
Gisteren werd ik op klassieke wijze wakker met een knallende hoofdpijn en ik zou het dus even rustig aan doen. Het iftar brood van de avond ervoor kon nog prima doorgaan voor ontbijt, en met een kop koffie uit een zakje Nescafe ging ik op bed liggen Netflixen. Tegen een uur of één verlaat ik het pand met een shopping target: iets van een jasje of vest waarmee ik een beetje in de crowd kan blenden met dit weer. Nou ja okee, dat is misschien op voorhand al een mission impossible, maar met een beetje regen ziet iedereen er hier uit alsof het herfst is, en ik loop dus al een week in alleen maar T-shirtjes, ziet er gewoon een beetje raar uit. Ik doe echt mijn best maar kom uiteindelijk gewoon bij de Mango uit, letterlijk het eerste legergroene jasje dat ik tegenkom, wordt het. Ik heb even om me heen gekeken wat de vrouwen hier zoal dragen en de boodschap is duidelijk dress down. Vorig jaar schreef ik al dat Moda hipster city ohne Ende is, dat lijkt zich dit jaar verder te hebben bestendigd. De vrouwen dragen allemaal hoge (en dan bedoel ik echt jaren 80 hoge) te korte zwarte broeken en spijkerbroeken, en een simpel T-shirtje erop met vooral niet te veel opsmuk maar wel graag een statement printje, alhoewel niet te opvallend, of met Bob Marley, James Dean of Che Guevara, en de mouwtjes zijn ook nog opgerold. Eenvoudige gymschoentjes deronder zonder uitzondering, en zware oogmakeup die ze helemaal niet nodig hebben want ze zijn toch al zo mooi, en deprimerende levenloze donkerroze, ketsmatte lippenstift. Aan die flauwekul gaan we dus allemaal niet meedoen, ik ben geen 20 meer, maar dat olijfgroene jasje met die afhangende schouders past prima bij het straatbeeld, dus dat gaat mee, en ook nog een vormeloos blauw-wit gestreept truitje en een te korte spijkerbroek met rafels, en klaar. Het lijkt wel of de mannen zich nu óók collectief hebben aangesloten bij de trend, en hun baard hebben laten staan, en dan begrijp je natuurlijk dat ik niet de isis-baard bedoel, maar de hipsterbaard, ongeveer bij de helft vergezeld van lang haar al dan niet in een Indiaas knotje ketsbovenop het hoofd en de andere helft van knetterstrak á la Turque geknipte kop met kuifje. Ze dragen allemaal te korte zwarte broeken en een fijngestreept tikkie strak Gaultier truitje en een John Lennon zonnebrilletje. Het doet allemaal een beetje jaren 50-70 Parijs aan. Echt, het is gewoon een beetje intimiderend.
Volgens mij ben ik nu ook in de buurt van de stier, het bekende beeld van Isidore Bonheur uit 1864. Dit beeld werd door de Duitsers gestolen uit Frankrijk in 1870 toen de Duitsers de Lorraine van Frankrijk inpikten, en door keizer Wilhelm II geschonken aan generaal Enver Paşa in 1917. Beetje zuur als je bedenkt dat het beeld de overwinning van Napoleon op Pruisen moest uitbeelden. Na het verlies van de oorlog (de Turken hebben werkelijk een feilloos talent for picking the wrong side) zwierf het beeld een beetje rond in Istanbul, maar werd uiteindelijk door dit stadsdeel Kadiköy aangeworven en hier neergezet. Het plein waar het staat, staat bekend als het protestplein van dit stadsdeel.
Okee, rundvee ook gezien, maar wat mijn blik trekt is een poster van de grote boekenmarkt in het Haydarpaşa station, op een kwartiertje lopen van hier. Wat moet je met Turkse boeken, zou je zeggen, maar een van mijn shopping targets is een historische atlas van Turkije, dus ik begin er maar heen te lopen. Het is wel een beetje druk op straat. Eerst denk ik dat dat komt omdat het spitsuur is bij de iskele, de haven, maar dan blijkt dat iedereen dezelfde kant op loopt als ik. Tegen de tijd dat ik bij Haydarpaşa aankom is het aansluiten geblazen. Ontzettend veel jonge mensen trouwens, studenten, scholieren en hipsters. Het doet me ontzettend goed, ik denk dat in Nederland de gemiddelde leeftijd van de bezoekers van een boekenbeurs tien jaar hoger ligt, als het niet meer is. Ongewild denk ik ook nog even aan het feit dat de omstandigheden zich prima lenen voor een bomaanslag. Jonge goddelozen en al die goddeloze boeken, de drukte is niet te overzien, je zou een prima slag kunnen slaan als het ware. En dat is nog vóórdat ik zie dat iedereen gecheckt wordt als op een vliegveld, ik moet eerst door een metaaldetector lopen, tas op de band, word dan gefouilleerd (inclusief tas), en krijg dan nog een handscanner over me heen. Komt misschien ook doordat er tientallen beroemde schrijvers aanwezig zijn die zitten te signeren, dat is natuurlijk vragen om security measures. Ik ken ze natuurlijk niet dus loop ze straal voorbij, maar er staan rijen en rijen mensen te wachten voor een handtekening in hun boek en een selfie. De boekenmarkt is uitgestald over de perrons van het voormalige treinstation Haydarpaşa, tussen de perrons staan wagons waarin je kan zitten en thee drinken. Het is gigantisch en ook al is 99,9% van de boeken in het Turks, ik pluis elke kraam na en vind het heerlijk. Ik koop een boek over de geschiedenis van Ayvalık, een notitieboek met oude foto’s en het dagboek van Anne Frank in het Turks, misschien geef ik dat wel aan Mert, de eigenaar van het apartement. Ik zie ook een exemplaar van Mein Kampf liggen, vertaald en wel (Kavgam), achteloos tussen een biografie van Atatürk en iets over Ghandi. Verschillende vertaalde Nederlandse schrijvers kom ik tegen, Mulisch, Tess Gerritsen, psycholoog Douwe Draaisma, Verloren grond van Murat Işik dat ik zo prachtig vond. Ik loop hier zeker twee uur te dwalen, nagestaard, soms vriendelijk aangesproken in de kraampjes, waar maar opvallend weinig mensen Engels blijken te spreken. Ik ben inmiddels ketskapot, ga naar huis lopen, eet het restant van het iftarbrood, en ga schrijven. Daar ga ik veel te lang mee door, ook met wijn drinken trouwens, en het is 2:00 voordat ik het licht uit doe.
Dat wreekt zich vanochtend natuurlijk genadeloos. Om 7:00 ben ik al weer wakker met weer een dijk van een hoofdpijn. Dit wordt dus echt een luie dag. Ik doe de hele dag bijna niets, alleen in mijn onderbroek door het huis schuifelen en Netflixen. Ik ben zelfs zo lui dat ik koffie bestel. Ja mensen, dit is Istanbul, hier bestel je gewoon een latte en een capuccino, en die worden gewoon thuisgebracht, door het arrogante ‘Coffee Manifesto’ van twee straten verderop, degelijk verpakt, in een hipster papieren tasje met de tekst ‘Ask stupid questions’ en met een zakje koekjes erbij. O mensen, wat een geluk.
Het is een stralende dag, geen regen, de gisteren gekochte jas is volstrekt overbodig, het is warm maar vanaf de op 100 meter afstand stromende Bosporus komt een verkoelend windje en dat wringt zich ook door mijn openstaande ramen, samen met het geluid van de mensen en de auto’s en het antieke trammetje dat hier door de straat rijdt (er is maar 1 circulaire lijn, gelukkig). Het airbnb appartement leent zich hier uitstekend voor, beetje op bed liggen, douchen, naar de keuken lopen om iets te eten te halen en weer verder in bed Netflixen. Ik ga er even uit voor een boodschapje, en begin van de avond voor pide om mee te nemen (paket olsun). Het is hartstikke druk op straat en de iftar is nog niet eens begonnen. Ik vergeet zelfs wat voor dag het is totdat ik weer ga schrijven en de datum erboven moet zetten. Morgen wil ik naar Arnavutköy, verder noordelijk aan de overkant, wat een schattig dorpje binnen de stad moet zijn, en ik wil ook naar de bioscoop, want de documentaire Kedi, over de katten van Istanbul, is net deze week uitgekomen. Of het ervan komt weet ik niet. Vanavond in elk geval op tijd naar bed.
