Vrijdag 9 juni, Bursa, Istanbul. 


Even de algemene stemming sinds ik hier ben. Behalve het aankomen en de stress van het vliegveld, auto halen en in het donker rijden, voelt het alsof alles op zijn plaats valt. Alle Turkse impressies vallen onmiddellijk weer in hun neuropatroon in mijn hersenen. Ik ben weer een beetje thuis. Het lyrische geluksgevoel dat ik vorig jaar had heb ik nu (nog) niet. Gek hoe het ‘feest van herkenning’ en de drang tot verandering en vernieuwing steeds beide aanwezig zijn. Hoe heerlijk is het om weer nieuwe plaatsen te ontdekken, en hoe eveneens heerlijk is het om steeds meer taal te herkennen en kunnen spreken, en om sommige dingen toch weer hetzelfde te willen doen, zoals een cafeetje met lekkere koffie uitzoeken en daar dan heeeeel lang achter een kop lekkere latte te zitten schrijven, met oosterse muziek met veel violen om je heen en af en toe de ezan
Daarnaast ontgaat me de politiek situatie niet, of eigenlijk lieg ik dat, hij ontgaat me wèl, in de zin dat ik er hier helemaal nog niets van heb gemerkt, in de zin dat mensen lelijk tegen me doen omdat ik een Hollander ben, of van de internationale spanningen, Qatar, interne spanningen, etc. Een cynicus zou kunnen zeggen: natuurlijk merk je er niets van, je bent een toerist, je geeft hier je geld uit, stop maar lekker je hoofd in het zand terwijl 150 onschuldige journalisten zonder vorm van proces zitten opgesloten. Weet wèl dat ik me heel goed bewust ben van de situatie, de situatie met de vrijheid van meningsuiting in dit land, de situatie met de Koerden en de PKK en Syrië en de YPG, de situatie met Qatar en hoe Turkije zich hierin beweegt, de situatie met de economie en de pogingen van de Turkse overheid om de val van de koers tegen te gaan. Ik volg ook twitter nauwgezet, en constateer dat ik van sommige accounts die ik volg alleen maar zie staan: “Huppeldepup’s account has been withheld in: Turkey”. Ik kan hun tweets dus echt niet lezen, en inderdaad, als ik iets probeer op te zoeken op Wikipedia (ook de Nederlandse Wikipedia), krijg ik de melding “server onvindbaar”. De hotelsite Booking kan ik gewoon benaderen, maar ik kan in elk land hotels vinden, behalve in Turkije. Vooral de blokkering van Wikipedia vind ik zorgwekkend. Een kenmerk van dictatoriale regimes is het onthouden van kennis aan het volk. Vrije toegang tot kennis is niet gewenst voor een totalitair regime, je wilt controle hebben over wat de jongere generatie wordt geleerd en hoe zij worden gevormd, ik zie beelden voor me van nieuwe, aangepaste, politiek correcte schoolboeken, boekverbrandingen, blokkering van internet sites. Drie dingen die nu echt hier gebeuren. En ik vrees dat als dit niet snel verandert, het te laat is. Want de generatie die hiermee opgroeit, zal het ook weer verder brengen. 

Ik sluit mijn ogen echt niet voor deze dingen. Ik ben ook, juist, ontzettend dankbaar dat ik hier nu mag zijn. Ik ben ook, juist, ontzettend verdrietig dat ik daarom niet naar Hasankeyf, Diyarbakır, Mardin en Midyat kan gaan deze keer. Ik kan niet uitleggen wat dat met me doet. Maar er is ook nog een ander Turkije. Wij zien alleen maar de ellende die in de krant staat, maar wat een leuke, lieve, intelligente, bohemien, avantgarde, intellectuele en creatieve mensen zijn er nog meer! Na de vijf jaar dat ik hier kom, kan ik me bijna niet voorstellen er géén deel van uit te willen maken. Wat een eetcultuur, wat een gezelligheid, wat een behulpzaamheid, wat een laisser faire, wat een je ne sais quoi, wat een bcbg, wat een betrokkenheid, wat een beschaving, wat een intelligentsia, wat een olijfolie, wat een wijn, wat een zonneschijn, wat een zee, wat een rüzgar, wat een poëtische Weltschmerz, wat een gepassioneerde levensvreugde, wat een leven! 

Okee, alles goed en wel, maar over vrijdag is niet zoveel te vertellen. Ik stond vroeg op want een lange reisdag voor de boeg. Ik zou over Bursa (ruim drie uur rijden) naar Istanbul rijden (nog twee uur rijden), de auto naar het vliegveld brengen en inleveren en me in het appartement in Kadiköy installeren. 

Na het fantastische exuberante ontbijt van hotel Erol om 8:00 uur, smeet ik alles in de auto, liet een bedankbriefje, een bak baklava en een pak van huis meegenomen stroopwafels achter en reed ik eerst nog naar de andere kant van het eiland, gewoon om het even gezien te hebben, het was maar tien minuten rijden. Ik ontdekte nog een verborgen strandje voor de volgende keer, en reed daarna ook nog even naar het centrum om wat water en eten voor onderweg te halen. Ik parkeerde in een met doeken overdekte en door oude stenen gebouwen geflankeerde binnenplaats van een authentieke olijfoliefabriek, boven de ingang van de binnenplaats stond nog het verbleekte bord ‘Sabuncugil’, een historische olijfolienaam. (Het achtervoegsel ‘gil’ is trouwens in het geheel niet Turks, maar ik weet niet wat het betekent. ‘Sabun’ is zeep, en ‘sabuncu’ zou zeepmaker moeten zijn, en zeep wordt ook van olijfolie gemaakt.) In gedachten zei ik dag tegen deze olijvenplaats, ik ben hier veel te kort geweest, en ik hoop hier nog eens terug te komen. 

Drie uur zou ik moeten rijden naar Bursa. De eerste paar uur zag ik uitgestrekte olijfgaarden, kilometers en kilometers lang. Ik zag een beetje op tegen deze reis. En ik zal er ook niet te veel woorden aan verspillen. Een grote stad als Bursa zie je al tientallen kilometers van te voren aankomen door lelijke banlieus, voorsteden, die echt lelijke Turkse vierkante uit de grond gestampte betonnen wijken. Het lijkt wel Rusland. De drukte op de weg neemt toe naar gelang het aantal rijbanen ook toeneemt. Gek genoeg neemt het aantal rijbanen naar gelang je de stad nadert weer àf, zodat heel dat godganselijke verkeer zich weer in die twee à drie rijbanen probeert te proppen, afijn stress ohne Ende. Inmiddels was de zon óók verdwenen en had plaatsgemaakt door miezerige regen en 19 graden, en ik had dus geen trui of jas of vest bij me. 

Maar ik moest zonodig Bursa zien en één of ander historische markt en één of andere han, dus ik dacht oké dan hop met de geit. Ik had al geen meter zin meer, maar allah. Niet dat ik nog een keus had, want zat inmiddels muurvast in het verkeer. 

Na anderhalf uur als een dwaas door dat verkeer heen ploeteren kwam ik zowaar op een plek die de parkeerplaats bleek te zijn die ik op Google Earth meende te zien. Sleutel weer inleveren en ik moest inmiddels zo ontzettend naar de wc dat ik eerst maar naar het stadsmuseum ben gegaan (museum = schone wc’s). Vreselijk museum trouwens; er was genoeg te zien, daar niet van, maar stel jezelf de vraag: “Wáár zijn de vrouwen???” En dan blijkt dat er ook in de overheidsmusea totaal geen aandacht is voor de vrouwen in de samenleving en dan is het wat mij betreft snel over met de pret. 

Na het museum voeg ik me in mijn doorwaaibloesje kleumend in het winkelende publiek van de historische binnenstad, het is een prachtig gezicht, laat ik dat vooropstellen, dat Middeleeuwse centrum met die overdekte markt en alles, en dat pleintje met al die winkeltjes, maar wat me toch het meestel opvalt is het religieuze contrast met Ayvalık. Waar er in Ayvalık in de verste verte geen hoofddoek te bekennen is, is hier letterlijk negen van de tien vrouwen gesluierd, waarvan ook een paar echt in een volledige zwarte niqaab. Voor me lopen een jongen een meisje met zo’n niqaab, de jongen ziet er sportief en modern uit en loopt grapjes met haar te maken, ze horen duidelijk bij elkaar. Zij lacht en leunt naar hem toe terwijl hij haar duwtjes geeft en kennelijk grapjes maakt, alsof die hele niqaab niet bestaat. Het maakt me boos, ik denk aan de ene kant, wat een belachelijk idee dat jij je zo moet laten beperken in je bewegingsvrijheid terwijl dat volgens de koran helemaal niet hoeft, en tegelijkertijd denk ik, maar zij hebben kennelijk net zo veel lol als elk ander stel, dus wat is er dan verkeerd aan? Ik moet mezelf die vraag stellen, terwijl ik tegelijkertijd vind dat die sluier echt verkeerd is, als je begrijpt wat ik bedoel. 

Ik besteed niet teveel tijd in Bursa, want ik voel me hier gewoon echt niet thuis. Op de een of andere manier gaat er van die jonge streng religieuze mensen toch een bepaald oordeel uit, meer nog dan van de oudere generatie. Die jonkies zijn vaak zo overtuigd van hun gelijk, of van hun recht op hun overtuiging, dat er toch al niet mee te praten valt, en op de een of andere manier pik ik dat op in hun blikken. Ik hoop dat ik het mis heb, maar dat is mijn gevoel, en dat zorgt er ook voor dat ik hier nu gewoon zo snel mogelijk weg wil.

De reis naar Istanbul verloopt buitengewoon voorspoedig, het is alsof de stad me naar zich toe trekt, alsof ze weet dat ik hier wil zijn en zegt ‘kom maar hier, hier kan je wel van het leven genieten’. De Uber is er binnen een minuut. De stad is zo groot, de reis naar het appartement duurt nog een uur en ik slaap een beetje in de taxi. Mert, de eigenaar van het appartement ontvangt me allerhartelijkst. Ik ben één van de laatsten die van het uitzicht kunnen genieten, opzij is de Bosporus te zien, maar naast hem worden appartementen gebouwd. “It’s construction mayhem right now in Istabul”, zegt hij. Ik zeg: “Turkey probably needs it”, waarop hij meewarig zijn hoofd schudt, hoe kàn ik dat zeggen, “Turkey needs more green!”. Het ‘probleempje in de badkamer’ is inmiddels opgelost en ik gooi mijn spullen aan de kant, neem een douche en geef me over aan Istanbul. 

Plaats een reactie