Vrijdag, zaterdag, dolce far niente


De tuinman is net vertrokken. Ik zit aan het ontbijt op het terras van het huis dat ik heb gehuurd in Ovacık. Ik heb het gevoel dat ik een beetje wakker word van twee dagen stress. Vrijdag stond in het teken van reizen, een binnenlandse vlucht in Turkije, ook wel eens leuk. Ik ontbijt bij de Starbucks in Moda, mijn haast om weg te komen won het van het verlangen naar een echt goed ontbijt. Ik was klaar en wilde ook geen seconde meer wachten om te vertrekken en zat dus veel te vroeg in de Uber een rit van bijna een uur door de enorme buitensteden van Istanbul. Als ik die troosteloosheid aan me voorbij zie trekken, besef ik me dat ik wel het goede deel van Istanbul heb meegemaakt. Er is verschrikkelijk veel bedrijvigheid, ik zie gloepend nieuwe shiny arabisch aandoende skyscrapers in wijken van vierkante betonnen flats die als pakken vla naast elkaar staan. Ik zeg tegen de chauffeur dat hij de radio wel mag aan doen, maar hij zegt: “We zijn er al bijna”. Mijn score op Uber is nu een 4.78 en twee mensen herinneren me aan Black Mirror, een serie waarin een aflevering gaat over een tijd waarin het leven van mensen bepaald wordt door de score die ze krijgen… op alles. Een nachtmerrieachtig leven waarin elke interactie die je doet direct wordt beoordeeld door degene met wie je contact hebt gehad, vrienden, familie, overheid, winkels, anything. Je persoonlijke score is zo geïntegreerd in de maatschappij dat ook bedrijven kijken of je wel in aanmerking komt voor leningen, een baan, hypotheken, verzekeringen, aan de hand van je persoonlijke score. Dit Uber systeem werkt eigenlijk ook zo.

Mijn koffer is een van de laatsten die van de band komt en als ik de auto ga halen krijg ik ook weer allerlei goedbedoelde adviezen over wat ik allemaal moet gaan doen in Fethiye en waar ik moet gaan eten. Als dezelfde jongeman even later ook op de parkeerplaats staat waar ik de auto dien op te halen ben ik even bang dat hij me mee uit gaat vragen, maar dat blijft gelukkig achterwege. De kleinste auto’s zijn op en ik krijg een gratis upgrade, het maakt me werkelijk geen ene moer uit, ik wil alleen maar in die auto stappen en weg. Ik heb Istanbul nog niet uit mijn hoofd en de vertrouwde weg richting Fethiye komt maar half bij me binnen. Vlak na de parkeerplaats van het vliegveld staat een jongen van een jaar of 18 te liften en ik stop. Waar moet je heen? Dalaman. Dat is mooi, want daar kom ik langs. De jongen zit op de opleiding voor flight attendant en spreekt een beetje Engels. Ik zeg dat ik een klein beetje Turks spreek, en hij zegt, dat is mooi, ik een klein beetje Engels en jij een klein beetje Turks, dan kunnen we elkaar zeker begrijpen. Hij werkt deze zomer in Dalaman om zijn opleiding te betalen. Hij wil graag iets van de wereld zien dus hij wil graag pursor worden. Bij het afscheid schudt hij mijn hand en zegt hij, “Nice to meet you Jenneke, iyi tatiler!” Zo’n beleefde lifter heb ik nog niet eerder in mijn auto gehad, die komt er vast wel.

Ik vervolg mijn weg richting Fethiye en ik word al wat rustiger. Het is hier wel bloedverziekend heet trouwens, 31 graden, maar niet zo vochtig als in Istanbul dus beter te verdragen. Ik weet dat ik langs een Kipa kom als ik richting Ovacık ga, en ben blij als ik hem inderdaad in het zicht krijg, ik sla meteen af om de eerste bare necessities aan boodschappen te doen, wijn, brood, kaas, yoghurt, koffie. Fethiye is een doorsnee toeristische badplaats en langs de hoofdweg door het stadje vind je honderden kleine supermarktjes die ook typische badplaatsproducten verkopen, badhanddoeken, zonnebrillen, opblaasballen, souvernirs, en ik zie dit jaar voor het eerst verschillende paspoppen met burkini staan. De gebouwen zijn laag en alles doet heel mediterraan aan. Sommige gebouwen zijn vervallen, het is stoffig maar redelijk opgeruimd. Toen Ellen en ik hier vier jaar geleden voor het eerst in de taxi reden, dacht ik, “In wàt voor negorij zijn we in vrédesnaam beland?”, zo weinig was ik gewend. Inmiddels ben ik die rommeligheid gaan herkennen en voelt het ook wel lekker aan. Alhoewel deze cultuur nog steeds een raadselachtige mix is van schone dingen en puinhoop, van alles dweilen en alles van je af flikkeren, van een mannetje voor werkelijk àlles, en een leegstaand huis gebruiken als de lokale vuilnisbelt.

Om 18:00 heb ik afgesproken met Murat bij Friar Tucks om de sleutel te krijgen van het huisje dat ik heb gehuurd. Of eigenlijk het huisje dat ik niet heb gehuurd, maar gekregen omdat het huisje dat ik wèl had gehuurd inmiddels was verkocht. Murat is er nog niet dus ik ga zitten en bestel een Efes en ik app hem dat ik achter de Efes zit met een geel T-shirt aan. Tien minuten later komt hij er aan en we bespreken even het wel en wee van het huis en dan volg ik hem erheen, het is letterlijk aan het eind van de straat van het hetzelfde huisje als waar ik met Jan heb gezeten en dat ik nu dus helaas niet kon krijgen. Er is een elektrisch hek met afstandsbediening en ik krijg een rondleiding. Het is een stukje groter dan het andere huisje maar alle gezelligheid ontbreekt. Ik weet het ik mag absoluut niet klagen maar er is vanalles mis mee. Om te beginnen zitten er tralies met neerslachtige kettingen en hangsloten voor de deuren en ramen, en mag ik de tralies van de deuren naar het grote terras aan de voorkant niet openmaken volgens Murat. Right, dus de openslaande deuren en ontbijten op het terras kan ik vergeten. Dat is een redelijke dealbreaker wat mij betreft. Ik zie dat overal het laminaat spleten vertoont en de randjes zijn omhooggekruld, want gedweild. Achter is nòg een terras, met een zwembad, maar het is erg krapjes allemaal. Er passen net vier zonnestoelen op. Onder het afdak past net een plastic tafel met plastic stoelen. Aan de àchterkant is ook de vóórdeur, gek genoeg. Onder de kersenboom door kom je achter het huis terecht, bij zwembad, en de voordeur dus. Boven twee grote slaapkamers, tot zover geen klachten. Maar waarom in vredesnaam zulke grote slaapkamers en vervolgens de wc ìn de douche bouwen? Bathroom Turkish style, grapt Murat erbij. Ik lach als een boer met kiespijn. Gelukkig is er nog een badkamer, die heeft wel een aparte douche, maar je moet weer ergens een stekker in steken om warm water te krijgen en de douchedeuren vallen zowat uit elkaar en het geheel is zó klein dat ik mijn benen niet kan scheren zonder mijn hoofd ergens tegenaan te stoten. Right.

Als Murat weg is, en het zwembad begint over te stromen over het terras en de tuin, ga ik op zoek naar de sleutels van die belachelijke tralies. Alle sleutels liggen in de buurt, alleen zijn alle hangsloten vastgeroest, behalve die van het terras aan de voorkant, daar heb ik dus weer geluk mee.

Ik gooi mijn koffer open op het bed van de ene slaapkamer en installeer me in huis. Ik haal de boodschappen uit de auto en doe helemaal niks meer. Ik neem een glaasje wijn en een stukje brood met kaas en het is alsof een deken van vermoeidheid over me heen valt. Ik doe vervolgens de hele nacht geen oog dicht.

De ochtend erna heb ik een geweldige migraine en probeer die de hele ochtend te onderdrukken. Eind van de ochtend wil ik wat water en ander boodschappen gaan halen, alleen doet plotseling het elektrische hek het niet meer, met mijn auto nog aan de binnenkant opgesloten. Nadat ik naar het supermarktje aan de overkant ben gelopen zit ineens ook het loophek dicht en kan ik het huis niet meer in. Ik moet bellen en tuinman Yusuf moet er aan te pas komen om me te bevrijden. Hij heeft een klein bosje jasmijn in zijn hand dat hij me geeft. Het ruikt heerlijk. Het loophek blijkt gewoon met een palletje aan de zijkant open te gaan, maar het elektrische hek geeft geen krimp. Yusuf gaat in de weer met siliconenspray maar ik hoor een tikje als ik de afstandbediening indruk dus ik denk toch echt dat het een elektronisch probleem is. Zolang mijn auto aan de binnenkant staat, kan het me wat schelen, want ik kan nergens heen.

Ik rommel een beetje rond in het huis, een beetje verloren, ik ben al mijn spullen kwijt want ze hebben nog geen vast plekje en het huis is zo groot. Yusuf heeft inmiddels het hek zelf opengeduwd. Nee, hij kan het helaas niet maken, en gaat met de tuin aan de slag. Ik neem van de gelegenheid gebruik om het terras opnieuw in te richten en hem de spullen naar een andere plek te laten tillen. Hij geeft me kleine rondleiding langs de fruitbomen in de tuin en gaat zitten onder de perzikboom. Ik ga voor een klein gesprekje bij hem zitten. Hij heeft twee dochters en een zoon, de dochter van 25 (çok büyük) werkt hierachter bij het Sun Hotel, de andere zoon en dochter zijn 13 en 10 en zitten op school in Fethiye. De perziken moet ik lekker opeten, hier zegt hij, ze zijn heerlijk, hij geeft me er een en neemt er zelf ook een. Ze zijn inderdaad heerlijk. Als ik wat later, na douche en ontbijt terug kom in de tuin zijn ze allemaal verdwenen.

Ik rij met de auto naar Ölüdeniz. De weg ernaar toe is heerlijk, vanuit de bergen rijd je naar beneden over een bochtige weg die steeds kleine stukjes van het onderaan liggende dorp en het strand onthult. Beneden heerst de bedrijvigheid rondom het toerisme, dat nog niet op gang is, want pas volgend weekend begint de bayram en de vakantie van de Britten, maar toch overal mannetjes met steekwagentjes en snelwandelende obers. Het zijn hier allemaal hotels, restaurants en winkeltjes, niemand woont hier echt en in de winter is het dan ook uitgestorven. Toch doet het dorp-achtig aan, omdat er niet hoger gebouwd mag worden dan drie verdiepingen, dus de zon komt overal.

Al voel ik niet de kinderlijke opwinding van vorig jaar, hier heb ik toch het hele jaar naar uitgekeken, de zee aan mijn voeten, op een bedje liggen lezen, af en toe afkoelen in het glasheldere azuurblauwe water, je drankjes laten brengen, of pide, de hele wereld gaat langs me heen, ik denk er niet eens meer aan, er bestaat alleen maar zee, en aarde, en universum, en ik lig daar tussen met mijn trage gedachten, alsof ik terugga naar de oorsprong van de tijd en er een nieuw begin is en alles onzeker en alles kan nog goedkomen.

Ik was veel minder lyrisch dan vorig jaar, maar misschien kwam het door de vermoeidheid of de migraine, nu ik hier lig is alles in orde, ja, alles is ok, alles daalt neer en komt tot rust. Ik ben de rest van de dag op het strand, het is hier niet zo bloedverziekend heet, af en toe ga ik een kop koffie halen, of iets te eten, mijn hele hebben en houden in mijn tas achterlatend op het strand. Ik heb de tijd niet in de gaten en pas als ik zie dat de zon al bijna ondergaat, pak ik mijn spullen in.

Ik slaap deze nacht als een os.

Plaats een reactie