Ovacık in mei

Dit dorp, echt waar…. Ik weet ik ben hier op de goede tijd in het jaar, maar wat hou ik ervan. Ook al is het toeristisch, maar je moet hier ook NIET zijn tijdens de grote vakanties. Te heet, te druk. De ober vertelde me dat je in juli en augustus als het hier 50 graden is, niet eens gewoon naar boven of naar beneden kan rijden, zo druk als het is. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik dat nog nooit heb gezien, omdat ik altijd buiten de grote vakanties op reis kan gaan. Ook ben ik blij dat het goed lijkt te gaan met het toerisme. In elk geval in deze industrie valt er weer een beetje een boterham te verdienen in dit land, en nog steeds betaal ik maar €10 voor een badlaken (ik moet dan wel weer €27 afrekenen voor twee cocktails en een sprite in het straatje dat naar het strand leidt, maar ja). Als ik ergens zou willen wonen, is het hier, in het dorp net boven het strand, tussen Ölüdeniz en Fethiye. Zoveel verschillende kleine strandjes die ik allemaal nog niet heb ontdekt, een stadje dichtbij, een paar grotere steden op redelijke afstand, en in de winter moet het hier heerlijk zijn, de bergen waar je eindeloos kan wandelen, de zee, de lokale markjes die het hele jaar doorgaan. Een klein beetje heb ik daar in 2013 al van meegekregen toen ik hier in november, voor het eerst alleen, naar toe ben gevlucht, terwijl alle strandtentjes werden afgebroken en de hotels gesloten. Het hotel waar ik verbleef was op mij na leeg, en het personeel nam me bijna op alsof ik een van hèn was, en kwam me steeds allerlei restjes eten en drank uit de keuken brengen. Op het strand dronk ik thee en bier met de obers en de paragliders die verder niets meer te doen hadden.

Maar afijn, waar was ik. Ik had de kussens van het andere tweepersoonsbed, waar mijn koffers op lagen, naar mijn bed gesleept in de roze kamer, die niet aan de straatkant ligt maar aan de wat rustigere zijkant. Man man man wat slaap ik heerlijk met vier kussens net als thuis. Ik heb al weer helemaal geen zin om eruit te komen en te bewegen, maar ik moet wel want om 12:00 moet ik weer bij Ayşe in Fethiye zijn. Dat is maar 15 minuten rijden maar er gaat een heleboel voorbereiding aan vooraf, want ik moet natuurlijk eerst uitgebreid wakker worden met koffie en een paar letters geschreven, bovendien moet ik netjes zijn aangekleed want Ayşe is nogal vroom in het geloof dus ik wil haar niet tegen de borst stuiten, dus lange wijde linnen broek en zwart shirtje met halflange mouwen en de haren netjes in een staart met vlecht. In Fethiye is het één grote bende. Ik weet niet wie er dacht dat het een goed idee is om vlak voor het hoogseizoen alle wegen te gaan renoveren, maar bij dezen bied ik diegene een stageplek aan bij mijn werkgever (die overigens hetzelfde doet, maar met het verschil dat in het hoogseizoen de drukte op de rijkswegen juist minder is tijdens de vakanties). Ik word tien keer omgeleid en ik weet al helemaal niet meer waar ik ben, bovendien zijn er natuurlijk nul parkeerplekken, dus ik zet hem uiteindelijk maar gewoon bij een tankstation neer, ik ga wel lopen, het is nog vroeg, lekker een ochtendwandelingetje is ook goed, dan kan ik ook meteen wat nieuwe straten in mijn geheugen opslaan. Er is zelfs nog tijd voor koffie en even videobellen met mijn moeder. Met Ayşe heb ik afgesproken bij ‘Villa Home tekstil & carpet’, een stoffenwinkel die net buiten de Paspatour markt staat, waarvan zij de stoffen gebruikt om haar tasjes te maken. Het is een superleuke kleine winkel, met o zulke leuke katoenen stoffen. Ayşe staat net op de stoep te bellen als ik aan kom, we zwaaien naar elkaar en de begroeting is al weer zo verschrikkelijk leuk en lief, de oprechte blijheid om elkaar weer te zien is gewoon ontroerend. Voor het gemak heeft ze ook een vriendin Guidem uitgenodigd die als tolk gaat optreden, want Ayşe’s engels is ongeveer net zo goed als mijn turks. Binnen maak ik ook kennis met de eigenaar, die ons voorziet van turkish coffee en lekker meedoet met het gesprek. Guidem komt zelf uit Istanbul, wat ons meteen weer een heel arsenaal aan gesprekstof geeft. Maar eerst moet ik van haar bekennen dat tulpen toch echt turks zijn, of niet? Natuurlijk zijn tulpen turks, zeg ik tegen haar. Ik vertel haar dat ik in 2017 bovenop de top van Bergama stond, samen met een Chinese man die vertelde dat hij ook in Nederland was geweest en dat zo mooi vond, met al die molens en tulpen enzo. Ik zei tegen hem: “But tulips are actually from Turkey”, waarop hij antwoordde: “Yes, but you sell them!”. We kletsen, drinken koffie bij de stapels tasjes die Ayşe heeft meegenomen en door 4 mensen worden er foto’s gemaakt, en ja van drie van hen zie ik ze allemaal weer terug op instagram, met allemaal lieve teksten erbij maar toch weer een beetje gênant. Ik ben niet zo van het posten van dingen. Ook al is het makkelijk te vinden, je hoeft maar mijn naam aan elkaar te googlen en je komt er vanzelf op, toch zijn maar weinig mensen die deze blog kennen en dat hou ik graag zo. Ik kan me nog steeds niet voorstellen dat er iets áán is om het te lezen namelijk. Het is meer een soort dagboek, alleen dan zwaar gecensureerd en afgevlakt cynisme en zonder alle depressieve negatieve gedachten. Eigenlijk een beetje zoals mijn huis, en mijn hele leven wat dat betreft, je bent welkom, maar niet onaangekondigd zomaar binnenvallen, geef me even een momentje om iets aan de chaos te doen.

Maar, dus, ik neem weer zo hartelijk afscheid van Ayşe, en ik ga nu eerst wat boodschapjes doen en naar huis, even afspoelen in het zwembad, voordat ik naar de mani-pedi ga. Thuis pas, zie ik een bonnetje onder mijn ruitenwisser zitten dus er zal wel een fijne rekening aankomen straks voor het parkeren bij de Opet. Dammit.

De mani-pedi is fijn en alles is weer netjes maar o, o, o, wat duurt het weer lang, en ik ben moe, zo moe, dat ik mijn ogen bijna niet eens open kan houden in dat ongemakkelijke bankje. Toch sleur ik mezelf ‘s avonds naar het Italiaanse restaurant dat ik vanuit dat bankje had gezien aan de overkant van de straat. Niet meer over nadenken. Ik krijg een geheimzinnige prachtige cocktail alleen ik word krankjorem van de muziek die van twee kanten komt: salsa van rechts uit het restaurant, en rap van linksonder uit de bar van het zwembad. Ik wil al naar een ander tafeltje verhuizen, er zit toch bijna niemand maar het personeel raakt er helemaal van in de war, is er iets aan de hand? Is er iets niet goed? Ik zeg iets van de dubbele muziek en meteen word er aangeboden om de muziek uit te doen, en zonder dat ik daar antwoord op geef wordt dat ook meteen gedaan, alleen na tien minuten gaat het toch weer aan, dus het is zaak om dat bord verrukkelijke pasta zo snel mogelijk weg te werken en lekker naar huis te gaan. Daar nog even lekker schrijven en bellen met Sas en dan slapen.

De dag er na is al dag 3 dat ik hier ben en nog steeds heb ik geen strand gezien. Ik wìlde wel, maar het liep gewoon even anders. Ik kon namelijk niet slapen, en er daarom ‘s ochtends niet uit komen. Ik dacht, “Dit is verdorie de derde dag dus je gáát naar dat strand toe blokkie!” Alleen, ik had geen strandhanddoek en ik wilde niet een van de 46 gloepend nieuwe grote witte badlakens van het huis meenemen, dus ik moest me toch onder het winkelende publiek wat er gelukkig bijna niet was begeven, en daar had ik he-le-maal geen zin in, maar ik deed het tòch, nou ja, dan kon ik in elk geval weer een beetje Turks oefenen. Dat ging heel leuk met de verkoper van de real fake bags die ook handdoeken had, en toen ik vertelde waar ik allemaal geweest was zei hij, toch maar weer overgaand op het Engels: “I’m Turkish and I haven’t even been to Çanakkale, Mardin and Eskişehir! But my brother in law lives in Kütahya.” “O yes”, zei ik, om het er nog even extra dik bovenop te leggen, “I’ve been there too, it’s near Çavdarhısar, with the ancient city Aizonos close by.” Hij begint keihard te lachen en zegt dat ik morgen of overmorgen terug moet komen, dan maakt zijn vrouw thee voor ons want “You have a really nice conversation”. Ik maak me dan maar weer snel uit de voeten om naar beneden te gaan. Er is een heleboel veranderd. Zo rijd ik voor het eerst langs wat eerst een parkeerplaats was, en nu de nieuwe ‘funiculer’ oftewel de kabelbaan naar boven. Zéi ik het niet, dat die er zou komen? Misschien dat ik hem morgen even ga uitproberen.

Ik was al weer helemaal moe van het winkelen (twee winkels in geweest), dus beneden, eindelijk beneden, op de oude plek weer een parkeerplaatsje gezocht en toen vond ik dat ik mezelf wel mocht belonen met een cocktail, ook al was het pas 15:00, maar hallo, het is vakantie hoor. Alleen dat werden er dus twéé, en toen zei ik tegen de ober: “I forbid you to ask me if I want another one”, wat hij vervolgens natuurlijk tòch deed, maar toen nam ik maar een sprite. Al die tijd had ik zitten schrijven op dat koele overdekte terras, in het winkelstraatje dat leidt naar het strand op nog geen 200 meter, maar toen ik klaar was met de sprite was ik eigenlijk overal klaar mee, dus ik gìng helemaal niet meer naar het strand, ik dacht, “Morgen is er weer een dag, en dan nog een, en dan nog een paar, en thuis heb ik een zwembad”, dus ik betaalde die belachelijke rekening en ik maakte rechtsomkeer naar huis. Vier jaar lang heb ik verlangd naar dit strand, en nu ben ik hier al drie dagen en ik heb het nog niet gezien. Wat heerlijk dat je in je vakantie, en als je alleen bent, gewoon je plannen binnen een paar seconden kan omgooien als je daar zin in hebt.

Avond. Shit, ik ben mijn iPad vergeten dus zit als een gekkie in het restaurant op mijn iPhone te schrijven. Nou ja, moet kunnen. Deze avond loopt toch al in het honderd. Ga ik wel of niet ergens kijken naar AS Roma – Feijenoord. Ga ik wel of niet wat eten ergens. Ik heb honger. Maar het is nog te vroeg voor de wedstrijd. Als ik ga eten moet ik òf heel lang over mijn eten doen of heel laat beginnen met eten, of eerst eten en dan wéér naar huis en dan wéér terug, en lopen want cocktails. Ik weet het allemaal niet meer. En mijn hersenen zijn kennelijk ook uitgeschakeld want mijn lijf kleedt zich gewoon aan en loopt het huis uit richting supermarkt om koekjes te halen en sinaasappelsap en tonic, en scant daarna de restaurants waarvan er genoeg zijn maar gek genoeg niet allemaal met een giga tv-scherm, valt me wel weer een beetje tegen van Ovacık. Maar afijn het is maar conference league, zo belangrijk is het nou ook weer niet, maar op de een of andere manier heeft het dan toch weer zijn charme om híer te zijn en toch die wedstrijd te zien. Alleen nu ik hier zit zonder mijn iPad heb ik er eigenlijk al geen meter zin meer in en ik heb honger en wil gaan slapen. En volgens mij regent het en ligt mijn badhanddoek nog buiten. Maar goed ik ga toch maar ergens zitten met een tv scherm ook al ga ik helemaal niet kijken en ik word gelijk zogenaamd veroverd door de ober van iets van 50, althans die doet daartoe een grappige poging die meer te maken heeft met het entertainment van het restaurant dan dat het serieus is, daar weet je op een gegeven moment wel mee te dealen met die fratsen, gewoon een beetje meedoen en op een goed moment elegant afbuigen. Hij wil weer weten waarom ik Turks spreek en of mijn man Turks is, en waarom mijn man niet bij me is. “Hollands-Turks”, zeg ik, ik speel het spelletje dus maar even mee, “Omdat hij moet werken“. “Hoe heet hij?”, vraagt de ober. “Celal”, zeg ik. “Tamam, schrijf Celal maar op je telefoon dat het einde verhaal is. Dat je Kemal hebt ontmoet en Kemal zijn plaats gaat innemen”. Ik vraag me af hoe vaak hij deze grap vandaag al heeft gemaakt maar moet er toch wel keihard om lachen. “Ama senin için çok tehlikeli, seni öldürecek”, zeg ik, maar dat is gevaarlijk voor jou, hij vermoordt je. “How old is he?” “42.” “I’m not afraid. I can take him. I’ll take the risk.” “Don’t be so sure about that”, zeg ik. Als ik de supermalse lam krijg voorgeschoteld en hij me het bestek aanreikt, zegt hij: “Here is your knife. Now pretend this is Celal.” “Ooo, you have no idea what kind of trouble you are in”, zeg ik. Ik zit verder heerlijk te eten, het is weer een klein lamsfeestje, ik vraag ook nog of ze vanavond AS Roma – Feijenoord laten zien, maar dat kanaal hebben ze niet op deze tv, dus klaar nu, lekker naar huis. Het is voor mijn doen al best laat, maar ik spring toch nog even in het donker in het zwembad en schrijf nog een beetje op het terras.

Plaats een reactie