Ergens begin van de week: snorkelen in de lagune

Ik geloof dat het dinsdag is maar moet even mijn telefoon checken. Ik ben inmiddels volledig de tijd kwijt. Eerlijk gezegd heb ik ook al een paar dagen niet goed gegeten. Tegen een uur of vier ben ik al weer zo lamlendig dat ik geen zin heb om me netjes aan te kleden voor het avondeten en er weer uit te gaan. Gisteren duurde het ook weer erg lang voordat ik mijn bed uit kon komen maar ik had wel een doel: snorkelen in de lagune, waar ik vorig jaar een beetje lafhartig bij zonsondergang op m’n bedje had leggen slapen tot zonsondergang en gezwommen, totaan die verrekte ballenlijn, maar inmiddels heb ik mensen gezien die totaan het eilandje zwommen dat ervoor ligt, met snorkels, dus dat moet ik ook gedaan hebben. Ik rijd de straat uit richting supermarkt Saintsbury’s om te kijken of er tussen de burikini’s ook een snorkel te vinden was, en natuurlijk had ik de keuze tussen duizend verschillende. Ik reed dat heerlijke stukje naar het strand en parkeerde de auto op de parkeerplaats van de lagune. Er stond nog maar één auto, ookal was het een uur of een. Ik zag dat er hier ook waterfietsen en kano’s werden verhuurd en al zou ik niet dood gevonden willen worden in een waterfiets, die kano leek me wel een goed idee. Was het niet, weet ook niet waaròm ik ineens de ingeving had om te gaan kanoën, ik ben namelijk van huis uit helemáál niet van het kanoën, of van wat voor andere campingsport dan ook, ik lig toch doorgaans liever op een zonnebedje, maar om kort te gaan ik kon weer geen nee zeggen tegen de verkoper, en eigenlijk had ik inderdaad wel zin om even de lagune rond te gaan dus oké dan maar, hop met de geit. Ik in die kano. Er was voor het gemak een plastic steigertje in het water gelegd, niettemin bedacht ik me ineens dat mijn hele hebben en houwen in een superabsorberende tas zat die dus ab-so-luut niet nat mocht worden. Huh. Jen gaat in een kano zitten met de tas die ab-so-luut niet nat mag worden. Dat is ongeveer net zo iets als waterskiën met je iPhone los in je hand. Maar goed, niet aan denken Jen, loslaten. Nee nu echt loslaten, en gaan met die kano, anders sla je al om voordat je weg bent. Oh god ik zie het al weer voor me. Anyway, ik weg met die kano. Ja, er is verder eigenlijk helemaal niks te vertellen over die kano, sorry, geen spannende verhalen, het was gewoonweg heerlijk, de lagune was magisch prachtig, behalve de piepkleine kiezelstrandjes die er waren, goddomme waarom ruimen we die zooi niet even òp mensen? Dit is toch het zogenaamde paradijs van Turkije? Je kan geen reclame over Turkije zien of dit plekje zit er in, zonder uitzondering gefilmd vanuit de lucht, door een van de talloze paragliders die hier dagelijks boven het strand cirkelen. Maar die kleine strandjes laten zien dat er op grondniveau kennelijk niemand een zak om geeft. Ik trek de kano op zon klein kiezelstrandje, stap bijna in een glasscherf die ik maar even uit het water haal en gooi hem een beetje aan de kant, samen met een bierfles en een waterflesje. Het is onbegonnen werk om hier in m’n eentje te gaan lopen opzoomeren, maar ik ben er toe in staat. Werkelijk elk idyllische plekje aan deze lagune ligt vol met rotzooi. Gek is dat toch, het stikt overal van de mannetjes voor alles. Al die klotehotels pikken de stranden in maar zorgen geen meter voor het milieu in de directe omgeving. Anyway. Dat terzijde. Toen ik eenmaal een oplossing voor deze wereldproblematiek had bedacht, liet ik de kano, met ja, heel mijn hebben en houwen (ik zal het in het vervolg maar even gaan afkorten), achter op het anderzijds idyllische strandje in de schaduw en dook met mijn snorkel in het heerlijke stille water. Om me heen zie ik maar een paar zwemmers, en ook twee waterfietsen, en daarin reusachtige, bleke, naar ik aanneem Engelsen, die wat verveeld om zich heen keken, alsof dat saffierblauwe water ze helemaal niets doet, ze zouden zo uit Harry Potter kunnen komen. Het ziet er allemaal een beetje potsierlijk uit, die waterfiets, als een minikermisje, op het water lichtelijk overhellend naar de kant van de man, met een rode parasol erop en een klein glijbaantje. Serieus, een klein glijbaantje op een waterfiets, de mensheid is helemaal gek geworden. 

Ik weet niet hoe lang ik daar aan het snorkelen ben geweest, ik raak voortdurend de tijd kwijt. Het is heerlijk, en ook al heeft het niet de onderwaterrijkdom van Curaçao, ik geniet van elk visje dat voorbij komt en duik af en toe even helemaal onder om een school visjes de stuipen op het lijf te jagen, niet opzettelijk natuurlijk, je wilt per slot van rekening in je suprematieve menselijke hooghartigheid vooral gewoon één zijn met de natuur, daarbij totaal voorbijgaand aan het feit dat de natuur helemáál niet één wil zijn met jóu (behalve dan met jou als zijnde lunch), wat blijkt uit het feit dat de natuur je meestal je òf zo snel mogelijk wil doden, òf zo hard mogelijk voor je wegloopt, ik bedoel, dat zou toch een redelijke give-away moeten zijn, maar nee, de natuur is onze verplichte arme vriend, die we als dank voor zijn vriendschap níet direct afslachten, maar indirect, omdat we er dan niet over na hoeven te denken en de schuld van de destructie bij een ander kunnen neerleggen, terwijl we zelf gewoon plastic tandenborstels blijven kopen, en chips en koekjes met plastic verpakkingen, en koelkasten, en autos, en schoenen en goedkope snorkels. Zo.

In ieder geval lig ik met die goedkope plastic snorkel en al in het hartverscheurend blauwe doorzichtige water van de lagune, ik drijf daar minstens een uur rond (denk ik), de zon brandt op mijn rug en benen die ik niet heb ingesmeerd, kan me niet schelen, het water is zo heerlijk, de grond is licht, de visjes wit en groen en blauw en ik zwem naar het midden van de lagune, waar een rots boven het water uit steekt. Een grote school visjes zwemt onder me door. Ik duik naar beneden en zweef er even tussen, het zonlicht schittert door het water en ik heb een intens azuurblauw geluksmomentje. Als ik even later de kano ga terugpeddelen, zie ik een lichtbruine vlek in het water. Zachtjes roei ik een stukje terug en zie de grootste schildpad die ik ooit heb gezien (zijn er au fond niet zo veel), hij lijkt even te aarzelen en hangt stil in het water, ik doe snel mijn snorkel op, buig voorover en steek mijn hoofd in het water, waarmee de kano overhelt en ik overigens bijna het water in kukel met mijn hele hebben en houden, maar de schildpad is recht tegenover me, ik zie hem nu glashelder, hij besluit nu toch maar naar boven te komen voor lucht, waarna hij weer de diepte in zakt en wegzwemt. Ik zie hem niet meer en kan hem dus ook niet achterna. Wat mooie dingen krijg ik toch weer in mijn schoot geworpen van het universum.

Ik pakte mijn spullen om naar huis te gaan, onderweg haal ik een pide en wat sla, ik was helemaal stuk, waarvan weet ik niet, ik heb alleen maar een beetje liggen dobberen, waarschijnlijk kost het gevecht van je huid tegen de zon toch veel energie. Thuis eet ik maar half de pide, neem een douche, drink een glas wijn in bed met Netflix en slaap als een os.