. Dus ik roep ze toch maar even om te zeggen dat ik niet betaald heb, ja, ik kan natuurlijk ook gewoon niks zeggen, maar dat is me toch mijn eer te na, en bovendien, eergisteren heb ik óók al niks betaald (voor dat kleine uurtje), en bovendien, ik hou al negen jaar bij wat ik voor een strandbedje moet betalen, alsof dat een soort variabele is voor hoe de economie van het land ervoor staat ofzo, op de een of andere manier vind ik dat dan weer machtig fascinerend. En nu wil ik het dus weten ook. Het interesseert je vast geen zak, maar ik ga het je natuurlijk toch vertellen. In 2013 was het 14TL (€4,70), in 2017 18TL (€3), in 2018 30TL (€3,75), en nu 80TL (€5). Gek toch. Van 14 naar 30 naar 80 lire, en van €4,7 naar €5 in negen jaar. Anyway die jongens vinden het helemaal schappelijk van mij dat ik toch nog betaal en dat is dan ook weer fijn, dat het even acknowledged wordt, niet zoals die Russische dames bij het ontbijt zegmaar.
Ik lig daar tot eer uur of zeven denk ik, dan loop ik naar het terras boven van Kumsal Pide voor een cocktail en pide, alleen ze hebben geen cocktail dus ik bestel maar verse jus d’orange (portakal suyu) en een tequila en ik maak er zelf een. Die pide daar had ik eigenlijk geeneens zin in, maar ik had weer vlekken voor mijn ogen ookal had ik geen honger, en geen zin om iets anders te zoeken.
Thuis alles in de was gegooid en nog lekker even in het donker het zwembad in, en buiten koud gedoucht en onder de grote beer en de rest van de sterrenhemel mijn haar gewassen. Nog één dag. Niet in paniek raken nu.
