
Joehoe wat ben ik weer lekker vroeg wakker en helemaal blij want vandaag naar eindbestemming waar ik alle stress hopelijk kan laten varen en alleen maar aan het strand en bij het zwembad ga liggen. Bij een klein tekeltje in het dorp haal ik nog wat water en pufs en zakdoekjes want chronische loopneus, achter de toonbank staat een dame die alleraardigst naar me glimlacht en vraagt naar mijn ‘memleket’. “Hollandalıyım”, zeg ik en ze wil vanalles weten wat ik hier komt doen en waarom ik een paar woorden Turks spreek. Ik stap weer in de auto en ga de snelweg op, nee ik ga niet meer terug naar Sagalassos bij zonsopgang wat ik eigenlijk wilde doen (grappig hoe, als je het een keer hebt gezien en dat grote verlangen is gestild, je het onderwerp van dat verlangen dan in de werkelijkheid ineens heel anders gaat zien, gewóón, alsof het ineens van zijn voetstuk valt. ‘Het bezit van de zaak is het eind van het vermaak’, zei mijn vader altijd, en zo is het ook hiermee), en ook niet naar het lonkende museum van Burdur, ik ruik mijn nest en ik moet nog 3,5 uur rijden. Daar zie ik helemáál niet tegenop, in tegendeel, ik ga er lekker van genieten en onderweg ergens koffie drinken. Om de zoveel kilometer staat er in dit land langs de snelweg een levensgroot foambord met een foto van een politieagent erop met een walkietalkie in zijn hand, of een politieauto met een agent erin met een walkietalkie in zijn hand, of een combinatie van de twee. Ze lijken bestwel echt, als je aan komt rijden. Het helpt geen ene moer natuurlijk. Maar het is wel grappig. Ik stop toch even om er een foto van te maken. Ik moet nu eerst weer een heel eind borden Antalya volgen en daarna splitst de weg zich naar de Burdur-Fethiye yolu en die is weer een feest van herkenning, en zo mooi. Bergen, en velden met paarse bloemen, fruitbomen en graan.
Ik mocht van de verhuurder ook twee uur eerder komen en ik kan dan ook precies nog boodschappen doen bij de ‘Saintsbury’s’ om me om precies 14:00 te melden bij het huis aan de Ovacık caddesi. Yusuf en zijn vrouw Betül laten me binnen, ik moet wel mijn schoenen uitdoen bij de deur, en zo te zien zijn ze nèt klaar met de schoonmaak. En wat een huis. Schandalig gewoon. My god. Ik wist dat het groot zou zijn, maar dit is wel een beetje overdreven eigenlijk. Beneden een slaapkamer met twee bedden, boven nog een, en dan nòg twee slaapkamers met tweepersoonsbedden. Elke slaapkamer heeft een eigen badkamer met wc. Gênant zeg. Ik voel me gewoon een beetje bezwaard. In de tuin een flink zwembad met een mooie nieuwe groenstrook erom heen en prachtige rozenstruiken en een paar palmbomen. Een lounge tafel met stoelen met kussens, een schommelbank en zes grote lounge stoelen aan de rand van het zwembad. Op het terras dat een paar treden hoger aan het huis vast zit staat ook nog een eettafel met 6 stoelen. Eigenlijk was dit juist hetgeen waar ik dit huis om gekozen had, een goede plek om ‘s ochtends en ‘s avonds te kunnen schrijven, met fijne stoelen in de schaduw, dàt, en natuurlijk dat het ongeveer de helft kostte van andere vrijstaande huizen in deze wijk of een hotel, wat me dan ook meteen doet afvragen, waaròm? Wat is de adder onder het gras? Maar ik kan hem niet ontdekken, behalve misschien dat het dus áán de Ovacık caddesi ligt en er van stilte geen sprake is gedurende de dag, want dit is de drukke by-pass route evenwijdig aan de Atatürk caddesi, die vooral door het lokale verkeer wordt gebruikt dat nooit heeft gehoord van 50 binnen de bebouwde kom. Maar verder, ik loop zo het huis even langs, is er een wasmachine, een koffiezetapparaat, een kurkentrekker, een strijkijzer? Alles is er, naar de kurkentrekker moet ik even zoeken in de honderd laatjes van de keuken, maar die is er ook. De koelkast is zo groot dat er wel vier man in passen en zo te zien brand new en kraakschoon. Een ijsblokjesbakje zie ik niet maar daar gebruik ik de eierdopjes voor, want ik heb een klein flesje gin gekocht voor de gin tonic straks. Het is ook bijzonder koel binnen, met al die marmeren vloeren en trappen. Heerlijk gewoon. Als de eigenaren zijn vertrokken ga ik eerst de burgeroorlog die zich in mijn koffers afspeelt beslechten, alles eruit dat in de was moet, stapeltjes maken met shorts, jurkjes, bloesjes, bikinis. Alleen die laatste gebruik ik toch even niet want de tuin blijkt hermetisch afgesloten voor het oog van alle buren dus ik heb helemaal geen bikini nodig als ik in het zwembad spring. De enige reden waarom ik er vanavond nog uit ga is om een pide te halen om thuis op te eten. Deze weggetjes, ik weet al precies hoe ik moet rijden, waar een zaakje zit waar die pide vandaan moet komen, en een paar deuren verderop zit een mani-pedi die ik binnenloop om een afspraak te maken voor morgen, éventjes die afgebladderde nageltjes weer op orde krijgen en over mijn voeten zullen we het maar even niet hebben, want die zien er uit alsof ik met blote voeten die verrekte berg naar Sagalassos ben opgelopen. Ik weet ook dat ik morgen alweer een afspraak in Fethiye heb met Ayşe, mijn lieve vriendin van 5 jaar geleden, om nogmaals een duik te doen in haar collectie handgemaakte tasjes. Dus ik wil ook niks meer doen vandaag. Ik ga zelfs niet naar het strand. Eigenlijk wil ik helemáál geen afspraken meer hebben deze dagen, de agenda en mijn hoofd moeten leeg. Ik wil puur alleen zijn, tot mezelf komen, en schrijven, schrijven, schrijven, ordenen, confronteren, de uitgang vinden, het verleden, de toekomst, de waarheid, het antwoord, en dat is er niet, ik heb maar te accepteren wat me in de schoot wordt geworpen. En voorlopig is dat he-le-maal niet verkeerd, wat een bevoorrecht leven heb ik eigenlijk.
Oké, heb jij nog iets nodig? Ik kan er morgenavond zijn.
Jou, en wijn. 😁🥂