Laodikeia poging 2, Aphrodisias, Ovacık


Vrijdag

Ondanks het heerlijke bed in dit mooie hotel op deze gruwelijke plek in deze rare stad Denizli, word ik toch weer lekker vroeg wakker, maar voor even vind ik dat niet zo erg, want ik heb besloten vanochtend ook nog naar Laodikeia te gaan voordat ik vertrek naar Fethiye. Ik ben helemaal blij om aan de dag te beginnen want ik heb op Airbnb het buurhuis gevonden van het huisje waar Jan en ik vorig jaar waren en dat voor deze week vastgelegd. Ik hoef een week lang niet meer te regelen waar ik slaap, een heerlijk vooruitzicht. Ik moet alleen om 18:00 in Ovacık zijn voor de sleutel, het is 4-5 uur rijden vanaf Aphrodisias, en naar die plaats moet ik tenminste twee uur omrijden, en dan wil ik ook Laodikeia nog zien. Ik weet, het is een beetje een krapjes programma, maar dat heb je ervan als je je plannen door andere mensen in de war laat brengen.

Laodikeia ligt op 10 minuten rijden, dus vlakbij Denizli en ik neem aan de derde grote attractie van de stad. Het zal aanzienlijk minder bezoekers krijgen dan Pamukkale waar de toeristen met busladingen tegelijk worden afgezet, in elk geval zijn er op dit uur van de dag nog helemaal geen toeristen. Het is al wel weer heel erg heet, en in een houten stacaravan zitten vier bewakers in uniform iets te bewaken. Ze wijzen me dat ik verderop kan parkeren en betalen. 10 lira is de toegangsprijs en ik kan het immense terrein op. Ik loop over een marmeren weg van tientallen meters lang met een karrenspoor erin en links en rechts ervan afgebrokkelde muren van wat ooit winkeltjes zijn geweest. Zo ver ik kan kijken zie ik marmeren en lichtstenen gebouwen en rechts grote zuilenrijen aan de rand van een plein. Er schieten talloze hagedissen en krekels voor me weg. Ik loop in de hard oplopende hitte naar het einde van de weg en dan naar links, de heuvel op naar het hoogste punt. De plaats komt me erg schoon en georganiseerd over en als ik verder loop zie ik dat er behoorlijk veel mensen aan het werk zijn. Ik zie manshoge blokken nieuw marmer liggen en onder een groot zonnedoek zijn twee mannen bezig ze te zagen en te bewerken. Overal liggen op maat gezaagde gloednieuwe stukken die de leegtes moeten gaan opvullen.

Aan de ene kant begrijp ik de Turkse manier van restaureren: je kan duidelijk zien wat oud is en wat nieuw, en dat is precies de bedoeling. Het moeten geen Amerikaanse toestanden worden waar alles wordt nagebouwd en het zo echt mogelijk moet lijken en niemand meer echt van nep kan onderscheiden waardoor alles zijn waarde verliest. Maar het lijkt er wel op dat hier een hele stad wordt herbouwd en dat is wat mij betreft nu weer net nìet de bedoeling. Ik hou ervan dat er dingen aan de fantasie worden overgelaten en je gedwongen wordt zelf verder te denken. En ik hou er zeker niet van om dingen die honderden jaren en min of meer natuurlijk verloop van zaken hebben gekend, onherkenbaar te vernachelen. En dat is wat ze hier op grote schaal aan het doen zijn en ik ben zo blij dat ik het nog zo mag zien, al betekent het wel dat op elke foto een hijskraan staat, die blokken marmer van 2 ton dwars op twee zuilen legt, want het moet er wel oud uitzien, maar het op de oude manier te bouwen, dat is dan weer net teveel moeite.

Vanaf de top van de berg loop ik richting het grote amfitheater, je wordt er als het ware vanzelf naar toe geleid over de heuvels. In het gras staan grote lichtpaarse bloemen. Er ligt een slangenhuid opgekruld in het dorre gras. Ik wist niet dat ik daar ook nog voor op moest passen. Het amfitheater is net als de meeste amfitheaters uitgegraven uit de heuvel in plaats van erop gebouwd. Good thinking, zou je zeggen want dan kan het bij een aardbeving niet instorten. Niettemin ligt het er toch volledig ingestort en overwoekerd bij en dat maakt het voor mij dan weer zo mooi en interessant. Ik weet zeker dat dit over een jaar, misschien twee, een spiksplinternieuw amfitheater is waar ook weer concerten worden gegeven alsof geschiedenis nooit heeft plaatsgevonden. Misschien ben ik hier conservatief in maar bij dit soort dingen denk ik, haal gewoon af en toe wat onkruid weg en leave it verder the fuck alone.

Ook de christelijke kerk wordt gerestaureerd en omdat ik vanaf een alternatieve route aan ben komen lopen (duh) heb ik niet begrepen aan welke kant van het touw je nu wel en niet mag komen, en blijk ik me dus aan de yasak (verboden) kant te bevinden, waar ik wel degelijk na tien stappen door iemand word tegengehouden die uit het niets is verschenen en mij waarschijnlijk al vanaf dat ik het terrein opkwam gevolgd heeft (alhoewel, hij heeft me ook niet van het dak van die half ingestorte kapel afgejaagd, dus misschien is het toeval). Er ligt een zee aan mozaïekvloeren in de kerk, die met golfplaten overdekt is, en binnen zijn er glazen vloeren aangelegd waarover je via een weloverdachte route door de hele kerk kunt lopen, waarbij je om de paar stappen een bordje tegenkomt waarop geschreven staat waar je naar kijkt. Ik begrijp van mijn persoonlijke bewaker dat dit gedeelte kapalı, gesloten is. Grappig, hij doet hetzelfde als ik al een paar keer eerder heb meegemaakt. Eerst zeggen ze dat het gesloten is waarbij ze blik opzetten waarmee ze willen uitdrukken dat ze je nu gaan wegjagen, en vervolgens als je braaf omdraait om weg te gaan mag je er ineens tòch in. Een beetje good cop, bad cop in één zegmaar. De good cop zegt dus ineens dat ik er wel in mag, maar fotograferen is verboden. Ik snap niet waarom, flitsen is totaal niet nodig en wat zou er verder kunnen gebeuren. Maar ik laat het verder maar uit mijn hoofd. Verschillende vaklui zijn hard bezig de kerk op vakkundige wijze van alle originaliteit te ontdoen maar toch ben ik gefascineerd, en niet zozeer door de prachtige mozaïekvloeren als wel door het feit dat vloer een aantal hoogteverschillen heeft en op sommige plekken wel 30 of 40 cm in hoogte verspringt, een schrikbarend effect van een aardbeving. Ook is een een soort put met duizenden originele stukjes mozaïek erin, die al honderden jaren een soort verzamelput voor mozaïekstukjes is, en als zodanig gebruikt wordt om in de loop van de tijd de schade van aardbevingen te kunnen herstellen. De stukjes die loskwamen na een aardbevingen, werden dus hergebruikt. Wat een fascinerend idee.

In de verzengende hitte op deze morgen ben ik blij met de koelte van de overdekking maar ik moet snel verder, want ik moet uiterlijk om 18:00 de sleutel van het huisje ophalen. En als ik nog twee uur moet rijden naar Aphrodisias en 4 uur naar Ölüdeniz, wordt dat krapjes.

Een deel van de weg naar Aphrodisias is zegmaar weggehaald en daar had ik even geen rekening mee gehouden. Ik rijd hier kilometers lang gewoon op grof grind en dus halve snelheid. Aan het eind is men aan het asfalteren en ik merk hoe ik hier vanuit mijn werk naar kijk: hoever van te voren er wordt afgezet bijvoorbeeld, er staat hier 20 meter voor de asfalteertruck een mannetje met een rode vlag te zwaaien. Van een omleiding of afzetting is geen sprake. Hoe die mannen erbij staan is echt levensgevaarlijk, ik zie ook geen helmen of hesjes of veiligheidsschoenen oid.

Ik ben blij als ik eindelijk de afslag naar Aphrodisias vind die direct aan de weg ligt. Helaas is er een slagboom die niet open gaat en even ben ik bang dat het terrein ‘kapalı’ is, maar aan de overkant van de weg waar ik net vanaf kom, staat iemand in een uniform. Hij zegt dat ik er niet heen mag met de auto, maar ik mag de auto hier parkeren en dan mag ik plaatsnemen in die kar achter die trekker, die elke 5 of 10 minuten naar het terrein vertrekt. Ik begin een bang vermoeden te krijgen dat Aphrodisias helemaal niet zo’n ‘onontdekt’ pareltje is, vanwege de afgelegenheid, als er al openbaar vervoer naar toe is geregeld.

Gelukkig is er niemand anders en is de bestuurder van de trekker bereid om meteen te vertrekken. Als ik op het terrein aankom blijkt werkelijk alles al geïnstitutionaliseerd te zijn, tot aan de wc’s toe. Er is een museum, een cafe, een souvenirwinkel, een open tentoonstellingsruimte en ik heb nu al geen zin meer.

In de tentoonstellingsruimte blijken prachtige foto’s van Ara Güler te hangen, die deze na de ‘ontdekking’ in de jaren 70 heeft gemaakt van de omgeving. In het naastgelegen dorpje bijvoorbeeld, staat op het pleintje onder een boom een stenen bankje waar al eeuwenlang oude mannetjes ’s middags zitten te praten, dat bankje blijkt een eeuwenoude Griekse bank te zijn. In de huizen van de mensen zijn kapitelen te vinden die als tafel worden gebruikt of om een muur of vloer te ondersteunen. Ik koop een pakje ansichtkaarten met foto’s en sla museum en cafe over. Ik ben van plan om in sneltreinvaart over het terrein te gaan want ik zie nu al dat overal wandelpaden zijn aangelegd waar ik niet van plan ben op te blijven lopen en ik loop dan ook al snel een veldje op waar nog niets mee lijkt te zijn gedaan. Het veldje is helemaal zwart en lijkt kort geleden te zijn verbrand. In de zwarte as zie ik looppaadjes die ik hier maar wel liever even volg, want ik weet niet waar ik eigenlijk precies op sta en wat de kans op instorting is. Hoe verder ik loop, hoe meer granieten blokken en zuilen ik tegen kom. De blokken zijn ongeveer 2 meter lang en hebben een de vorm van een dak en ineens realiseer ik me dat ik op een begraafplaats sta. In de verweerde hoofdeinden zie ik onder het verbrande mos Griekse inscripties. Sommige versieringen zijn nog haarscherp en ik zie hoofden, kransen, vogels, vissen, druiventrossen.

Aan het eind van het officiële pad ligt het amfitheater waar ik op klim en zelfs achter terecht kan komen, en het is waarschijnlijk niet de bedoeling dat ik hier kom want er is niets aan gedaan. Het onkruid en gras staan zo hoog als ik zelf. Ik zie de toegangspoorten van verschillende verdiepingen tot het theater net boven de aarde uitsteken. Er lopen hier kleine paadjes naar beneden naar het dorp. Onder een van de bogen liggen een paar planken bij wijze van bank, en er liggen wat sigaretten en blikjes. Kennelijk is dit de hangout van de lokale jeugd. Naar boven klimmen is te steil en ik durf het niet aan. Ik wil nu alleen nog even het kerkje zien en klim via de binnenkant van het amfitheater naar benenden, loop over het podium terug naar het wandelpad. Daar kom ik twee mannen tegen met officieel uitziende pasjes om hun nek. Ze passeren me, overleggen dan even en komen dan op een drafje achter me aan. Of ze me de weg moeten wijzen? Nee hoor, dat is niet nodig, bedankt. Maar we doen het graag hoor, het is ons werk! Er zijn dus verder geen bezoekers, maar het terrein loopt wel vol met museumpersoneel, verkopers, gidsen, trekkerchauffeurs en weet ik wat al niet meer. Het komt over als nogal pijnlijk. De twee hebben alle tijd van de wereld, maar ik niet en het blijkt lastig om ze af te schudden. Als ik uiteindelijk doorloop, komt er eentje toch nog achter me aan gehold. Of ie even een selfie van hem en mij mag maken. Ja hoor, dat mag. Vrolijk loop ik weer verder. Ik kom langs een muur van de prachtigste opgestapelde kapitelen. Vervolgens langs een enorm plein dat een soort bad moet zijn geweest. Ik ga van het pad af en klim naar beneden, en loop langs de zijkant, waar nog resten van pilaren staan, naar het eind. Het is hier ontzettend nat en zie hier en daar aardewerk leidingen boven de grond uit steken. Het waterleidingsysteem moet hier gewoon nog onder liggen. Ik hoor naast me ineens een zacht geritsel en zie een slang van ongeveer een meter stilhouden. Als ik me beweeg om een foto te maken, ritselt hij een struik in. Dit is de eerste keer in mijn leven dat ik een slang in het wild zie. Als ik aan het eind ben gekomen zeg ik tegen mezelf dat ik nu ècht naar de uitgang moet en ik begin al een beetje te snelwandelen als ik mijn twee behulpzame vrienden ineens weer tegenkom en weer moet uitleggen dat ik echt niet hoef te weten wat waar is want ik weet heel goed wat waar is en waar ik naar toe wil en eigenlijk ben ik een ontzettend vervelend en ongezellig mens, dat alsmaar weet wat ze wil en dan ook helemaal niks anders wil, terwijl soms zo besluiteloos dat ik er gek van word. Gelukkig is er verder niemand bij me die zich aan mijn roteigenschappen kan ergeren. Ik vlucht snel naar de uitgang. Als het goed is kan ik weer op dat idiote karretje stappen met die trekker ervoor, maar er is niemand bij de trekker te zien. Er zit wel een groepje van zes man achter de gişe (ook zo’n lekker frans woord) te praten, maar die zijn natuurlijk niet van de trekkerij. Maar mij wordt beloofd dat de trekkerchauffeur zó komt. Nou wil ik verder geen oordeel vellen over de betekenis van het woord zó, dat zomaar van alles kan zijn, maar ik zie inmiddels een of andere medewerker op een motor aan komen racen en krijg toch een idee hoe het sneller kan. Ik stap op hem af, zeg dat ik graag naar mijn auto terug wil, trek mijn liefste gezicht erbij en vraag of hij me misschien even wil brengen. Ik ben nog niet uitgesproken of natuurlijk natuurlijk, buyurun buyurun, en ik spring bij de man achter op de kawasaki en in minder dan een minuut zit ik in mijn voorverwarmde auto. Gelukkig had ik de raampjes een stukje opgelaten.

Ik kan eindelijk aan het laatste, langste stuk van vandaag beginnen. Ik ben zo ontzettend moe, en vies, en ik snak naar rust en een douche en ik kan niet wachten om me te installeren in Ovacık. Op Spotify heb ik Turkse muziek opgezocht en bijna de hele weg luister ik heerlijk naar Pinhani. Ik geniet van de route en al het prachtigs van het veelzijdige landschap. Ik laat de verhuurder weten dat ik er om 18:00u ben, maar ik ben er om 17:00 al. Verhuurder, ook Mehmet toevallig, (“But you can call me Charlie.” Huh? Waarom zou ik je Charlie willen noemen als je Mehmet heet?) doet een rondje huis met me, geeft me zijn telefoonnummer en eindelijk ben ik alleen in dit heerlijke huisje. Ik loop een beetje rond om te verkennen. In de tuin staat een pruimenboom met rijpe pruimen eraan. Binnen is het koel en ik breng mijn spullen boven. De kleren die ik aan heb doe ik meteen in de wasmachine. Bij de buren is niemand aanwezig dus in mijn nakie laat ik me in het kleine zwembad zakken. Ik ben zo ontzettend dankbaar voor dit koele water, en de eenzaamheid, en de rijkdom van wat ik vandaag heb mogen meemaken, en het feit dat ik hier veilig ben aangekomen, ik ben niet eens groot genoeg om alles te bevatten. Vandaag verder even niets meer. Alleen hopelijk goed slapen.