Random living

Melekler dürümevi, Denizler kitapevi, Nederlandse ambassade, Ara cafe

Woensdag
Tot een uur of drie blijft ik in het apartement rondhangen. Ik voel me slecht omdat ik zo verschrikkelijk kort slaap. Ik besluit na mijn les die om 16:30 begint en waar ik vandaag al helemaal geen zin meer in heb, naar Cihangir te gaan en daar te blijven. Voor die tijd moet ik van mezelf naar buiten. Ik besluit wat te gaan eten bij Yanyali Fehmi restaurant. Ik denk dat ik het wel uit mijn hoofd kan vinden. Niet dus. Uiteindelijk ga ik willekeurig wat straatjes links en rechts in. Ik verwacht op een gegeven moment wel de straat met de tramrails tegen te komen, maar die komt niet. Het maakt me ook eigenlijk niet uit. Ik heb nu vooral trek ik een kop koffie, tijd om te eten heb ik eigenlijk toch niet. Het stikt hier van de cafeetjes en restaurantjes, alleen ik wil een tafel hebben om mijn ipad op te leggen, en niet zo’n dwergtafeltje waar iedereen hier aan zit op dwergstoeltjes waarvan de zitting 20cm boven de grond hangt en waar je dus een houding moet aannemen die het midden houdt tussen hurken en zitten. Ik heb geen idee waar ik ben en mijn mobiele wifi heeft het ook begeven. Als ik een cafe zie met een normale leestafel, installeer ik me daar met een latte en een tatlısı uit een jampotje. Dat vind ik eigenlijk wel weer genoeg avontuur voor vandaag. Het is niet elke dag feest.

Donderdag

Ondertussen aan de praktische kant, morgen is de laatste les van Gülfidan. Vandaag komt ze om 17:30 pas, dat betekent dat ik de hele dag heb om in Beyoglu rond te lopen.
Eigenlijk kan je niet spreken van ‘lessen’, we hebben gewoon een gesprek in het Turks met veel Engels erdoorheen. Omdat het een leuke vrouw is zijn de gesprekken gewoon ook heel leuk en soms praten we gewoon verder in het Engels. Ook Gülfidan is een van die neohippies, is me binnen een paar minuten duidelijk. Alleen vertelt ze me dat er echt een naam voor is, dat mensen ‘like us’ zich atatürkçiler noemen, aanhangers van wat Atatürk volgens hen ècht heeft bedoeld. Ze is 39, niet getrouwd, heeft geen kinderen en vertelde me als donorklinieken in Turkije legaal waren geweest, ze dan misschien wel een kind had gehad. Als donorklinieken legaal waren geweest? Steeds als ik denk dat het niet gekker kan, kan het toch echt wel gekker. Gülfidan vertelde me ook dat Erdogan vandaag in een toespraak heeft gezegd dat vrouwen die geen kinderen hebben, geen echte vrouwen zijn. Misschien moet ik mijn paspoort even aan laten passen. Ondertussen als het onderwerp is behandeld vuurt Gülfidan in het Turks vragen op me af en het is een soort Russisch roulette of ik de vraag begrijp of niet. Zoals wij ook doen, slikken de Turken ook de helft van de klinkers in. Wat heb je vandaag gedaan? Wat ga je hierna doen? Wat voor werk heb je? Wat heb allemaal bezocht? Wat vind je van Kadıköy? Ben je daar en daar geweest? Ik probeer zo lang mogelijke antwoorden te geven en af en toe vraag ik haar even een woord. Als ik fouten maak corrigeert ze me en herhaal ik het. Ik kan niet zeggen dat ik na deze week echt een zinnig gesprek kan hebben, maar ik merk dat het steeds makkelijker gaat.

Ook heb ik gisteren een auto geregeld. Tot mijn schrik was de prijs van de auto die ik had uitgezocht met 900 tl gestegen (300€) dus ik moest op zoek naar een kleinere en heb nu de kleinste klasse. Dinsdag haal ik hem om 14:00 op om naar Eskişehir te rijden. Ik heb nu al geen zin. Afgezien van deze pokkedrukte voel ik me prima in Istanbul. Als ik een beetje normaal zou slapen zou ik zelfs nog iets van de stad kunnen zien, haha. Het voelt echt een beetje als Rotterdam. Noord, zegmaar 🙂

Vrijdag

Voor iemand die zo voorbereid is ben ik anders behoorlijk besluiteloos en ik ben heel de ochtend aan het lanterfanten en bedenken wat ik zal gaan doen voordat ik om 11:30 de deur uitkom en de boot neem naar Beşiktaş. De dag zal waarschijnlijk toch weer heel anders uitpakken dus wat maakt het uit. In elk geval ga ik eerst naar RentnConnect op Taksim om mijn mobiele apparaatje om te ruilen tegen een lichtgewicht 4G apparaatje. Aangezien de ferry bij het maritiem museum stopt, besluit ik daar ook nog maar even naar binnen te gaan. Misschien heb ik iets gemist, maar ik zie alleen maar twee hallen met antieke houten schepen. Daarna loop ik achter het Dolmabahçe paleis onder de bomenrij langs (weet je nog Jan?) en het valt me op dat het overal stikt van de politie. Het voelt goed om een soort business purpose te hebben, ik ga even een zakelijke boodschap doen. Ik mag er dan misschien uitzien als een schaap op vakantie, maar ik hoor er toch een beetje bij, bij het werkende volk. Inderdaad zie je op de drukke toeristische plekken nauwelijks westerse toeristen, helemaal niet eigenlijk. Toevallig liep ik net achter twee Duitse meisjes, maar daar blijft het bij. Aan de rechterkant doemt het nieuwe Beşiktaş stadion op en ik denk even dat al die politie daar misschien iets mee te maken heeft, maar dan hoor ik dichtbij ineens de ezan en wordt het druk op straat. De ruimte voor de moskee is bezaaid met volk, het is natuurlijk vrijdag, en hier staan tussen de twintig en dertig politieauto’s omheen opgesteld en krioelt het van de politie. Voor de moskee buiten liggen kleden op de grond en zitten mensen geknield. Mannen die naar binnen willen worden gefouilleerd door vier politieagenten die de ingang blokkeren. Het tafereel doet me heel even denken aan Staphorst op zondagochtend maar deze mensen laten me wèl door. (Later bleek dat op dat moment de president in die moskee zat.) Op het Taksimplein neem ik afslag Siraselviler straat en vind ik het kantoor van RentnConnect. Ik stap zo’n jaren tachtig gebouw in met een marmeren hal met koperkleurige trapleuningen en rookglas spiegels. Het kantoor is een beetje Pied Piper, met overal strakke doosjes van RentnConnect en weer zo’n ongeschoren hipster achter een bureautje. Aan al die doosjes te zien doet hij het bestwel goed en ik hoop voor hem dat hij deze toerisme crash een beetje overleeft. Ik krijg een hypermodern 4g apparaatje en stap weer op.

Op weg naar Istiklal duik ik een zijstraatje in en eet ik bij Melekler dürümevi (dürüm huis Engelen) waar ik dürüm eet (dus) en şalgam suyu bestel, geen idee weer wat dat is, en deze keer is het mis, het blijkt een naar zeep smakende zoute bieten- of rode wortelsap te zijn. Vandaar dat die ober zo begon te grijnzen. Mij best, ik neem er toch maar gewoon een fantaatje bij.

Het duurt allemaal weer veels te lang en Istiklal is veels te leuk en met veel winkels die afleiden zo ben ik ondertussen dus al drie keer voorbij Mısır Apartman gelopen waar Galeri Nev zou moeten zitten, maar het gebouw is zo arrogant onuitnodigend dat ik al helemáál geen zin meer heb om naar binnen te gaan. Ik sla weer zo’n aantrekkelijk straatje in waar het zonlicht niet komt en dat te smal is voor een auto, waar allemaal kleine cafeetjes zitten en op de stoepen allemaal bergjes hipsters met elkaar zitten te kletsen en me nastaren, twijfelend of ze me nu even op weg moeten helpen terug naar de toeristenstraat, maar bij nader inzien zie ik er toch niet verdwaald genoeg uit. Ben ik wel, maar op de een of andere manier kom ik toch uit bij Ara Cafe, genoemd naar Ara Güler, Istanbul’s en misschien wel Turkije’s beroemdste fotograaf van het stads- en straatleven. Wat Orhan Pamuk met woorden doet, doet hij met foto’s, al zo’n 75 jaar lang sinds begin vorige eeuw. Kort geleden heeft hij zich de woede op de hals gehaald van een deel van zijn fans door een portret te fotograferen van Erdogan. In zijn verdediging kan worden gezegd dat hij sinds Atatürk alle presidenten van Turkije heeft gefotografeerd, zonder uitzondering. Kennelijk was zijn overweging dat deze er dan ook bij hoort.

Het café is prachtig, gezellig, stijlvol met grote zwartwitfoto’s aan de muren. Het heeft iets heerlijk jazzigs Frans, en de koffie is geweldig. Ik zit aan een tafeltje dat half op de stoep staat onder een glas met gietijzeren afdakje, en terwijl ik zit te schrijven komt er een meisje naast me staan van een jaar of zeven. Ze heeft een pakje zakdoekjes in haar hand en kijkt me met grote bruine ogen recht aan. Het is echt een aanbiddelijk piepklein meisje met een bruin glad haar en een beeldig gezichtje. Eerst begint ze in onbegrijpelijk Turks tegen met te praten. “Hayır teşekkürler”, zeg ik tegen haar, nee bedankt. “One lira”, zegt ze in het Engels tegen me. “No thank you”, zeg ik weer. Ze legt haar ragfijne handje op mijn arm en speelt met mijn horloge alsof ze mijn zusje is, even trekt dat horloge haar aandacht, want er staat een zebra op. Dan kijkt ze me weer aan en kantelt haar hoofd een beetje en zegt weer “One lira”. Het is alsof ze in die paar seconden met die paar handelingen een zusterschap heeft willen opbouwen en die nu wil verzilveren. “Zaten hayır dedim”, zeg ik tegen haar, ik heb al nee gezegd. De man naast mij is minder geduldig, trekt aan haar arm en maakt een wuifgebaar, ‘ga weg’. Dat komt me ineens heel frappant over. De mannen hier kruipen op hun knieën door de straat om de vrije katten te verzorgen, hebben standaard een paar eetlepels droge korrels in hun zak voor de verschillende katten die ze onderweg nog mochten tegenkomen, bouwen in de winter kleine huisjes voor ze van karton, afwasteiltjes en een ouwe trui, waar dan in de lente weer vijf kittens uit tevoorschijn komen, die ook allemaal weer worden verzorgd, maar dit beeldschone kleine meisje dat een pakje zakdoekjes probeert te verkopen, wordt hardhandig weggejaagd. Istanbul lijkt niet van menselijke bedelaars te houden.

Gülfidan komt vandaag om 18:00 dus ik heb nog een paar uur te tijd om drie galerieën en een museum te bezoeken, ik ben hoopvol dat dit gaat lukken binnen twee uur, min een uur reistijd. Ik hoef alleen maar even heel efficiënt de weg te vinden en dan heel efficient door de collecties heen te browsen door heel doelgericht mijn strategie toe te passen namelijk als ik mocht kiezen wat zou ik dan mee naar huis willen nemen? Alleen sta ik dan ineens voor de Nederlandse ambassade en terwijl ik daar een foto van sta te nemen omdat die vlag daar zo mooi vrijheid staat uit te wapperen, zie ik daar daarnaast een antiquariaat, en in de etalage liggen een paar boeken over Holland uit de 19e, en wat handgemaakte sieraden, en dan moet ik natuurlijk even naar binnen. Het heet Denizler Kitapevi, Boekhandel de Zeeën. Binnen ligt op tafel een gigantisch boek met foto’s van Ara Güler dat ik eigenlijk best wil hebben, maar het ziet eruit alsof het 20 kilo weegt dus in plaats daarvan vraag ik de mevrouw naar de sieraden in de etalage. Ze pakt ze en zet ze naast me neer om te passen. Als ik een ring wil pakken wijst ze naar mijn horloge en raakt daarbij even mijn arm aan. Dat is de tweede keer vandaag dat een vrouw mijn arm aanraakt en naar die stomme zebra kijkt. Ze lacht erbij en zegt dat het een grappig horloge is. De ringen zijn rood of groen, liefde of hoop. Ik kies een rode uit die om mijn middelvinger past, want hoop is toch een kansloze missie en verlaat de winkel.

Ik wilde eigenlijk zeggen dat ik niet van souvenirs hou, maar ik hou wel van souvenirs, ik ben er stapelgek op, vooral als ik het kan gebruiken of dragen en ze voor zoveel uitleg vatbaar zijn, in dit geval de stad, de zee, het reizen en het zwerven, dat allemaal in mijn bloed zit. Gek genoeg kom ik ook elke keer mijn vader tegen. In het geluid van de meeuwen, de drukte van aankomende vapurs, de vrachtschepen die ik hier zie varen, de geur van vis in elke haven, en in de houten notenkraker in de vorm van een haring die ik kocht in een antiekwinkel tegenover het Museum van de Onschuld.

Langs de zijkant van de nederlandse ambassade loop ik naar beneden door een straatje dat zo leeg en vervallen is dat ik er niet vrijwillig voor zou kiezen, maar ik moet richting Istanbul Modern. Halverwege besef ik me echter dat het me nooit gaat lukken om dat in het kwartier te doen dat ik nog over heb, dus ik ga toch maar op mn gemak naar de iskele.

Ik ben ruim op tijd voor mijn lerares, maar ik ben inmiddels zo moe, dat ik halverwege het gesprek afbreek. Ik lig om 21:00 op bed en lees nog wat maar val vrij snel in slaap.