Moe of lui

Woensdag

Ik geloof dat ik er vandaag maar even aan toe moet geven, de vermoeidheid. Ik veeg heel mijn agenda voor vandaag leeg en besluit helemaal niks meer te doen behalve misschien een beetje in de buurt rondhangen en het schrift bij te werken. Elif had gelijk, Istanbul is vermoeiend, heel erg vermoeiend. Ik kleed me pas laat aan, drink koffie, lig in bed nog te lezen en netflix te kijken, en er is sinds gisteren geen water meer uit de kraan, dus geen douche, geen wc doortrekken, dus ik ga dan toch naar buiten om iemand anders koffie voor me te laten maken. Het is al weer stervensdruk op straat en zelfs dat trek ik niet, dus ik ga naar Black House, dat in elk geval in een rustige straat naast het park ligt dat de wijk scheidt van de Zee van Marmara. En inderdaad, er zit helemaal niemand. Om daar intens van te genieten klap ik mijn iPad uit en ga drie koppen cappuccino lang zitten schrijven over gisteren. Ik bestel ook brood en een karışık menemen bestaande uit roerei met tomaat, kaas en sucuk en peterselie in een rond koperen pannetje. Özlem stuur me een berichtje dat de gemeente het water heeft afgesloten maar dat het in de loop van de ochtend weer terug moet komen. Ik denk dat ik daar wel een uur ofzo zit. Ik ga alleen maar weg omdat ik ineens denk dat het misschien een beetje raar is om daar zo lang te zitten. Op de terugweg zie ik ineens allemaal cocktailbarretjes, even onthouden. Verder doe ik niets. In huis lummel ik wat. Ik had een Japans restaurant gevonden voor vanavond, maar ineens gaat het hard regenen. Ik heb het koud. Ik heb geen zin om me aan te kleden en in de regen naar een restaurant te lopen. Het is alsof er een stuwmeer aan vermoeidheid uitkomt. Ik eet maar gewoon wat ik nog in huis heb, een banaan, een stuk brood met kaas, een yoghurtje. Voor morgen plan ik alvast een route naar het Ara Gülermuseum, ik moet helemaal met de tram naar een metrostation en dan helemaal naar Şişli. Ik lig vroeg op bed want morgen is de laatste dag en daar wil ik nog wel wat van maken.

Donderdag

Waarom. Waaròm?! Besluit ik om toch op Beyazit uit te stappen en door de grote markt heen te lopen? Waar verkopers je letterlijk laten struikelen, in de weg gaan staan en je weg blokkeren, naar je roepen, je tientallen meters achtervolgen als je het ook maar waagt om een milliseconde naar iemands ogen te kijken? Waaròm? “Do you want a jacket? Do you want a jacket? Do you want a Jacket?” Nee, je ziet toch dat ik al een jas aan heb? “Hi, how are you?” “Nice to see you, miss.” “GUTENTAG!” “Where are you from?” Wat een foute, foute beslissing was dit. Misschien wilde ik onbewust toch nog iets van deze chaos meekrijgen ofzo, het er even met geweld laten inslaan, voordat ik morgen vertrek. Om eerlijk te zijn, vind ik wel dat je ooit iets op deze markt moeten hebben gekocht (zo kreeg ik hier van mijn ex destijds een gouden kettinkje met de maan en ster) (gek, ik ben vergeten het mee te nemen), alleen al om de ervaring, maar daarna noooooooit meer. Genoeg kleine winkeltjes in achteraf steegjes waar ze ook een boterham moeten verdienen. Maar ja, ik deed het dus toch.

Ik ging vanochtend vroeg op pad, om 8:30 liep ik al richting de iskele. De beste route leek me met mijn gloepend nieuwe Istanbul kartı vanaf het bootstation op Karaköy met de tram (er is er gelukkig maar 1) naar Laleli Universite, dan lopen naar en vanaf Verziciler de superschone metro nemen richting Haciosman en uitstappen in Osmanbey, en dan nog 12 minuten lopen.

Als ik incheck met de 10-rittenkaart die ik in februari kocht, gaat er een alarm af waardoor de hele hal hoort dat “SHE DIDN’T PAY” en het poortje blijft dicht. Waarom is me een raadsel, gisteren deed hij het nog gewoon. Geen zorgen, ik heb ook nog een oude Istanbul kartı. Doet het ook niet. Maar, haha – ik heb nòg een oude Istanbul kartı, want mij krijgen ze niet. Maar die doet het óók niet! Inmiddels sta ik de hele iskele op te houden en moet ik de walk of shame terug naar de automaat doen om dan maar weer een nieuwe kaart te kopen. Ik sta al met m’n pinpas voor de machine, maar een mannetje met een badge duwt me opzij en vraagt in gebroken Engels waar ik heen moet, en hoe vaak. Vervolgens gaat hij me ophouden door alles wat er op de automaat is te lezen en uit te leggen terwijl ik allang heb gezien hoe dat ding werkt. Omdat ik de twee Istanbul kaarten in mijn hand heb, denkt hij dat ik ze wil opladen en grist ze uit mijn handen. “Ze doen het niet”, zegt hij. Joh. “Ama neden?”, vraag ik, waarom niet? Hij zet zijn schouders en wenkbrauwen omhoog en zijn onderlip naar voren en zegt iets met “iptal”, geannuleerd. Ik zeg maar gewoon dat ik een nieuwe Istanbul kartı wil, want ik bedacht me ineens dat ik die kaarten zelf per ongeluk online heb geblokkeerd. Dat regelt hij voor me, rukt ook mijn pinpas uit mijn hand, staat nog een beetje met me te discussiëren over het bedrag, man, schiet eens op. De kaart kost me 100TL (€7) inclusief opladen en daar kan ik ongeveer 20 keer mee in een boot, bus, tram of metro. Ik check eindelijk in en en zie op het schermpje “ücretsiz”. Vanwege de nationale feestdag is het openbaar vervoer vandaag gratis dus dat hele circus was eigenlijk niet nodig geweest als ik het goed begrijp.

Ik ben in Bomonti, klinkt Italiaans, ik zie ook allemaal Italiaanse winkels en gelaterias, maar ik weet niet of dat toeval is. Het heeft weer zo’n Parijse sfeer met grote art deco huizen er rijden grote rode bussen door de stad waar nationalistische muziek uit schalt en natuurlijk is het een drukte van jewelste maar dat is gelukkig voorbij als ik een zijstraatje in moet en via allerlei kleine stadsparkjes met zwarte gietijzeren hekjes en lantaarns richting de oude bierfabriek loop. Van die voormalige bierfabriek die tussen de glazen skyscrapers staat, is een groot cultureel centrum gemaakt, met een theater, galeries, en dus het Ara Güler museum. Er is nog niks open dat koffie verkoopt maar ik ben blij dat het museum al open is, en dat ik helemaal alleen ben. Ik leerde over Ara Güler toen ik in Afrodisias was, dat hij feitelijk in de jaren 70 op de kaart heeft gezet en daarmee de landelijke belangstelling voor het klassieke erfgoed nieuw leven in blies. Dus het verhaal is rond, door hèm wist ik van Afrodisias, maar hem leerde ik pas kennen toen ik dáár was. Het museum is maar klein maar ik ben er wel een uur, je kan zomaar verdwalen in één foto, er als je er dan per ongeluk wéér langs loopt, weer opnieuw. Neem elke foto van hem en de compositie is briljant (alleen daarover kan ik me al minutenlang verwonderen), en er zijn duizend dingen te zien, ik ken geen fotograaf wiens werk bijna beweegt, bijna muziek is, bijna een toneelstuk, dat je ogen zo over het papier laat dansen, en dat altijd een verhaal vertelt, een verhaal dat met de tijd steeds belangrijker wordt. Er hangen verschillende contactafdrukken waarop je ziet hoe hij de foto’s bijsnijdt, zo zie je wat een verschil het maakt, hoe een beeld verandert als je precies een deel ervan weglaat. Ik ben het meest gefascineerd door de foto’s van de schepen en de schippers op de Bosporus en de Gouden Hoorn, de vissers en de watertaxis, de mannen met verweerde gezichten, broeken met scheuren en lappen erin, bij de enkels bijeengebonden. Ik heb al eens geschreven over dat boek dat ik graag wilde hebben maar niet meenam omdat het 30 kilo woog, ik ben in gedachten al bezig met hoe ik dat deze keer wel mee ga slepen, maar er is hier gelukkig geen winkeltje zodat ik toch niet in de verleiding kom.

Het is nu wel zo’n beetje tijd voor koffie, ik vind om de hoek een Starbucks, iemand doet een poging om mijn naam op de beker te schrijven, die ik voor het gemak maar afkort tot ‘Jenny’ maar kennelijk is ook dat nog te moeilijk want er staat uiteindelijk ‘Acenil’ op, en er blijkt ijskoffie in te zitten, waaroooooooom??? waar ik dan weer stevig van baal, maar geen zin om moeilijk te doen dus voor straf moet ik het er maar mee doen. Ik ga op weg. Ik zou eigenlijk naar het ‘Quincentennial Foundation Museum of Turkish Jews’ gaan, maar de moed zinkt me in de schoenen. Ik ga naar huis. Ik ben klaar. Ik heb mijn shot Istanbul weer gehad. Alleen als ik in die tram zit stap ik dus per ongeluk uit op Beyazit.

Nadat ik me door de Hotel California die Kapalı Çarşı heet, heb heengeworsteld omdat ik eerst geen uitgang kon vinden (je zou toch denken dat als je alsmaar rechtdoor loopt, je toch uiteindelijk bij een uitgang moet komen, maar er komt geen einde aan lijkt het), heb ik nog heel even de illusie dat ik hier buiten ergens wel wat kan eten en drinken, maar de hele tourist trap staat me momenteel al weer enorm tegen, en waarom niet gewoon lekker terug naar Moda, waar ik de weg weet. En waar dat Japanse restaurant zit waar ik toch nog heen wilde.

De lucht is donker grijs, op de boot speelt een gitarist melancholische liedjes, een heel klein jongetje dat bij een passagier hoort, danst een soort halay, waardoor iedereen moet lachen. Bij het uitstappen schud ik mijn portemonnee leeg in de gitaarkoffer. Pas buiten realiseer ik me dat dit het weer was, de boottochtjes naar de overkant. Hoe lang zal het deze keer weer duren voordat ik hier weer ben? Ik heb het voorgevoel dat het een hele tijd gaat duren.

Andermaal in Kadıköy is het natuurlijk ook weer over de hoofden lopen. Langs de kade staan tribunes met schoolkinderen erop die in formatie met grote vlaggen zwaaien en hun bij de geboorte al ingestampte liedjes zingen die gaan over de heldendaden van Atatürk en hoe trots en blij ze zijn dat hij hun vader is. De ouders staan trots naar het optreden te kijken dat ze zelf ook hebben gedaan toen ze klein waren. Niemand heeft haast dus is het erachteraan sjokken naar het straatje waar het Japanse restaurant zit, dat gaat alleen pas over een uur open, maar geeft niet want er tegenover zit een koffiezaakje waar ik in loop, en verder naar achteren, verborgen voor de menigte die niet verder kijkt, is een piepklein achterplaatsje, helemaal groen, met een glazen afdak waardoor je naar de oude gebouwen kijkt die er achter liggen, en het is er stil, heel stil, alleen de barman zit er met een vriend, en nog één andere persoon, die zich net als ik achter een toetsenbord verschanst. Lekker even bijkomen, diep zuchten en uurtje schrijven. Daarmee ga ik ook door als ik naar het dakterras van het Japanse restaurant ben gedirigeerd. Een fantastisch uitzicht heb ik hier, ik kan zelfs de overkant van de Bosporus zien. Afijn ik eet wat lekkere Japanse ‘meze’ met een margharita en I’m calling it a day. Ik moet alles nog doen thuis, schoonmaken en inpakken, en morgen vroeg op dus geen gelanterfant meer nu.

2 gedachtes over “Moe of lui

  1. Ellen's avatar Ellenblok 21 mei 2022 / 10:01

    Waar is de ‘like’ knop? 🤔😃

    • Ellen's avatar Ellenblok 22 mei 2022 / 10:17

      O dat is het sterretje.. 🙈

Plaats een reactie