
Niet alleen het plezier zit in de voorbereiding maar ook de stress. Laatst droomde ik dat ik in m’n eentje in een Cessna op weg was naar een beurs in Detroit, en dat ik er boven New York achter kwam dat ik geen landkaart bij me had en ook niet wist of ik wel genoeg benzine bij me had. Dat zijn van die dingen waar ik aan denk als ik een road trip voorbereid, kan ik overal wel tanken waar ik kom, kan ik wel vinden waar ik heen wil, en wat doe ik als ik strand? Dit gaat redelijk ver, zo draag ik een kinderarmbandje met het telefoonnummer van mijn zus erop, en heb ik instructies achter gelaten voor wat ze moeten doen als mijn lijk teruggebracht moet worden naar NL (en dat hoeft voor mij niet eens). Maar okee dat is misschien een beetje morbide. We zijn nog vier weken van de vertrekdatum verwijderd en tegelijk heb ik er heel veel zin in en ook weer niet, maar ik moet, zegt mijn rusteloze ziel. Er is nog zo veel te ontdekken, ook in de rest van de wereld, dus misschien is dit voorlopig echt de laatste keer. Het hoofddoel is Sagalassos, en ik probeer zoveel mogelijk fringe-activiteiten mee te pakken. Na een paar dagen Istanbul gaat er zo’n 1000km in zitten (wat kost de benzine eigenlijk in Turkije?), airbnb’s, hotels, auto, verzekeringen, bijna alles is ruim voor vertrek al geregeld, en nog heb ik stress.
Zondag, 4 weken later
Typische chaotische start na stressvolle reis want Schiphol jaagt iedereen angst aan voor de rijen van 3 uur bij security. Bleek uiteindelijk maar 1 uur te zijn, niettemin was ik natuurlijk 5 uur van te voren al vertrokken. Die bleek ik ook nodig te hebben toen ik een kop koffie zocht, ze kunnen beter waarschuwen voor de rijen die dáárvoor staan, en het feit dat een een schrijnend tekort aan koffiepunten is. “Reizigers moeten rekening houden met hinder en vertraging bij het verkrijgen van een kop koffie, wegens het tekort aan koffieuitgiftepunten.” Hoe is het mogelijk dat ik nergens een kop koffie to go kan krijgen behalve bij de Starbucks waar dus al een miljoen mensen staan te wachten. Hoe moeilijk is het om bij voorbeeld op alle gate-kruispunten een baristbarretje met zo’n hipstermeisje in een tuinbroek en een Iris Apfel-bril neer te zetten? Affijn je snapt al, ik heb het punt van koffiechagrijn al weer bereikt, dat begint lekker. Ik kwam uiteindelijk maar een half uur voor opening bij de gate aan, maar goed, ik had koffie. Ik was van plan om niemand te gaan vervelen met verhalen over de vlucht want, nou ja, we kennen allemaal dezelfde universele ergernissen, te warm, te koud, te droog, 5€ voor een bekertje water, huilende baby, geen beenruimte, ellebooggevecht, rugleuning van die vóór je, etc. Maar een klein detail wil ik er tòch graag voor je entertainment aan toe voegen, behalve dat er twéé huilende babies waren, zat de moeder van een daarvan recht achter me, en die probeerde het kind te sussen door het nogal gewelddadig op en neer te schudden, waarbij haar knieën tegen mijn rugleuning zaten en ik dus óók gewelddadig heen en weer werd geschud. En dat zo’n beetje 2,5 uur lang. Ik heb één keer achterom gekeken, maar ja, je kan niks doen, want baby, dus je staat al met 100-1 achter, elke opmerking zal worden uitgelegd als tegen de baby die onschuldig is, waardoor je automatisch een monster bent en alleen staat in je ellende. Ik dacht aan de drammende muziek van de benedenbuurman en dat juist het constante herhalen daarvan me bij tijd en wijle tot wanhoop drijft, en dat het zo fijn is om daar even twee weken van weg te zijn en dat ik hoop op een stille omgeving, en dat ik kennelijk nog éven 2,5 uur op de proef moet worden gesteld voordat ik mijn beloning krijg.
Er is op Sabiha altijd een giga-rij bij de paspoortcontrole maar hij gaat redelijk snel en ik heb al appjes gekregen van de taxichauffeur die ik natuurlijk van te voren al had geregeld bij Welcome Pickup (ik ben kennelijk de pickup, okee, beetje dubieuze naam) met foto’s van waar hij staat en hij heeft een bordje met mijn naam en zo zit ik weer in zo’n bekende Mercedes Vito met beige nep-leren bekleding en van die kitscherige blauwe ledlampjes in het plafond waardoor je overdag toch van een sterrenhemel kan genieten. Als we Moda binnenrijden krijg ik dat ‘intense geluksgevoel’ en moet ik diep zuchten. Als we langs de iskele rijden waar ik net een paar maanden terug met Nathalie liep, krijg ik een dikke grijns op mijn gezicht, ik voel me helemaal licht, en het voelt alsof ik hier alle tijd van de wereld heb, dat het nu klaar is, wat natuurlijk geenszins het geval is.
Voor de deur van het Aral gebouw zet hij me af. De verhuurster reageert even niet op mijn appjes dat ik er ben. Een bewoner laat me binnen in het typische Frans aandoende jaren 50/60 gebouw met de marmeren trap en bruine ijzeren brievenbusjes tegen de muur. Ik sta in het halletje. “I’m waiting for you, where are you at?”, vraagt Özgü. “I’m here”, zeg ik, “inside your apartment building”. “I don’t see you”. Ik weet niet hoe ik nu moet uitleggen dat ik al binnen sta, in het Turks is het iets van içimdeyim denk ik, en de twijfel slaat toe of ik wel in het goede gebouw sta. Ja, toch echt wel. Dan gaat er gelukkig een deur open en laat Özgü me binnen. Ik ben zo blij. Het appartement is zo leuk. Özgü is zo lief, en klein, en dun en ‘Modalı’ dat ik al weer helemaal geïntimideerd ben. Als ze me de tour en de wificode heeft gegeven pak ik snel een tas om boodschappen te gaan doen. Het is knettterdruk op straat, vanwege de Fenerbahçe-wedstrijd vanavond en ik koop maar gelijk wat brood en kaas en koffie en wijn want moe en ik moet mijn straatvrees nog een beetje overwinnen en wil vanavond niet meer naar buiten.
Thuis trek ik een pyjama aan en ga een beetje schrijven. Het huis is vriendelijk tegen me. Het licht op dit uur stelt me gerust. Overal hangen aquarellen en artistiek aardewerk. Een boekenkast, met ja inderdaad ook hier een verplicht exemplaar van Le petit Prince die om een of andere reden in elk huis in Turkije te vinden is. Tegen een muur staat een werkbank met een glazen plaat en allemaal penselen.
Als ik naar de tafel loop met een glas wijn struikel ik over een rondslingerende tas en gooi wijn en glas over de kanten vitrage. Scherven overal. Wat een geluk moet ik hebben. Een vlek ter grootte van een voetbal erop. En over mijn nieuwe witte truitje. Ongeveer een uur ben ik bezig daar de vlekken uit te wassen met shampoo en te bedenken hoe ik het uit de vitrage ga krijgen, vitrage eraf halen? Ja, maar dat kan dus niet want a heeft geen haakjes, en b ik kan niet bij het plafond, stoel is niet hoog genoeg en ik denk er niet over om op de strijkplank te gaan staan, ik zie de ongelukken al gebeuren. Ik vind een soort waterkaraf die ik vul met warm water en shampoo, prop daar de onderkant van de vitrage in, schud er als een wilde mee, net zo iets als die baby in het vliegtuig, herhaal dat een keer met schoon water en rol het dan in een handdoek droog. Het lijkt erop dat het werkt. Morgen even bekijken bij daglicht. De witte fauteuil ernaast heeft als een wonder niets. Ik had al willen slapen, maar ja.
Slapen doe ik gelukkig héél erg goed. Het is stil, echt doodstil, wat een geluk. Ik slaap, slaap, slaap, alsof ik een jaar niet heb geslapen. Ik word om 8:30 wakker, wat eigenlijk 7:30 is.
